Bevolking van de Falklandeilanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bewoners van de eilanden.

De meerderheid van de inwoners van de Falklandeilanden zijn van Britse afkomst (ongeveer 70%). Daarnaast zijn er Britten die zijn ingeburgerd, de zogenaamde 'belongers'. Deze 'belongers' zijn trouwens voor een deel ook van Scandinavische afkomst. Verder leven er Chilenen op het eiland. Recentelijk zijn er ook mensen van St. Helena komen wonen.

Bevolking[bewerken]

De bevolking noemt zichzelf Islanders. Ze zijn zowel Brit, als Falkland Islander. Door buitenstaanders worden de Islanders ook wel Kelpers genoemd, maar deze naam wordt onder de bewoners niet langer gebruikt.

De Falklandoorlog heeft de eilandengroep in de belangstelling gebracht. Behalve emigranten zijn ook investeerders geïnteresseerd geraakt in de eilanden. Verder is de hulp van Groot-Brittannië aan het eiland toegenomen na de oorlog. De inkomsten van de Falklands zijn tussen 1982 en 1992 verdrievoudigd, en er bestaat nu een nijpend tekort aan arbeidskrachten. De economische opleving wordt voornamelijk veroorzaakt door de visserij en haar nevenindustrieën. De exclusieve 150 mijlszone rond de eilanden verzekert de Falklands van een stabiele bron van inkomsten.

De bewoners moeten echter nog wennen aan al deze economische activiteiten. Er ontstond een zekere frictie tussen de Kelpers en de grote aantallen (tijdelijke) emigranten. Uit Engeland kwamen militairen, technici en bestuurders, terwijl daarnaast grote aantallen gastarbeiders van het Britse eiland Sint Helena werden 'geïmporteerd'.

Deze ontwikkeling heeft het straatbeeld van Port Stanley ingrijpend veranderd. De klassieke landrover heeft gezelschap gekregen van Japanse en Europese auto's. Dit heeft tezamen met het militaire verkeer tot een ieders verbazing geleid tot de invoering van stoplichten en zelfs van kleine verkeersopstoppingen. Maar de overvloed aan inkomsten heeft natuurlijk ook positieve kanten. Het onderwijs kon verbeterd worden, terwijl het voorheen primitieve transportsysteem, dat bestond uit een handjevol bejaarde landrovers, op peil kon worden gebracht.

Het isolement van de Falkland-eilanden is voornamelijk gebroken met de opening van de nieuwe militaire luchthaven, die is uitgerust met een lange startbaan, zodat grote straalvliegtuigen er kunnen landen. Dit maakte een reductie van het Engelse garnizoen mogelijk. In geval van nood kunnen binnen 24 uur troepen via het eiland Ascension vanuit Engeland worden overgevlogen.

De luchthaven ontvangt wekelijks twee civiele vluchten uit Londen, terwijl de Falklands voor de oorlog slechts een keer in de twee weken een (onbetrouwbare) luchtverbinding hadden met het stadje Comodoro Rivadavia in Patagonië. Er bestaat nu ook een regelmatige (eens per maand) scheepsverbinding met het moederland.

Al deze contacten hebben de eilanden deelgenoot gemaakt van de moderne wereld. Vroeger werd de post eens per maand ontvangen. Nu is deze frequentie opgevoerd tot tweemaal per week. Een satellietstation brengt zonder vertraging televisie en radio-uitzendingen uit Engeland. Voor de oorlog waren de korte-golfuitzendingen van de BBC met daarin berichten en groeten van de familie overzee een evenement dat het hele gezin samenbracht rond een knetterend radiotoestel. De oorlog met Argentinië heeft de Falkland-eilanden uit hun isolement gehaald en tot een welvarend onderdeel van het Britse Rijk gemaakt. Maar zoals met alle ingrijpende veranderingen het geval is, ziet lang niet iedereen deze voordelen als iets goeds. De heimwee naar het rustige bestaan van weleer neemt toe naarmate de ontwikkeling zich aandient.