Indo-Pakistaanse oorlog van 1971

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Indo-Pakistaanse oorlog van 1971 was een gewapend conflict tussen India en Pakistan.

Inhoud

[bewerken] Achtergrond

Bij de deling van India in augustus 1947 was beslist om het gebied op te delen volgens godsdienst: India was overwegend hindoeïstisch en Pakistan overwegend islamitisch. Daardoor bestond Pakistan niet aan elkaar grenzende delen: een deel ten westen van India en een deel ten oosten van India. Beide delen lagen 1500 kilometer van elkaar. Oost-Pakistan was rijk aan aardgas. India en Pakistan hadden eerder de Eerste Kasjmiroorlog en de Tweede Kasjmiroorlog uitgevochten.

Nota bene: in dit artikel worden de delen van Pakistan als Oost-Pakistan en West-Pakistan bestempeld. Officieel ging het om één land met de naam Pakistan.

[bewerken] Verkiezingen

Op 7 maart eiste sjeik Mujibur Rahman op een massabijeenkomst van een miljoen mensen Oost-Pakistaanse onafhankelijkheid. Bij de verkiezingen van 1970 veroverde zijn Awami Liga 167 van de 169 zetels in Oost-Pakistan. Ze hadden daarmee een meerderheid van de 313 zetels in het Pakistaanse parlement. Ali Bhutto, die in West-Pakistan de meeste stemmen had behaald, weigerde in te stemmen met de benoeming van Mujibur Rahman tot premier. Militair president generaal Yahya Khan zette op 25 maart 1971 vanuit West-Pakistan het leger in tegen de Oost-Pakistaanse hoofdstad Dhaka om het leger en de politie aldaar te ontwapenen. Mujibur Rahman werd gearresteerd en naar West-Pakistan afgevoerd. Zijn Awami Liga werd buiten de wet gesteld. Het West-Pakistaanse leger richtte een genocide aan, waarbij tussen 300.000 en 3 miljoen mensen het leven lieten. Vooral leden van de hindoeïstische minderheid, maar ook intellectuelen en jonge mannen, werden het slachtoffer.

[bewerken] Onafhankelijkheid

Majoor Ziaur Rahman las op 27 maart 1971 op de radio de onafhankelijkheidsverklaring van Oost-Pakistan ten opzichte van West-Pakistan voor. Verschillende Oost-Pakistaanse legereenheden sloten zich aan bij het streven naar onafhankelijkheid. De kopstukken vluchtten naar India en vormden er een regering in ballingschap.

[bewerken] India steunt Oost–Pakistan

De Indiase eerste minister Indira Gandhi, die persoonlijk bevriend was met Mujibur Rahman, zegde meteen volle steun toe aan de onafhankelijkheidsstrijd. Tien miljoen mensen vluchtten naar India. In vluchtelingenkampen in India werden Mukti Bahini guerrilla's gerekruteerd en geoefend. India leverde hen steun en wapens.

[bewerken] Buitenlandse steun

De Verenigde Staten onder president Richard Nixon en minister Henry Kissinger waren een bondgenoot van West-Pakistan en leverden wapens via Jordanië en Iran. Indira Gandhi bezocht Europa in de herfst van 1971 en wist Groot-Brittannië en Frankrijk te overtuigen om resoluties ten gunste van West-Pakistan te blokkeren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Op 9 augustus sloot Indira Gandhi een verdrag met de Sovjet-Unie. Dit verkleinde de kans dat China, een traditionele bondgenoot van West-Pakistan, zich in het conflict zou mengen. China en India hadden in 1961 de Sino-Indiase oorlog uitgevochten.

[bewerken] Dreiging

In november trok India troepen samen aan de grens met Oost-Pakistan. Een Indiaas offensief had meer kans van slagen in de winter, omdat de drassige wegen in Oost-Pakistan dan droger zouden zijn en omdat de bergpassen van de Himalaya dan ontoegankelijk zouden zijn, hetgeen Chinese inmenging moeilijker zou maken. Op 23 november riep Yahya Khan de noodtoestand uit in heel Pakistan.

[bewerken] Oorlog

Op zondag 3 december 1971 om 17:30 gaf Yahya Khan bevel aan de West-Pakistaanse luchtmacht om acht vliegvelden in het noordwesten van India (waaronder Agra) aan te vallen met 50 bommenwerpers. Vanaf middernacht lanceerde India een tegenaanval in de lucht en over land tegen het West-Pakistaanse leger in Oost-Pakistan. Yahya Khan viel daarop India aan vanuit het westen. India lanceerde in het westen een tegenoffensief en veroverde daarbij West-Pakistaanse grondgebied. De Indiase zeemacht viel de haven van Karachi aan en bracht er een mijnenveger en twee torpedobootjagers tot zinken. De Indiase luchtmacht vloog 4000 missies boven West-Pakistan. De West-Pakistaanse luchtmacht kon daar weinig tegen in brengen, vooral door moeilijkheden met het technisch grondpersoneel.

[bewerken] Nucleair blufpoker

Op 11 december verscheen een eskader rond het met nucleair bewapende Amerikaanse vliegdekschip USS Enterprise in de Golf van Bengalen. Kort daarop verschenen nucleair bewapende Sovjet-Russische oorlogsschepen en ook een nucleaire onderzeeboot vanuit Vladivostok in de Indische Oceaan.

[bewerken] Overgave

Op 16 december gaf luitenant-generaal Niazi van het West-Pakistaanse leger in Oost-Pakistan zich over. 90.000 krijgsgevangenen werden naar kampen in India gevoerd. Oost-Pakistan werd als Bangladesh onafhankelijk. India gaf het op West-Pakistan veroverde gebied terug. Pakistan liet Mujibur Rahman vrij. Hij kwam op 10 januari terug in Dhaka.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen