Bertha van Bourgondië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bertha van Bourgondië
964-1010
Koningin-gemaal van Frankrijk
Periode 998-
Voorganger Suzanna van Italië
Opvolger Constance van Arles
Vader Koenraad van Bourgondië
Moeder Mathilde van Frankrijk

Bertha van Bourgondië (ca. 967 - Melun, 16 september, na 1010) was een dochter van Koenraad van Bourgondië en van Mathilde van Frankrijk. Bertha huwde een eerste maal met Odo I van Blois, met wie zij verschillende kinderen had:

  • Theobald II (985-1004)
  • Odo II (990-1037), opvolger van zijn broer Theobald
  • Agnes, gehuwd met Godfried II van Thouars.
  • Diederik (ovl. ca. 1000), begraven in de abdij van Saint-Père te Chartres
  • Landry, genoemd in een akte van 27 september 1007

Bertha speelde een belangrijke rol in het bestuur van de bezittingen van Odo.

Robert II van Frankrijk hield van jongsafaan van Bertha maar zijn vader Hugo Capet verzette zich hiertegen wegens te nauwe bloedverwantschap. Ze hadden namelijk in Hendrik de Vogelaar een gemeenschappelijke overgrootvader en waren daardoor verwanten in de zesde graad. De kerk vond dit te nauw verwant voor een huwelijk. Hugo arrangeerde voor Robert een huwelijk met Rozala. Dit was geen gelukkig huwelijk en Robert verstootte zijn vrouw in 992. Na de dood van Odo en Hugo, ze overleden beiden in 996, konden Robert en Bertha met elkaar trouwen. Voor Bertha was dit een heel voordelig huwelijk omdat haar jonge zoons zo verzekerd waren van koninklijke bescherming. De kerk verzette zich tegen het huwelijk maar Robert en Bertha weigerden om hun huwelijk te ontbinden, en uiteindelijk volgde een excommunicatie. Omdat het bestuur van het koninkrijk hierdoor in gevaar kwam, werd het huwelijk in 1001 uiteindelijk toch ontbonden. Bertha bleef openlijk minnares van Robert. Robert trouwde met Constance van Arles, teneinde zich te verzekeren van een wettig nageslacht. De kwestie leidde tot grote verdeeldheid onder de Franse edelen en bisschoppen, er was een partij die Bertha steunde en een partij die Constance steunde. In 1008 trokken Robert en Bertha nog naar Rome om hun zaak bij de paus te bepleiten maar ze hadden geen succes.