Bertus Aafjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bertus Aafjes
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Lambertus Jacobus Johannes Aafjes
Pseudoniemen Jan Oranje
Geboren 12 mei 1914, Amsterdam
Overleden 22 april 1993, Swolgen
Land Nederland
Beroep dichter, schrijver
Werk
Jaren actief 1936-1992
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Lambertus Jacobus Johannes (Bertus) Aafjes (Amsterdam, 12 mei 1914Swolgen, 22 april 1993) was een Nederlands schrijver en dichter die ook publiceerde onder het pseudoniem 'Jan Oranje'.

Biografie[bewerken]

Bertus Aafjes begon eerst aan een priesteropleiding (aan het College der Kruisheeren te Uden, aan het Klein Seminarie Heemstede en aan het Philosophicum te Warmond), maakte een voetreis van een jaar naar Rome, studeerde daarna een tijdje archeologie aan de Universiteit van Leuven en aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archaeologie in Rome, vestigde zich als kasteelheer in Hoensbroek en wijdde zich daarna aan literair en journalistiek werk. Hij debuteerde in 1940 als dichter met "Het gevecht met de muze" en schreef in 1942 het prozaïsche "Een laars vol rozen". In 1947 maakte hij met een circus een reis naar Egypte. Hij maakte deel uit van de redactie van de literaire tijdschriften "Criterium" en "Ad Interim", was één van de oprichters van het blad "Klondyke" en verleende zijn medewerking aan talrijke tijdschriften.

In 1946 schreef hij "Een voetreis naar Rome", een romantisch-poëtisch reisverslag, waarmee hij nationale bekendheid verwierf. In 1953 verscheen "De karavaan", voorlopig zijn laatste dichtbundel, nadat hij zich negatief had uitgelaten over de Vijftigers. Hierna legde hij zich toe op reisbeschrijvingen, voornamelijk van het Middellandse Zeegebied. Onder andere schreef hij "Capriccio Italiano", een autobiografisch verslag geschreven tijdens zijn korte archeologische studie in Rome, en "Goden en eilanden". Hierin wordt een reis door Griekenland beschreven aan de hand van Homerus' Odyssee, dat hij in 1964 vertaalde.

Bekend zijn ook zijn in Japan spelende Rechter Ooka-romans, waaronder het Boekenweekgeschenk van 1973, Een lampion voor een blinde. Hiermee introduceerde Aafjes de haiku in het Nederlandse taalgebied.

In 1980 verscheen toch nog een dichtbundel van zijn hand "Deus sive natura", met erotische poëzie. Deze werd vernietigend gerecenseerd door Gerrit Komrij [1].

Rel Elsevier[bewerken]

In opdracht van het Elseviers Weekblad zou Aafjes in de zomer van 1953 zes artikelen aan de Vijftigers wijden, drie tegen en drie vóór deze groep experimentele dichters. Zover kwam het echter niet. Elsevier stopte de reeks nadat de eerste drie kritische artikelen een storm van protest hadden losgemaakt. Aafjes koos dan ook voor een ongekend harde toon, en zijn zin: "Lees ik Luceberts poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd", werd berucht. Veel lezers van het rechtse blad steunden Aafjes in zijn kritiek op de Vijftigers, maar vrijwel al zijn collega's en bekenden uit de literaire wereld vielen over hem heen. De Elsevier-artikelen leidden ertoe dat Aafjes alleen kwam te staan in de literatuur en luidden ook het einde van zijn eigen dichterschap in.

Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering. In een brief uit 1983 bood Aafjes zelfs zijn excuses aan Lucebert aan, een van de dichters die hij in 1953 hard had aangevallen. "Achteraf is deze aanval voor mij volkomen onbegrijpelijk. De goden hebben mij toen kennelijk met blindheid geslagen," schreef hij. En over de persoonlijke consequenties van de artikelen: "Ik heb overigens, door deze onbegrijpelijke escalade, mijzelf duizendmaal meer geschaad dan degenen die ik aanviel. Ik verloor vele vrienden in de literatuur en was niet meer in de gelegenheid er nieuwe te maken."

Lucebert reageerde dat hij nooit wrok had gekoesterd tegen Aafjes en dat het jammer was dat ze elkaar nooit ontmoet hadden. Dan had de "roestige nutteloze strijdbijl" meteen begraven kunnen worden. "Dat helaas in zgn. literaire kringen pietluttigheid nauw grenst aan barbaarsheid heb ik uw brief begrepen en wel door een onthutsend feit; dat 'vrienden in de literatuur' u gingen mijden om wat ik allengs zag als een ondichterlijke faux pas, of noemen we het verblinding, van een begenadigd dichter."[2]

Prijzen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • 1936 - Het Italiaanse Maria-lied, in: De Gemeenschap
  • 1940 - Het gevecht met de muze
  • 1941 - Amoureus liedje in de morgenstond
  • 1941 - Het zanduur van de dood, in: Helicon
  • 1942 - Een laars vol rozen, reisverslag
  • 1943 - Gerrit Achterberg, de dichter van de sarcofaag. Aantekeningen bij zijn poëzie
  • 1943 - Peter-Kersen-eter
  • 1943 - De ark
  • 1944 - Per slot van rekening
  • 1944 - Omne animal
  • 1944 - Elf sonnetten op Friesland
  • 1944 - Verzen en vrouwen
  • 1944 - De laatste brief
  • 1944 - Kleine catechismus der poëzie
  • 1944 - Bid, kindje, bid!
  • 1945 - Boeren. Open brief van het land
  • 1945 - Lafaard of geus?
  • 1945 - Dichters van later tijd
  • 1945 - In het Atrium der Vestalinnen, fragmenten
  • 1945 - In het Atrium der Vestalinnen en andere fragmenten
  • 1946 - Bevrijdingsdag
  • 1946 - Een voetreis naar Rome
  • 1946 - Maria Sibylla Merian, gedicht
  • 1946 - De zeemeerminnen
  • 1947 - Gedichten
  • 1947 - Douderideine
  • 1948 - De vogelvis
  • 1948 - Het koningsgraf. Honderd en een sonnetten
  • 1948 - De driekoningen
  • 1948 - Laat nu al wat Neerland heet
  • 1948 - Circus
  • 1948 - Egyptische brieven
  • 1949 - In den beginne
  • 1949 - De lyrische schoolmeester, gedicht
  • 1949 - Het kinderkerstboek
  • 1949 - De reis van Sinte Brandaan, herdicht door Bertus Aafjes
  • 1950 - Arenlezer achter de maaiers. Kronieken over kleine maar vergeten bijzonderheden in het Oude en het Nieuwe Testament
  • 1952 - Vorstin der landschappen. Een reis door het Heilige Land
  • 1952 - Maak de dag tot een feest
  • 1953 - De karavaan
  • 1953 - Drie essays over experimentele poëzie
  • 1954 - Morgen bloeien de abrikozen, roman
  • 1955 - De blinde harpenaar. De liefde, het leven, het geloof en de dood in de poëzie der oude Egyptenaren
  • 1956 - Logboek voor 'Dolle Dinsdag'
  • 1957 - Capriccio Italiano. Een reisboek over Italië
  • 1958 - De vrolijke vaderlandse geschiedenis. Deel I. Van de Batavieren tot de Gouden Eeuw
  • 1958 - De vrolijke vaderlandse geschiedenis. Deel II. Van de Gouden Eeuw tot nu
  • 1959 - Het Troje van het Carboon
  • 1959 - Goden en eilanden, een reisboek over Griekenland
  • 1959 - De wereld is een wonder, reisverslag
  • 1960 - Het Hemelsblauw
  • 1960 - Dag van gramschap in Pompeji
  • 1960 - In de schone Helena, reisverslag
  • 1961 - Levende poppen
  • 1961 - De dikke en de dunne
  • 1961 - Anneke's avontuur
  • 1961 - De verborgen schat
  • 1961 - Muziek op het kasteel
  • 1961 - Tante Ibeltje
  • 1961 - De schippersjongen
  • 1961 - Stuurman Roel
  • 1961 - De lachende krokodil
  • 1961 - De geheimzinnige diamant
  • 1962 - De Italiaanse postkoets, verhalenbundel
  • 1962 - Odysseus in Italië, reisverslag
  • 1963 - De fazant op de klokkentoren
  • 1963 - Omnibus, prozafragmenten
  • 1963 - Kleine Isar, de vierde koning, stripverhaal
  • 1965 - Het gevecht met de Muze, verhalenbundel
  • 1965 - Dooltocht van een Griekse held, reisverslag
  • 1967 - Per en Petra en het geheim van de bouwkunst
  • 1967 - Maria Sibylla Merian en andere gedichten
  • 1967 - Drie van Bertus Aafjes, gedichten
  • 1968 - De denker in het riet
  • 1968 - Die te Amsterdam vaak zei: Jeruzalem
  • 1969 - Een ladder tegen een wolk
  • 1969 - De rechter onder de magnolia
  • 1969 - Kito en Poelika
  • 1969 - Kito vindt Poelika
  • 1971 - De koelte van een pauwenveer
  • 1971 - Mijn ogen staan scheef. Zwerftochten door het land van de Mikado
  • 1973 - Een lampion voor een blinde of De zaak van de Hollandse heelmeesters (Boekenweekgeschenk)
  • 1973 - De vertrapte pioenroos
  • 1974 - De laatste faun
  • 1976 - Limburg, dierbaar oord
  • 1976 - In de Nederlanden zingt de tijd
  • 1979 - Het rozewonder
  • 1979 - Mei, mengelwerk
  • 1979 - Deus sive Natura
  • 1980 - Rijmpjes en versjes uit de vrolijke doos
  • 1980 - Tussen Schriftgeleerden en piramiden
  • 1981 - Drie gedichten over Amsterdam
  • 1982 - Rechter Ooka-mysteries
  • 1983 - Homeros' Odyssee en Dooltocht van een Griekse held, reisverslag
  • 1984 - Zeventien aforismen
  • 1984 - De wereld is een wonder, reisverhalen uit twaalf landen
  • 1985 - De val van Icarus
  • 1986 - De mysterieuze rechter Ooka. Japanse speurdersverhalen
  • 1987 - De sneeuw van weleer, autobiografie
  • 1987 - Het hemd van een gelukkig mens. Sprookjes uit een verre wereld, jeugdboek
  • 1990 - Verzamelde gedichten 1939-1988
  • 1990 - De sprookjesverkoper. Sprookjes van heinde en verre
  • 1991 - Griekse kusten, reisverhalen
  • 1992 - De eeuwige stad. Rome in verhalen en herinneringen
  • 1992 - De zee, gedichten
  • 1992 - De parels

Noten[bewerken]

  1. Gerrit Komrij, Schrijven met de wijwaterkwast, Bertus Aafjes als pornograaf, Dit helse moeras, 1983, p. 64, ook opgenomen in: De Nederlandse literatuur in 100 en enige polemieken, 2010, ISBN 987 90 446 1489 3, p. 598
  2. Peter Hofman, 'De Nieuwe Naamgever' in: De Parelduiker 5, 2010, pp 27-28.

Bronnen[bewerken]

  • Wie is dat? : naamlijst van bekende personen op elk gebied in het Koninkrijk der Nederlanden (5e uitg.) ('s-Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1948)

Externe links[bewerken]

Wikiquote Op Wikiquote staan citaten van Bertus Aafjes.