Betrekkelijk voornaamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een betrekkelijk voornaamwoord of pronomen relativum is in de ontleding een voornaamwoord dat een betrekkelijke bijzin inleidt. Datgene waar in de bijzin naar verwezen wordt, wordt het antecedent genoemd, en dit antecedent kan een woord, zinsdeel of hele zin zijn.

De vormen[bewerken]

Verwijzing naar zelfstandignaamwoordgroepen[bewerken]

Naar zelfstandignaamwoordgroepen wordt doorgaans verwezen met een van de voornaamwoorden die, dat, wat en wie.

  • De vorm die verwijst naar een zelfstandignaamwoordgroep in het meervoud of naar een zelfstandignaamwoordgroep met niet-onzijdig geslacht:
Zij kent een paar mensen die nog nooit buiten hun provincie zijn geweest.
Waar is de cd die je voor je verjaardag hebt gekregen?
  • De vorm dat verwijst naar een zelfstandignaamwoordgroep met onzijdig woordgeslacht:
Daar ligt het boek dat ik aan Marie wilde geven.
Zij is een meisje dat weet wat er in de wereld te koop is.

De vorm dat wordt vaak vervangen door wat (het boek wat ...). Dat gebruik wordt door taaladviseurs sterk afgeraden. De vorm dat met als antecendent een natuurlijke persoon wordt bij een groeiend aantal sprekers, voornamelijk mensen die de Nederlandse taal nog aan het leren zijn, vervangen door die (een meisje die ...). Dat gebruik wordt door taaladviseurs ook sterk afgeraden. De combinatie van het betrekkelijk voornaamwoord dat met een voorzetsel wordt vervangen door een voornaamwoordelijk bijwoord met waar als eerste lid:

Daar ligt het boek waarmee ik Marie wilde verrassen. (en niet: ... *met wat ik Marie wilde verrassen.
  • De vorm wie heeft als antecendent een biologische persoon en wordt gebruikt na een voorzetsel:
Daar komt de vrouw met wie ik heb gesproken.

Ook de combinatie van het betrekkelijk voornaamwoord wie met een voorzetsel kan worden vervangen door een voornaamwoordelijk bijwoord met waar als eerste lid, maar taaladviseurs raden aan de vorm met wie te handhaven. Dus liever niet: ... waarmee ik heb gesproken.

Andere, minder gebruikelijke, betrekkelijke voornaamwoorden zijn:

  • (de)welke en (het)welk:
Vraag maar niet naar de zaken welke wij hebben besproken.
Alles verbleekt bij het genoegen hetwelk ik smaak bij de aanblik van haar gelaat.

Ingesloten antecedent[bewerken]

Met een niet-expliciet genoemd antecedent (ingesloten antecedent) worden doorgaans wie (voor personen), wat en hetgeen (in andere gevallen) gebruikt:

Wie (=de persoon die) daar woont, moet wel gelukkig zijn.
Ze vertelde me wat (=het ding dat) ze in de vakantie ging doen.
Ze vertelde me hetgeen ze in de vakantie ging doen.

De vorm wat[bewerken]

Taaladviseurs raden aan het betrekkelijk voornaamwoord wat alleen te gebruiken in de volgende situaties:

Het leukste wat ik ooit heb meegemaakt was mijn geboorte.
  • Het antecedent is een hele zin.
Ze vertelde dat ze ging scheiden, wat ons zeer choqueerde.
  • Het antecedent is een van de onbepaald voornaamwoorden al(les), iets en niets (hierbij kan tevens dat als betrekkelijk voornaamwoord worden gebruikt).
Alles wat ik doe mislukt!
Is er iets wat ik voor je kan doen?
  • Het antecedent is zelf ook een voornaamwoord
Hij gaf precies dat wat ik wilde hebben.

De vormen van de tweede naamval[bewerken]

De betrekkelijke voornaamwoorden wiens, wier, welks en welker zijn vormen van de tweede naamval en worden tegenwoordig minder gebruikt dan vroeger. Ze hebben als synoniemen de vorm van wie en waarvan.

  • Wiens verwijst naar enkelvoudige woordgroepen met mannelijk of onzijdig woordgeslacht.
De man wiens auto ik iedere zondag waste, bleek een misdadiger te zijn.

De vorm wiens wordt ook steeds meer gebruikt om te verwijzen naar meervoudige en vrouwelijke woorden. Dat gebruik is niet algemeen aanvaard.

  • Wier wordt gebruikt als het antecedent een meervoud of enkelvoudige woordgroep met vrouwelijk woordgeslacht is.
De vrouw wier man vorig jaar overleed, is niet van plan te hertrouwen.
Die hoge toon misstaat een regering wier bijdrage aan het vredesproces zo gering is.
De mannen/vrouwen wier visa ontbraken, werden uit de bus gehaald.

Wier wordt ook gebruikt voor niet-vrouwelijke woordgroepen die verwijzen naar een persoon met vrouwelijk biologisch geslacht:

De redactie sprak met een meisje wier vriend in de gevangenis zat.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]