Bethel (Israël)
Bethel, in de nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap gespeld als Betel (Hebreeuws voor Huis van El of Huis van God), wordt in de Bijbel genoemd als de plaats waar Jakob op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau in een droom een ladder naar de hemel zag. Engelen gingen de ladder op en af en bovenaan stond God, die Jakob en zijn nageslacht het land Kanaän beloofde. Daarom gaf Jakob deze plaats de naam Bethel (Genesis 28: 10 - 22). In Johannes 1: 50 identificeert Jezus zichzelf met dit "Huis van God".
De plaats Bethel komt overeen met het huidige Palestijnse dorp Beitin op de Westelijke Jordaanoever, 10 km ten noorden van Jeruzalem, waarmee het in de Israëlitische tijd concurreerde als belangrijkste religieus centrum. In de nabijheid ligt de tegenwoordige joodse nederzetting Beit El (Arabisch voor Huis van El).
Vooral in de Verenigde Staten en Canada zijn veel plaatsen gesticht met de naam Bethel.
De benaming van een bezielde steen, een betyl, namelijk zuilen en steles die het goddelijke kunnen symboliseren zou hiervan zijn afgeleid. Dit concept is afkomstig uit het prehistorisch sjamanisme.
[bewerken] Zie ook
- Bethlehem (Hebreeuws voor broodhuis)