Bevalling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bevallen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Pasgeboren baby met navelstreng
Bevalling, 5e eeuw v.Chr.

De bevalling of geboorte (bij de mens) is de gebeurtenis waarbij een foetus vanuit de baarmoeder door het geboortekanaal naar buiten komt als baby.

Fases[bewerken]

Begin van de bevalling[bewerken]

De bevalling wordt ingezet doordat de baarmoeder zich begint samen te trekken (weeën) waardoor de baarmoedermond verandert (verstrijken, verweken en ontsluiten). De bevalling kan ook beginnen met het breken van de vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt. Als de vliezen hoog in de baarmoeder breken, kan het vruchtwater ook druppelsgewijs verloren worden. Daarna ontstaan de weeën. Soms komen de weeën niet op gang als de vliezen gebroken zijn. Meestal wordt de bevalling dan na 24 tot 48 uur ingeleid vanwege infectiegevaar.

Tekenen[bewerken]

Een symptoom van het begin van de bevalling is het verliezen van bloederig slijm, de slijmprop die voor de baarmoederhals zat. Dit geeft aan dat de ontsluiting in gang is gezet, maar het kan ook het gevolg zijn van een inwendig onderzoek. Het is nu nog niet zeker dat de bevalling gelijk doorzet, dit kan nog een aantal dagen duren.

De ontsluitingsfase[bewerken]

De ontsluiting is het opengaan van de baarmoedermond (portio). De ontsluiting vindt plaats in het begin van de bevalling. Bij elke contractie wordt de baarmoedermond een beetje opgerekt totdat deze een diameter van ongeveer 10 centimeter heeft bereikt. Echter, voordat dit gebeurt moet de baarmoedermond eerst verweken en verstrijken. Bij een volgende bevalling gaat dit proces sneller.

Ontsluitingsfase van de cervix

Duur van de ontsluiting[bewerken]

Meting van de hartslag van het ongeboren kind en de weeën.

De duur van de ontsluiting is lastig vast te stellen. Het kan zijn dat de zwangere zelf een groot deel van de ontsluiting niet opmerkt, maar een oplettende zwangere echter kan juist al heel vroeg het begin van de ontsluiting opmerken. Verder duurt de ontsluiting bij vrouwen die nog nooit gebaard hebben (nulliparae) langer dan bij vrouwen die al een eerdere baring achter de rug hebben (1 baring: primiparae, >1 baring: multiparae). Bij de eerste bevalling van een vrouw duurt dit eerste stadium gemiddeld zo'n 24 uren, maar dit kan sterk wisselen: het kan ook in een uur gebeurd zijn of juist dagen duren. Bij de geboorte van volgende kinderen duurt de ontsluiting vaak korter.

Fases van ontsluiting[bewerken]

Als de weeën beginnen is het tijdsinterval tussen twee weeën ongeveer 10-30 minuten en duurt elke wee ongeveer 40 tot 60 seconden. De samentrekkingen van de baarmoeder komen gedurende de bevalling met steeds kortere intervallen en worden sterker, langer en pijnlijker. Dit wordt de ontsluitingsfase genoemd. De ontsluiting is in de volgende fases in te delen:

  • Beginfase: van 0 tot 4 cm ontsluiting. Aan het eind van het eerste stadium komt er elke twee uur een wee, die ongeveer een minuut aanhoudt. Deze fase kan lang duren. Twee dagen is zelfs niet abnormaal.
  • Middenfase: van 4 tot 8 cm ontsluiting. Nu gaat het een stuk sneller, omdat de weeën krachtiger worden en in een hogere frequentie voorkomen (om de 3 - 4 minuten).
  • Late fase: van 8 tot 10 cm ontsluiting. De weeën volgen elkaar nu erg snel op. De zwangere moet zich goed concentreren op het opvangen van de weeën en zij ziet het nu vaak niet meer zitten. Als de ontsluiting 10 cm is dan wordt deze beschouwd als volledig en zal uitdrijving de volgende stap zijn.

Deze fasen kunnen snel in elkaar overlopen en vooral de beginfase wordt niet door alle zwangeren opgemerkt. Omdat de weeën niet door lijken te zetten, wordt dit nogal eens verward met het hebben van 'harde buiken'.

Sommige vrouwen ervaren ook een z.g. overgangsfase: Er is dan al sprake van persdrang maar de baarmoedermond is nog niet volledig ontsloten. De verloskundige of gynaecoloog zal daarom de voortgang van de ontsluiting volgen, omdat uitdrijven bij een niet geheel ontsloten baarmoedermond schadelijk kan zijn. Het is ook mogelijk dat de weeënactiviteit geheel stopt terwijl de baarmoedermond geheel ontsloten is, dit komt echter zelden voor.

Vliezen breken voor bevalling of niet[bewerken]

Bij een bevalling wordt een onderscheid gemaakt tussen de "ontsluiting" van de baarmoedermond en de "uitdrijving" van het kind. Uit een Canadees onderzoek is gebleken, dat de totale duur van de bevalling met circa 2 uur wordt bekort, wanneer na het begin van de ontsluiting de vliezen worden gebroken. Overigens nam alleen de duur van de ontsluiting af en niet de duur van de uitdrijving. Het routinematig breken van de vliezen direct na het begin van de ontsluiting had geen nadeel voor zover uit dit onderzoek opgemaakt kon worden.

Opbouw van de weeën[bewerken]

Een wee begint minder pijnlijk en wordt naarmate de seconden voorbijgaan steeds pijnlijker tot een bepaald hoogtepunt. Daarna zwakt de pijn weer af. Als een golf. Door het sterker en pijnlijker worden van de weeën, treedt er een bepaalde gewenning aan de pijn op. Dat komt door hormonen die in de hersenen vrijkomen. Bij het ontstaan van weeën speelt het hormoon oxytocine een belangrijke rol. Dit hormoon komt vrij uit de hypofyse ten gevolge van rekking van de cervix (=Ferguson-reflex).

De uitdrijvingsfase[bewerken]

Methode van "inknippen"

Nadat de opening van de baarmoedermond voldoende is opgerekt ontstaat volledige ontsluiting en volgt het volgende stadium van de bevalling. In dit stadium wordt door grote samentrekkingen van de baarmoeder (circa 80% van de uitdrijvende kracht), en actief meepersen door de moeder, de baby door het geboortekanaal geduwd. Deze persweeën lijken wel enigszins op de aandrang bij toiletbezoek, en zijn onweerstaanbaar sterk. De vrouw kan niet anders dan actief mee gaan persen. In dit stadium van de bevalling breken de vliezen vaak, als dit niet in het begin van de ontsluitingsfase al is gebeurd. Soms is dit niet het geval, en wordt de baby nog in de vliezen geboren, oftewel "met de helm op". Als het persen langer dan circa 1 a 2 uur duurt, moet aanvullende controle van de conditie van de baby worden verricht, en zal de barende dus naar het ziekenhuis moeten, als ze nog thuis was. De gynaecoloog zal dan een hartfilmpje (CTG) van de baby maken, om te zien of deze nog in een goede conditie verkeert, en een nog langer durende bevalling aankan. Ook controleert de gynaecoloog of er een bijzondere reden is dat de bevalling zolang duurt, zoals een afwijkende ligging van het hoofd van de baby. Vaak is de oorzaak onvoldoende weeënkracht, en dan zal via een infuus oxytocine worden toegediend, om de weeën krachtiger te maken. Oxytocine is het natuurlijke hormoon uit de hypofyse dat de weeën veroorzaakt. Als de bevalling alsnog vordert, de moeder nog energie over heeft, en de baby het goed maakt dan is er geen bezwaar om langer dan 1 uur te persen. Als de bevalling stagneert; "een niet vorderende uitdrijving" dan is een vaginale kunstverlossing (vacuüm- of tangverlossing) dan wel een keizersnede (sectio caesarea) geïndiceerd. In sommige gevallen is alleen "inknippen" (episiotomie) van de bilnaad (perineum) voldoende om de baby alsnog op de normale manier geboren te laten worden. Het grootste deel van de baby, het hoofd, kost de meeste moeite om naar buiten te persen. Als het hoofdje eenmaal geboren is, zal in de meeste gevallen nog slechts één perswee nodig zijn om het hele lijfje naar buiten te duwen.

De nageboorte[bewerken]

Borstvoeding bespoedigt de genezing van de moeder

Binnen ongeveer tien minuten tot een half uur na de geboorte van het kind wordt de placenta of moederkoek nog uitgestoten, dit wordt nageboorte genoemd. Pas dan is de bevalling afgelopen. De geboorte van de placenta kan bespoedigd worden door een injectie met oxytocine. Een natuurlijke manier om de placenta te helpen uitdrijven is om te zuigen aan de tepel. Dit kan gedaan worden door het kind of door de partner. Als de placenta binnen 1 uur na de geboorte van het kind niet geboren wordt, is spontane uitstoting van de placenta niet meer waarschijnlijk. De gynaecoloog zal dan op de operatiekamer de placenta manueel verwijderen. De placenta laat een wond achter in de baarmoeder waardoor de vrouw gedurende een aantal weken vloeit.

Na de bevalling[bewerken]

Tot ongeveer 1970 moest de vrouw direct na de bevalling een aantal dagen een sluitlaken om, dit wordt tegenwoordig zelden meer gedaan. Na de bevalling vloeit de vrouw nog ongeveer 10 dagen. Deze bloeding is veel heftiger dan tijdens een menstruatie. Na ongeveer 10 dagen neemt het vloeien af en lijkt de vloeiing wel op een normale menstruatie. De vrouw kan pijn hebben in haar buik of in haar rug. Dat komt door de baarmoeder, die zich weer samentrekt om zijn oorspronkelijke afmetingen weer aan te nemen. Dit worden ook wel naweeën genoemd. De grootte van de baarmoeder wordt gecontroleerd door de kraamverzorgster en de verloskundige. Bij het geven van borstvoeding treden deze baarmoedercontracties in sterkere mate op, hetgeen het herstel bespoedigt zodat de wond die ontstaan is door het loslaten van de placenta sneller geneest en kleiner wordt. Vrouwen die geen borstvoeding geven zullen meestal langer vloeien dan vrouwen die wel borstvoeding geven. De meeste vrouwen die borstvoeding geven zullen 3-4 weken na de bevalling niet meer vloeien. Het hoeft niet bij elke vrouw hetzelfde te zijn. Sommige vrouwen vloeien na de bevalling net zoals tijdens een menstruatie en deze periode ligt dan ook gelijk. Zes weken na de bevalling vindt er een controle plaats door de verloskundige of de gynaecoloog.

Kraamweken[bewerken]

Veel vrouwen krijgen op de derde of vierde dag van het kraambed de zogenaamde kraamtranen. Hiermee wordt een dag bedoeld waarbij de vrouw extreem emotioneel is en plotseling in huilen kan uitbarsten. Zo'n dag is heel gewoon en is het gevolg van alle nieuwe indrukken en alle lichamelijke veranderingen die er plaatsvinden zoals verandering in hormonen, stuwing en soms nog hechtingen. Een bevalling is zowel lichamelijk als geestelijk een enorme ervaring. Voor de meeste vrouwen geldt dat zij binnen enkele weken lichamelijk weer redelijk opgeknapt zijn. Uitzonderingen kunnen zijn als de vrouw een keizersnede heeft ondergaan, of een HELLP of pre-eclampsie heeft doorgemaakt. Lichamelijke klachten als gevolg hiervan kunnen zeker tot een jaar na de bevalling blijven bestaan. Ook geestelijk knappen de meeste vrouwen weer snel op. In het tijdsbestek van een aantal weken wordt een nieuwe ritme thuis opgebouwd en leren baby en moeder, vader en eventuele andere kinderen elkaar goed kennen. De geestelijke gezondheid van de vrouw knapt minder snel op als er complicaties waren tijdens de zwangerschap of bevalling.

Sommige vrouwen blijven geestelijke klachten houden of merken dat zij gedurende een lange tijd depressief blijven. Deze vrouwen kunnen niet blij zijn met hun baby, ze zitten niet lekker in hun vel en merken dat elke inspanning gedurende de dag eigenlijk te veel voor hen is. Zulke situaties zijn niet normaal en aandacht van de huisarts, verloskundige of gynaecoloog is noodzakelijk. Men spreekt dan van een postnatale depressie of post-partumdepressie. Een post-partumdepressie is in de meeste gevallen goed te behandelen met medicatie. Het is een lichamelijke aandoening die geestelijke klachten tot gevolg heeft. De klachten van deze vrouwen zit dus zeker niet tussen de oren. Een extreme vorm van post-partumdepressie is een post-partumpsychose waarbij zich ook waandenkbeelden voordoen.

Mogelijke problemen bij de zwangerschap en baring[bewerken]

Postpartum baby
Geboorte door middel van een keizersnede

Hulp bij de baring[bewerken]

Wanneer de bevalling niet voorspoedig verloopt en het gevaar bestaat dat moeder of kind schade zouden kunnen oplopen, kan worden besloten het geboorteverloop te bespoedigen. Indien er aanwijzingen bestaan, dat de conditie van het kind niet optimaal is, dan wel dat de conditie van het kind in verloop van tijd duidelijk achteruit gaat (foetale nood), of als er sprake is van een niet (voldoende) vorderende uitdrijving, kan gekozen worden voor een kunstverlossing ("verlostang" of een vacuümextractie) om de geboorte van het kind te bespoedigen.

Als de geboorte nog niet ver genoeg gevorderd is, voor het gebruik van bovengenoemde hulpmiddelen en de conditie van moeder en of kind het niet toelaten het natuurlijke verloop van de baring af te wachten, kan worden besloten om de baby niet via het geboortekanaal maar via een operatie uit de baarmoeder te halen. Zo'n operatie heet een keizersnede, en houdt in dat de buik van de moeder met een horizontale snede wordt geopend. In de meeste gevallen bestaat er voldoende tijd de moeder op deze operatie voor te bereiden, daar verslechtering van de conditie van moeder en kind meestal een sluipend proces is. In enkele gevallen is belangrijk dat een keizersnede acuut kan worden uitgevoerd.

Voor de komst van de moderne verloskunde kon een bevalling voor de moeder in bepaalde gevallen een risico voor de gezondheid zijn. Een klein percentage vrouwen overleed aan complicaties, praktisch altijd door overmatig bloedverlies of door het optreden van infecties, de zogenaamde kraamvrouwenkoorts. Tegenwoordig kan overmatig bloedverlies meestal worden voorkomen door bij meer dan normaal bloedverlies na de bevalling medicamenten toe te dienen die het samentrekken van de baarmoeder stimuleren en op die manier het bloedverlies verminderen. Indien deze maatregelen niet voldoende zijn, kan het geven van een bloedtransfusie in zeldzame gevallen noodzakelijk worden, waarvoor de moeder in het ziekenhuis opgenomen wordt. Bij het optreden van infecties worden tegenwoordig antibiotica toegediend. Samenvattend kan gezegd worden, dat sinds het bestaan van veilige bloedtransfusies en antibiotica, moedersterfte zeer zeldzaam geworden is.

Besmettingen tijdens de geboorte[bewerken]

Ongeveer 20 procent van alle mensen en dus ook zwangere vrouwen draagt de bacterie Streptococcus agalactiae (ook wel GBS, Groep B Streptokokken genoemd) bij zich in de darm. Bij een klein deel van de vrouwen kan ook in de vagina deze bacterie worden gevonden, meestal zonder dat ze daar zelf last van heeft. Vooral als er tijdens de bevalling risicofactoren optreden, zoals vroeggeboorte, langdurig gebroken vliezen of koorts, is er een verhoogd risico van besmetting van de pasgeborene. Jaarlijks nemen 100 tot 150 pasgeboren kinderen deze besmetting tijdens de geboorte van de moeder over. Zij lijden dan aan longontsteking (pneumonie), sepsis (bloedvergiftiging) of meningitis (hersenvliesontsteking). Als bekend is dat de vrouw drager is, wordt bij de eerder genoemde risicofactoren tijdens de bevalling een antibiotica-infuus gegeven. De kans op een ernstige bacteriële infectie van de pasgeboren baby vermindert daardoor aanzienlijk.

In de middeleeuwen bevielen vrouwen vaak in zittende houding
Bevalling op een Grieks eiland, 1801
Bevalling, 1237

Bevallen en contraceptieven vroeger[bewerken]

Een baarstoel waarop vrouwen kunnen bevallen

Uit vondsten van archeologen uit de periode van 5000 jaar voor Christus blijkt dat de baring toen in zittende houding of gehurkt plaatsvond. Ook uit afbeeldingen van latere datum bleek de baring rechtop in plaats van liggend plaats te vinden. In de middeleeuwen bevielen de vrouwen eveneens voornamelijk in zittende houding. Dat gebeurde vaak op een speciale baarstoel waarin een grote opening zat. Populair was in die tijd ook de schootverlossing, waarbij de barende vrouw op de schoot van haar echtgenoot zat. Pas in de Victoriaanse tijd kwam in de westerse wereld het liggend baren in zwang. Veel volkeren die veel dichter bij de natuur staan dan de mensen in het Westen bevallen ook nu nog net zoals dat honderden jaren geleden in het Westen gebeurde. In bijna geheel Afrika, Midden- en Zuid-Amerika en ook wel in delen van Azië bevallen de vrouwen tot op de dag van vandaag nog staand, zittend of gehurkt. Soms zelfs tussen de normale werkzaamheden op het land door.

Bij de Zoeloes is het de traditie dat de kinderen bij de geboorte aanwezig zijn, omdat dit beschouwd wordt als een belangrijk onderdeel van hun opvoeding. De bevalling vindt plaats in een kamer die speciaal voor de gelegenheid is schoongemaakt en versierd met prachtig houtsnijwerk en andere voorwerpen, omdat de eerste dingen die de nieuwgeboren baby te zien krijgt mooi moeten zijn. De moeder ligt niet in bed maar knielt op de vloer, geholpen door andere vrouwen. Ze is bezig met een actieve taak waarbij ze assistentie krijgt van vrouwen die de kinderen al goed kennen. De sociale verhoudingen tussen de mensen die bij de geboorte aanwezig zijn en de fysieke omgeving zijn dus duidelijk verschillend van die waarin de bevalling in de Westerse technologische cultuur plaatsvindt.

Oude Hettitische tabletten maken gewag van 'Papanikri', het geboorteritueel. Het baren gebeurde ook daar op een aangepaste houten stoel, in bijzijn van een priesteres. De gebruikte contraceptieven zijn bekend van gelijktijdige samenlevingen, zoals het Oude Egypte met wie er handelsbetrekkingen waren. Ze waren zeker reeds in omgang in 1850 v.Chr. Egyptische documenten maken gewag van uitwisseling van remedies met Minoïsch Kreta onder de Myceense bezetting.

Alternatieve methodes[bewerken]

Natuurlijke bevalling[bewerken]

In de loop van de laatste tientallen jaren werden door diverse dokters een aantal methodes uitgedacht, die de vrouw helpt een natuurlijke bevalling (zonder verdoving) te beleven.

Grantley Dick Reed, een Engelse dokter, wordt als pionier aanzien als het gaat over een meer gevoelsmatige benadering van de geboorte. Hij geloofde dat geen enkele fysiologische lichaamsfunctie (waaronder de baring) pijn mag veroorzaken als men in een goede gezondheid verkeert. Uit het feit dat sommige vrouwen wel pijn hadden tijdens de bevalling, en anderen niet, concludeerde hij dat het niet de baring zelf was die de pijn veroorzaakte, maar de onderliggende emotionele staat van de vrouw en de manier waarop de bevalling werd aangevoeld. De bedoeling van de methode van Reed is om de angsten en verwachtingen die in verband staan met pijn, te overwinnen. Dit wordt voornamelijk door voorlichting verwezenlijkt. Het leerproces omvat gedetailleerde uitleg over de anatomie en de bevalling, relaxatietechnieken, training, ademhalingsoefeningen en een algemene fysieke training. Ook de vader wordt actief bij het geboorteproces betrokken. De cursus HypnoBirthing - The Mongan Method[1], die je in Nederland ook kunt volgen, is deels gebaseerd op de uitgangspunten van Grantley Dick Reed.

Natuurlijke bevalling
Het doorknippen van de navelstreng

De methode ontwikkeld door de Russische arts Ferdinand Lamaze gaat er van uit dat men de fysiologische oorzaak van en de psychische reactie op pijn moet begrijpen, alvorens men een pijnloze bevalling kan hebben. Tijdens de weeën produceren de samentrekkingen van de baarmoeder zenuwimpulsen die voor interpretatie naar de hersenen worden gestuurd. Met de ontwikkeling van de moderne beschaving, werden deze impulsen geleidelijk aan geassocieerd met pijnreflexen, zodat de in wezen pijnloze samentrekkingen nu pijnlijk zijn geworden. Volgens de mensen die de theorie van Lamaze ondersteunen, worden deze voorwaardelijke reflexen niet veroorzaakt door persoonlijke ervaringen, maar door het feit dat overal rond ons heen een bevalling als pijnlijk wordt voorgesteld. Een van de doelen van de methode van Lamaze is het uitschakelen van de pijnlijke, negatieve gevoelens die geassocieerd worden met de geboorte. Dit wordt gedaan door de gedachte af te leiden van deze onplezierige gevoelens, naar het feit dat de baarmoedersamentrekkingen een belangrijke functie uitoefenen in gans het geboorteproces. Verder leert men de vrouw door speciale ademhalings- en ontspanningsoefeningen als het ware geen pijn meer te voelen. Hiervoor mag dan wel wat oefening nodig zijn, het kan geen kwaad voor de vrouw en het kind.

Een heel andere manier van bevallen is ontwikkeld door de Franse vrouwenarts Frédérick Leboyer. Hij schreef in 1975 een boek met de titel "Geboren worden zonder pijn". Daarin beweerde hij dat de geboorte een groot schrikeffect bij de baby teweegbrengt, omdat de baby vanuit de duistere en warme baarmoeder ineens in een koude, droge, lichte en luidruchtige omgeving terecht komt. Het zou daarom beter zijn als de bevalling plaatsvond in een halfdonkere en vrij stille kamer en als de baby vrij snel na de geboorte op de buik van de moeder zou worden gelegd. De navelstreng wordt pas doorgeknipt als hij stopt met kloppen, zodat de baby een maximale hoeveelheid zuurstof kan ontvangen. Daarna wordt de rug van de pasgeborene gemasseerd en krijgt hij of zij een bad op lichaamstemperatuur. Leboyer beweert dat de baby's dan veel minder huilen en schreeuwen, omdat ze zich niet angstig voelen. Of dit allemaal waar is, wordt door sommige artsen betwijfeld. Er zijn geen wetenschappelijke gegevens over het nut van deze methode. Voorstanders vinden dat deze techniek een positieve bijdrage geeft aan de bevalling, zowel voor de moeder als voor het kind. Tegenstanders vinden dat het weinige licht gevaarlijk kan zijn bij de beoordeling van het verloop van de geboorte, en dat het warm bad de ademreflex kan belemmeren.

De methode van Robert Bradley is er op gericht de noodzaak voor pijnbestrijding uit te schakelen door gerichte relaxatie via buikademhaling. Men leert de vrouwen oefeningen aan waarmee ze bepaalde spieren kunnen ontwikkelen en hoe men zijn ademhaling kan synchroniseren met de baarmoedersamentrekkingen. Om de pijn te verzachten wordt aangeleerd om tijdens de bevalling aan aangename dingen te denken. Koppels beginnen met de Bradley lessen als de vrouw zes maanden zwanger is, en ontmoeten elkaar wekelijks tot aan de geboorte. Er wordt een grote nadruk gelegd op het feit dat de man actief aan de bevalling meewerkt en dat medicatie in de mate van het mogelijke moet achterwege gelaten worden.

Al deze alternatieve methodes van bevallen zijn vooral in Amerika in trek. In Nederland is HypnoBirthing -The Mongan Method in opkomst. De methodes van Lamaze en Bradley worden er veel aangeleerd. Het onderwerp is echter nog steeds wat controversieel, en sommigen beweren dat de voordelen van de methodes louter psychologisch zijn. Toch blijkt in de praktijk dat vrouwen die met één van de methodes bevallen, minder lang weeën hebben, minder verdoving nodig hebben en een meer positieve instelling ten opzichte van de baby en de geboorte hebben. Het grootste nadeel is dat als er toch een verdoving dient gegeven te worden, de vrouw dit vaak als een mislukking van zichzelf zal aanzien.

Pijnloos bevallen[bewerken]

Peridurale anesthesie (pijnbestrijding door middel van een ruggenprik)
Ruggenprik tussen de wervels
Bevalling, tempel in Edfu, Egypte

Bij een eerste kind kan het baringsproces lang duren en kan de pijn, versterkt door angst en stress, hevig zijn. Daarbij worden niet alleen de reserves van de moeder aangesproken, maar ook die van het kind. Wanneer beide uitgeput raken, kan dat de bevalling bemoeilijken. Veel vrouwen vragen op zo'n moment naar een verdoving.

Vrouw tijdens bevalling, de andere vrouw houdt polei vast en gebruikt een vijzel, 13e eeuw

De meest populaire verdoving in de verloskunde is de epidurale analgesie (ruggenprik), dit wordt de verloskundige epiduraal genoemd. Met deze techniek worden enkel buik en benen gevoelloos gemaakt. Bovendien treedt mentaal geen versuffing op, waardoor de moeder de bevalling kan volgen. Bij deze verdoving wordt een flexibele katheter in de ruimte gebracht rond de schacht die de ruggengraat omringt. Daartoe wordt eerst de omliggende huid lokaal verdoofd. Vervolgens wordt een naald tussen twee schijven geplaatst, waar de katheter wordt door ingebracht. De naald wordt verwijderd en de katheter, waarlangs constant de verdoving wordt ingebracht, zit op zijn plaats. De prik die nodig is voor het inbrengen van de naald, kan pijnlijk zijn. Soms mislukt het inbrengen en moet het opnieuw gebeuren.

Het plaatsen van de katheter kan tot dertig minuten duren, en het duurt daarna nog eens maximaal dertig minuten eer de pijn verdwijnt. Een epidurale verdoving kan de bevalling vertragen indien ze werd toegediend indien de weeën nog niet hevig genoeg waren.

De dosis van de toegediende pijnstillers is zo berekend dat het kind er geen nadelige invloed van ondervindt. Dankzij het slangetje, dat gedurende de hele bevalling ter plaatse blijft, kan altijd verdoving worden bijgegeven, indien dat nodig zou zijn.

Ook het nageboorteonderzoek en het hechten van de knip, indien die is uitgevoerd, gebeuren onder dezelfde verdoving. Blijkt de bevalling moeilijk te verlopen, en besluit de gynaecoloog tot een keizersnede, dan kan die meteen plaatsvinden. Ook dan kan de moeder haar kind direct in de armen nemen na de ingreep. Enkele uren na de geboorte is de verdoving uitgewerkt.

Vrouwen die kiezen voor pijnloos bevallen, kunnen zich ten volle op de geboorte van hun kind concentreren. De epidurale verdoving vermindert de pijn van de baarmoedersamentrekkingen. Ook de persdrang tijdens de tweede fase van de bevalling kan kleiner worden. Daarom moet men tijdens de verlossing vaker zijn toevlucht nemen tot vacuümextractie, verlostang of keizersnee. Dit is een van de argumenten die vaak worden aangevoerd om geen epidurale verdoving te gebruiken.

Een epidurale verdoving loopt helaas niet altijd van een leien dakje. Zo moet de zwangere vrouw haar rug goed krommen om de ruggenprik mogelijk te maken. De dikke buik en de spanning kunnen het plaatsen van de injectie wel eens bemoeilijken. Eens de verdoving geplaatst, kan het gebeuren dat de bloeddruk ineens verlaagt (bloeddrukval). Is dat het geval, dan wordt een bloeddrukverhogend middel ingespoten. Ook misselijkheid en braken zijn niet uitgesloten. Soms is de anesthesist al te voorzichtig geweest en heeft hij te weinig verdovende stof ingespoten, zodat de vrouw toch nog pijn voelt. Andere gevaren zijn: meningitis, een bloedstolsel rond de ruggengraat en vorming van abces waar de katheter heeft gezeten. Sommige patiënten hebben last van rugpijn van enkele weken tot drie maanden na de ingreep. Verlammingsverschijnselen na een epidurale verdoving zijn gelukkig uiterst zeldzaam en worden in de medische literatuur met maximaal 1 op 10.000 aangegeven.

Pijnloos bevallen is niet voor iedereen weggelegd. Bij bepaalde rugproblemen (vergroeiingen tussen wervels bijvoorbeeld), bij stollingsziekten, koorts of een bekende allergie tegen de verdovende producten, mag een epidurale analgesie niet worden toegepast. Daarom zal elke zwangere vrouw die pijnloos wil bevallen vooraf onderzocht worden door een anesthesist.

Sommige ziekenhuizen dienen de ruggenprik zo toe, dat men tijdens de weeën nog kan rondlopen. Deze nieuwe techniek wordt echter nog niet overal toegepast.

In 2005 beviel 65% van de Vlaamse vrouwen met een epidurale verdoving (tegenover 31,7% in 1991). In sommige ziekenhuizen krijgt nu al 75 procent van de zwangere vrouwen epidurale anesthesie toegediend, in andere nog maar 13 procent. In Nederland ligt dit getal structureel veel lager (10% in 2003)[2]. De rest bevalt zonder verdoving. Bevallen met epidurale anesthesie gebeurt meer in ziekenhuizen die 24 uur een beroep kunnen doen op een anesthesist. Ook in universitaire ziekenhuizen en tijdens kantooruren worden meer epidurale anesthesie toegediend. In Nederland is men veel terughoudender met epidurale anesthesie bij bevallingen en in het algemeen met pijnbestrijding bij de bevalling, zoals ook het aantal thuisbevallingen in Nederland veel hoger ligt (2005: ca 30%) dan in vrijwel alle andere westerse landen[3].

In de medische wereld wordt de groei van de spinale anesthesie toegejuicht bij keizersneden. Met algemene anesthesie wordt de vrouw beroofd van het voorrecht bewust te bevallen, en houdt de bevalling meer risico's in. Mede door het intenser gebruik van de epidurale anesthesie stijgt het aantal keizersneden snel, hoewel het Europese gemiddelde nog niet bereikt is. Voorstanders zeggen dat een keizersnede veilig en eenvoudig is, tegenstanders noemen het onnatuurlijk en wijzen op het risico op littekens en ademhalingsproblemen bij de pasgeborene. De beroepsaansprakelijkheid speelt ook mee: verzekeringsmaatschappijen vragen minder hoge premies voor een keizersnede dan voor een natuurlijke bevalling.[bron?]

Bevallen op hogere leeftijd[bewerken]

Vrouwen bevallen op steeds hogere leeftijd. Terwijl specialisten in vruchtbaarheid het erover eens zijn dat het vrouwelijk lichaam op jonge volwassen leeftijd ideaal geschikt is tot voortplanting, stelt men vast dat, onder sociale omstandigheden, vrouwen alsmaar op oudere leeftijd moeder worden. Opmerkelijk is de verschuiving naar bevallingen bij vrouwen van 30 jaar en ouder: meer dan 40% van de bevallingen worden geregistreerd bij vrouwen die ouder zijn dan 30 jaar, zo blijkt uit een studie in Nederland. Anderzijds weet men dat het risico op bepaalde aangeboren afwijkingen sterk toeneemt als een vrouw 35 wordt. In België was 35 procent van de moeders bij bevallingen in 1994 ouder dan dertig jaar. In 1990 was dat nog maar 27,4 procent. De gemiddelde leeftijd steeg in die vier jaar van 26,1 naar 26,9 jaar voor het eerste kind en van 29,2 naar 29,9 voor het tweede kind.

Vrijen na de geboorte[bewerken]

Na de geboorte zal de baarmoeder nog meerdere weken bloeden. De kans is groot dat de vaginastreek - in het bijzonder als er een episiotomie werd uitgevoerd - gedurende die periode pijnlijk is. Er wordt aangeraden de geslachtsgemeenschap pas te hervatten indien het bloeden is gestopt, de wond is genezen en de partners weer interesse tonen in het vrijen. Bij sommige koppels duurt deze periode drie weken, bij anderen langer dan een maand. De universiteit van Utah concludeerde uit een onderzoek onder 42 koppels, dat de gemiddelde duur tussen de geboorte en de hervatting van de betrekkingen op 4½ week lag.

Uit een ander rapport kwam naar voren dat sommige vrouwen er na de bevalling niet meer in slagen tot een orgasme te komen. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat spanningen en vermoeidheid er voor zorgen dat men zich tijdens het vrijen niet kan ontspannen. Pas als men zich aan het nieuwe leven heeft aangepast, kan men weer meer van seksualiteit genieten.

De plotselinge afname van hormonen na de geboorte, kan er voor zorgen dat er minder vaginaal vocht wordt geproduceerd. Dit probleem kan opgelost worden door het gebruik van een glijmiddel op waterbasis.

Uit een onderzoek van het blad 'Ouders Van Nu' blijkt dat het eerste seksuele contact na de bevalling bij 27% plaatsvond binnen een maand, bij 41% binnen twee maanden, bij 13% binnen drie maanden en bij 9% later. 6% was nog niet opnieuw begonnen met vrijen tijdens het onderzoek. Bijna de helft van de vrouwen vond de eerste keer na de bevalling pijnlijk en een derde van hen was angstig.

Vergelijking met andere zoogdieren[bewerken]

Omdat de menselijke schedel zo groot is, en ook door de vorm van het bekken van de vrouw (noodzakelijk omdat de mens op twee benen loopt), is de geboorte van een menselijke baby moeilijker dan die van andere zoogdieren.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. HypnoBirthing
  2. gegevens SPRN; Stichting Perinatale Registratie Nederland, 2003
  3. JG Nijhuis, De ziekenhuisbevalling. Pijnstilling tijdens de bevalling:bepaald geen luxe. Medisch Contact, jrg. 60, nr. 15, 15 april 2005
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek