Betar (zionisme)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Betar of Beitar (Hebreeuws: בית"ר, uitspraak: Bee-tar) is een Zionistische Joodse Jeugdvereniging die in 1923 door Ze'ev Jabotinski (andere spelling: Jabotinsky, uitspraak: Zjabotinski) in Riga, Letland is opgericht als Revisionistische Zionistische jeugdbeweging en joodse weerbaarheid. Betar speelde voor de onafhankelijkheid van Israël in 1948 een grote rol bij de illegale immigratie van Europese Joden naar het toenmalige Britse Mandaatgebied Palestina. Veel Likoed-politici, onder wie Menachem Begin, waren vroeger lid van Betar.

Betar-logo

De naam Betar[bewerken]

De naam is een acroniem van 'Brit Yosef Trumpeldor' of helemaal voluit 'Brit haNo'ar ha'Ivri al sjem Yosef Trumpeldor' (ברית הנוער העברי על שם יוסף תרומפלדור), wat de 'Joodse Jeugdvereniging ter herinnering aan Joseph Trumpeldor' betekent, maar het was ook de naam van een joods fort in de buurt van Bethlehem, waar Bar Kochba sneuvelde tijdens de Bar Kochba-opstand tegen de Romeinen in de tweede eeuw. Het was het laatste joodse fort dat zich verzette tegen de Romeinen. Om het acroniem bijna gelijk te maken aan de naam van het fort Betar, moest Trumpeldor wel met een ת (taw) gespeld worden in plaats van met een ט (tet), wat tegenwoordig de gewone Hebreeuwse spelling zou zijn.

Geschiedenis[bewerken]

Trumpeldor en Jabotinski[bewerken]

Ze'ev (Vladimir) Jabotinski in een uniform van het Joodse Legioen

Trumpeldor (uitspraak: Troempeldor) en Jabotinski hadden tijdens WO I beiden in het Joodse Legioen van het Britse leger gediend. In 1914 hadden ze zelf in Caïro geijverd voor de oprichting van een Joodse eenheid binnen het Britse leger. Ze waren door het Ottomaans-Turkse bestuur van Palestina samen met andere Joden uit Palestina gezet en wilden de Britten als vrijwilliger steunen tegen de Turken, om het Ottomaanse bestuur van Palestina te verdrijven. In 1914/15 werd the Zion Mule Corps gevormd. Het telde zo'n 600 man, hoofdzakelijk joden die uit Palestina waren verdreven. Luitenant-generaal Patterson, een protestantse Ier, was de commandant, Trumpeldor ondercommandant en Jabotinski een officier. Deze eenheid werd ingezet bij de slag om Gallipoli. Later dienden Trumpeldor en Jabotinski nog samen in andere Britse legereenheden tijdens WO I.

Betar-leden in Tel Chai, Palestina, 1929

Na WO I ontstond het Britse mandaatgebied Palestina. Dit omvatte ongeveer het huidige Israël inclusief de huidige Palestijnse gebieden op de westbank en in de Gazastrook en Jordanië. Trumpeldor sneuvelde in 1920 in de noordelijke joodse buitenpost Tel Chai, dat toen onder Frans militair bestuur stond, samen met zeven andere joden, tijdens een vuurgevecht met een horde Arabieren of Bedoeïnen uit een Libanees dorp. In Tel Chai, dat een paar kilometer ten westen van het huidige Kirjat Sjmona ligt, is ter herinnering daaraan een monument opgericht, een standbeeld van een leeuw met de laatste woorden die Trumpeldor had gesproken: "Een davar, tov lamoet be'ad artsenoe" ("Het geeft niet, het is goed om te sterven voor ons land"). Jabotinski werd in 1920 gearresteerd als commandant van de Hagana in Jeruzalem, toen een voor de Britse wet illegale paramilitaire organisatie, maar weer vrijgelaten.

Betar 1923 - WO II[bewerken]

Jabotinski brak in 1923 met de Algemene Zionistische Beweging, omdat hij die te socialistisch en te communistisch vond.

Leden van Betar droegen oorspronkelijk bruine, later ook zwarte uniformen. In Palestina droegen veel Betar-leden een lichtgekleurde korte broek. Ze zetten zich in voor de stichting van een joodse staat aan weerszijden van de Jordaan (het hele vroegere mandaatgebied Palestina) en de oprichting van een joods leger. Ze deden gevechtstraining met o.a. houten stokken geweren en sabels en hielden parades met vlaggen e.d.

Betar-leiders, 1929

Een lied dat Jabotinski in 1932 in Parijs had geschreven werd onmiddellijk het Betar-lied (Sjier Betar).

Jabotinski bleef tot zijn dood het hoofd van Betar. Jabotinski stierf in 1940 aan een hartaanval bij een bezoek aan een trainingskamp van Betar in de Verenigde Staten. De Engelsen hadden hem sinds 1930 de toegang naar Palestina ontzegd. In 1964, tijdens de regering Esjkol, is hij door toedoen van Menachem Begin herbegraven in Israël. David Ben-Goerion wilde er tijdens zijn regering geen toestemming voor geven.

In 1929 had Betar 9.000 leden. In 1934 telde Betar wereldwijd gezien 70.000 leden, waarvan de Poolse afdeling het grootst was met 40.000 leden. Er waren verder ook Betar-afdelingen in m.n. Palestina, Letland, Litouwen, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Frankrijk. Maar ook was er bijvoorbeeld een Betar-afdeling (snief, wat 'tak' betekent) in Harbin, in China. In 1939 had Betar 80.000 leden.

Betar-leden in Berlijn, 1936

In de jaren dertig en de begin jaren veertig van de 20e eeuw organiseerde Betar in samenwerking met de Irgoen Tsvaï Leoemi 'illegale' immigratie van Joden naar Palestina, dat toen een Engels bestuur had. Het was illegaal, omdat Groot-Brittannië een maximum aantal voor het aantal immigranten had ingesteld van een paar duizend per jaar. Door Betar konden ruim 17.000, volgens andere bonnen zelfs meer dan 40.000 Joden per Betar-schip naar Palestina emigreren. Vaak waren die schepen niet helemaal zeewaardig. Er waren in Palestina diverse afsplitsingen van de Haganah, waaronder de Haganah Beth (De Tweede Haganah), waar veel Betar-leden lid van werden. Tussen 1937 en 1939 veranderde de naam van Haganah Beth in Irgoen Tsvaï Leoemie.

WO II[bewerken]

Tijdens WO II hebben Betar-leden deelgenomen aan het verzet tegen de Duitse bezetting. In de bossen van Litouwen vocht Betar Litouwen o.l.v. Joseph Glazman samen met de partizanen tegen de nazi's. In andere gebieden stonden partizanen onverschillig of vijandig tegenover Betar. Een aantal Betar-leden had in november 1939, direct na de Duitse en Russische invasie in Polen, een bewapende Joodse gevechteenheid opgericht, de Joodse Strijdersbond ŻZW (Żydowski Związek Wojskowys). Hierin zaten ook Irgoen-leden en Poolse officieren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten zo'n 200 à 450 man van de ŻZW samen met de ŻOB (Żydowska Organizacja Bojowa) in de opstand in het Getto van Warschau van april-mei 1943. Het grootste deel daarvan is gesneuveld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een zeer groot deel van de Joodse bevolking van Polen, Roemenië, Hongarije, Litouwen, Letland, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechoslowakije en andere landen die in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland bezet zijn geweest vermoord in concentratiekampen (zie Shoa). Na 1945 werd het verenigingsleven van Betar niet hervat in die landen.

Menachem Begin en Betar[bewerken]

De latere premier van Israël, Menachem Begin, kwam uit de Betar-beweging en speelde er een belangrijke rol in. Op 15-jarige leeftijd werd hij lid van de snief van Brest-Litovsk, dat toen deel uitmaakte van Polen. Brest-Litovsk had toen een bevolking van 70.000 inwoners, waarvan 30.000 joods waren. In 1939 werd hij chef van Betar Polen. Op 1 september 1939 viel het leger van nazi-Duitsland met 1,5 miljoen soldaten Polen binnen en werd Warschau door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Begin nam op 7 september met zijn vrouw Aliza en een ander echtpaar de trein naar het oosten en vluchtte naar Litouwen, om daar zijn werk voor Betar voort te kunnen zetten en om naar Palestina te kunnen vluchten. In juni 1940 viel het Rode leger van de Sovjet-Unie Litouwen binnen. In september van dat jaar werd Menachem Begin in Vilnius door de NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-Unie, gearresteerd en veroordeeld tot acht jaar dwangarbeid in een werkkamp in Siberië. In 1941 kon hij, omdat hij Pool was, dienstdoen in het Poolse Tweede Korps en zo de Sovjet-Unie verlaten. Het Poolse Tweede Korps trok via Perzië en het Midden-Oosten. In mei 1942 kwam Begin in Palestina aan.

Betar-leden voor het monument voor Joseph Trumpeldor in Tel Chai

Hier deserteerde hij met behoud van zijn geweer en sloot zich aan bij de Irgoen Tsvaï Leoemi. Eind 1943 nam hij op voordracht van Ya'akov Meridor daar de leiding van over. Menachem Begin leefde ondergedoken, omdat hij gezocht werd door het Britse leger voor het verspreiden van posters van de Irgoen. De Irgoen vocht tegen het Britse bestuur voor Joods zelfbestuur. De Haganah stond vaak vijandig ten opzichte van de Irgoen en leverde tijdens het zogenaamde 'Jachtseizoen' na de moord op Moyne in 1944 door Lechi-strijders Irgoen-leden uit aan de Britten, maar de Irgoen, de Lechi en de Haganah hebben rond 1946 ook tien maanden samengewerkt, tot de bomaanslag op het Britse hoofdkwartier in het King David Hotel.

Het Revisionistische Zionisme en het algemene Zionisme gingen in 1946 weer samen op in het Zionisme. Na de uitroeping van de Staat Israël werd de Irgoen opgeheven. De beweging ging verder als politieke partij, de Cheroet (vertaald: 'Vrijheid'), die later samen met een paar liberale partijen overging in de Likoed. Betar bleef als zionistische joodse jeugdbeweging bestaan.

Bekende personen die lid van Betar waren in Palestina/Israël[bewerken]

Betar-afdelingen in 2010[bewerken]

Tegenwoordig is Betar een relatief kleine zionistische jeugdvereniging met een paar duizend leden (over de wereld). Betar kent afdelingen in Israël, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Moldavië, Oekraïne, Rusland, Turkije, Argentinië, Brazilië, Chili, Uruguay en Zuid-Afrika. Het shirt van Betar Israël is tegenwoordig blauw.

Zie ook[bewerken]