Besteedbaar inkomen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het besteedbaar inkomen, ook wel secundair inkomen, verwijst in de Keynesiaanse economie en ook in de nationale rekeningen naar dat gedeelte van het inkomen dat een huishouden voornamelijk voor particuliere consumptie ter beschikking staat.

Besteedbaar inkomen is het totale persoonlijk inkomen minus de persoonlijke belastingen. In de nationale rekeningen definities is persoonlijk inkomen minus persoonlijke belastingen gelijk aan persoonlijk besteedbaar inkomen.

De marginale geneigdheid tot consumeren (MGC) is de fractie van een verandering in besteedbaar inkomen die zal worden geconsumeerd. Als het besteedbaar inkomen bijvoorbeeld met een extra 100 euro stijgt, dan zal 65 van die 100 euro worden geconsumeerd. De MGC is dan 0,65. Anders geformuleerd is de marginale geneigdheid tot sparen (MGS) gelijk aan 0,35. 35 euro van deze extra 100 euro zal worden gespaard.

Zie ook[bewerken]