Betelpalm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Betelpalm
Bron: Koehler (1887)
Bron: Koehler (1887)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Arecales
Familie: Arecaceae (Palmenfamilie)
Geslacht: Areca
soort
Areca catechu
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De betelpalm (Areca catechu) is een rechtopstaande tot 15 meter hoge palm in het genus Areca. De stam is slank met onduidelijke bladlittekens. De bladeren zijn geveerd en meestal tot 2 m lang, ze zijn zijdelings uitstaand en aan de top iets overhangend. De deelblaadjes staan zeer dicht opeen.

De bloemen zijn klein, lichtgeel en zitten in fijnvertakte bloeiwijzen, de er uit de verte als poederkwasten uitzien. De bloeiwijzen en later de vruchttrossen zitten hoog aan de stam aangehecht, vlak onder de gladde, groene bladschedenbundel. De vruchten zijn geel tot oranje, rond tot eivormig en tot 6 cm groot.

De betelpalm is afkomstig uit Indonesië en wordt veel in Zuidoost-Azië gekweekt.

Betelnoten
Stilleven van verschillende objecten die gebruikt worden bij het Sirih kauwen uit het bezit van de Sultan van Ternate, Tropenmuseum
Container voor betelpeper, goud met bands van robijnen en imitatie-smaragden, met reliëfdruk en ogen van robijnen, Myanmar

De betelnoot (of Arekanoot) is het zaad van de palm. Het is eigenlijk een steenvrucht en botanisch gezien is de betelnoot evenals de kokosnoot dus eigenlijk geen noot.

  • De harde betelnoot is ongeveer zo groot als een kippenei. De noot heeft een bittere smaak en is rood van kleur.
  • De noot is al eeuwen geliefd om zijn opwekkende werking.
  • Kleine palmboompjes worden in het westen verkocht.

[bewerken] Het kauwen van betel

In het Verre Oosten (Oost- en Zuidoost-Azië , India en Micronesia) wordt de onrijpe noot veel gekauwd. In Indonesië noemt men het: het kauwen van de "Sirih-Pinang".

  • De noot wordt in kleine brokjes gehakt en ingepakt in een stuk betelblad (niet van de Betelpalm maar van de betelpeperstruik) en vermengd met wat ongebluste kalk, kruidnagel en pruimtabak . Het gecombineerd gebruik met kalk versterkt het effect van de betelnoot doordat de stof areciline omgezet wordt in de werkzame stof arecaidine. De kalk is, afhankelijk van wat de omgeving te bieden heeft, afkomstig van kalkrotsen, koraal, zeeschelpen of slakkenhuisjes.
  • Er ontstaat bij menging een rode pasta die bij het kauwen het speeksel vuurrood kleurt. Bij chronisch gebruik verkleuren de tanden rood. Na het kauwen worden de dan smakeloos geworden resten uitgespuugd. Dit zorgt voor kleine rode spuugplekken op de grond. Omdat dit een onsmakelijk gezicht is, is het kauwen van betel verboden op sommige openbare plekken.
  • Om de bittere smaak te verfijnen wordt, afhankelijk van regio, budget of beschikbaarheid het "betelhapje" nog voorzien van soms wel tientallen andere ingrediënten (honing, vruchten, gemalen noten, pepermunt, salmiak, zoethout en extracten van planten). Vaak claimt de verkoper dat ook dit de werking zal versterken.
  • De traditionele stenen voetpaden in de Micronesische deelstaat Yap in de Carolinen zijn door het massale gebruik en bijbehorend gespuug roodgevlekt. Op dit eiland, ten oosten van de Filipijnen, kweekt men kwalitatief erg goede betelnoten en een significant deel van de Yapezen kauwt continu betel; de noten worden vanuit Yap echter ook uitgevoerd.
  • Effect: Gaat het hongergevoel tegen en heeft een licht euforische en opwekkende werking.
  • Bijwerkingen: misselijkheid, buikloop, verhoogde hartslag, irritatie van de slijmvliezen, gebitschade, bij chronisch gebruik verhoogde kans op gezwellen aan de mond en slijmvliezen. (niet volledig)
Oude Birmese man waarvan de tanden rood zijn geworden door het vele kauwen van betel
Oude Birmese man waarvan de tanden rood zijn geworden door het vele kauwen van betel 
Meisje in Betelnotenverkoopkraampje in Taiwan
Meisje in Betelnotenverkoopkraampje in Taiwan 
Verbod op het kauwen van pinang op luchthaven Sentani (Indonesië)
Verbod op het kauwen van pinang op luchthaven Sentani (Indonesië) 

[bewerken] Geschiedenis

  • De Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie speelde een belangrijke rol in de betelhandel. Vanuit Indië exporteerden zij de noot naar Europa, de Arabische landen en China. Er waren plantages op o.a. Timor en Soemba.
  • Tegenwoordig zijn er plantages in diverse landen waaronder in India.
  • Zaadjes van de betelpalm kiemen in enkele weken. Ze worden in het westen opgekweekt in broeikassen. De kleine palmboompjes worden via bloemenzaken en -markten verkocht. De betelpalm kan niet tegen direct zonlicht en is niet vorstbestendig.
RomanW-01.png
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen