Bezetting van Japan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De bezetting van Japan was een zeven jaar durende periode waarin Japan werd bezet door de geallieerden, onder leiding van de Verenigde Staten. De bezetting begon op 28 augustus 1945, 14 dagen nadat Japan zich over had gegeven tijdens de Tweede Wereldoorlog, en duurde tot 28 april 1952. Het is tot op heden de enige keer in de geschiedenis van Japan dat het land door een buitenlandse troepenmacht werd bezet.

Verloop[bewerken]

Vertegenwoordigers van Japan aan boord van de USS Missouri, voorafgaand aan het tekenen van de overgave.

De Japanse capitulatie aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was een feit op 14 augustus 1945. Die dag liet Japan de geallieerden weten dat het land de Verklaring van Potsdam zou accepteren. De dag erna kondigde keizer Hirohito de overgave aan op de radio. Deze dag staat tegenwoordig bekend als V-J Day.

Na de Japanse capitulatie benoemde de Amerikaanse president Harry S. Truman generaal Douglas MacArthur tot Supreme Commander of the Allied Powers, en gaf hem hiermee de verantwoordelijkheid voor het toezien op de bezetting en wederopbouw van Japan. Net als bij de bezetting van Duitsland hadden de geallieerden besloten Japan en alle landen die door Japan waren bezet in de Tweede Wereldoorlog in zones te verdelen, die elk door een ander geallieerd land zouden worden bestuurd. Het plan voor de verdeling was als volgt:

MacArthur kreeg echter het bevel over alle primaire eilanden van Japan (Honshū, Hokkaidō, Shikoku en Kyūshū). De reden waarom de plannen werden veranderd is onbekend. Redenen zijn mogelijk het feit dat de Amerikaanse macht was gegroeid met de ontwikkeling van de atoombom, en het feit dat Truman de Sovjet-Unie steeds meer wantrouwde.

Douglas McArthur en keizer Hirohito

McArthur arriveerde op 30 augustus in Tokio. Hij stelde meteen enkele regels op; zo mocht geallieerd personeel geen Japanners mishandelen of de bevolking hun schare voedselvoorraden ontnemen. Op 2 september volgde de formele overgave van Japan met het tekenen van de overgaveverklaring. Op 6 september presenteerde president Truman het officiële document met daarin de plannen voor het verdere verloop van de bezetting van Japan. De twee hoofdpunten waren het Japanse oorlogspotentieel te verminderen, en Japan te veranderen in een modern land gelijk aan Westerse landen.

McArthurs eerste taak was het opzetten van de voedselvoorziening van Japan. Aanvankelijk leverde Amerika voedselhulp aan Japan via GARIOA-fondsen. Ten tweede moest hij Japan helpen een democratie te worden. Hiervoor ontmoette hij onder andere keizer Hirohito. De foto van de ontmoeting tussen de twee is een van de beroemdste foto’s uit de Japanse geschiedenis, maar veel Japanners waren geschokt door het feit dat McArthur voor deze ontmoeting geen formele kleding droeg maar gewoon zijn legeruniform. McArthur ging niet in op aandringen van andere landen om Hirohito te laten vervolgen voor oorlogsmisdaden of anders te dwingen tot aftreden, daar hij wist dat deze beslissing alleen maar averechts zou werken bij de wederopbouw van Japan.

Eind 1945 waren er 350.000 Amerikaanse troepen gelegerd in Japan. In 1946 arriveerden versterkingstroepen, die allemaal werden ingedeeld bij McArthurs achtste leger. Tegen juni 1950 nam het aantal troepen echter sterk af.

Gevolgen van de bezetting[bewerken]

Tijdens de bezetting werd de naoorlogse Japanse Grondwet opgesteld. Deze wet verbood Japan onder andere om nog langer een groot leger te hebben. Binnen 10 jaar drongen de Amerikanen er echter alweer op aan dat deze regel zou worden aangepast om Japan weerbaarder te maken tegen het communisme. Hiervoor werden de Japanse Zelfverdedigingskrachten opgericht.

Een ander gevolg was liberalisatie. Onder leiding van Wolf Ladejinsky werd onder andere het land in Japan van de grote landeigenaren afgenomen en verdeeld onder individuele boeren.

De geallieerden namen tijdens de bezetting de Japanse overheid op de schop. Japan moest een democratie worden met een verkozen parlement. De keizer bleef wel aanwezig als staatshoofd, maar zonder directe politieke macht. Tevens werd het shintoïsme afgeschaft als staatsgodsdienst. Op 10 april 1946 werd Shigeru Yoshida de eerste democratisch verkozen minister-president van Japan.

Een laatste belangrijk punt dat voor Japan veranderde tijdens de bezetting was het onderwijs. Voor de bezetting was het Japanse onderwijssysteem gebaseerd op het Duitse systeem, met een gymnasium en universiteiten die volgden na de basisschool. Onder invloed van de geallieerden werd de middelbare school toegevoegd aan dit systeem.

Negatieve invloed[bewerken]

Hideki Tojo getuigt tijdens het proces tegen Japanse oorlogsmisdadigers.

De geallieerden grepen de bezetting van Japan aan om veel hoge Japanse militairen te vervolgen voor oorlogsmisdaden. Een van de bekendste rechtszaken in dit geheel was het Proces van Tokio. Veel van de van oorlogsmisdaden verdachte Japanners werden veroordeeld tot de dood of lange gevangenisstraffen. Toch bleven veel verdachten, zoals Tsuji Masanobu, Nobusuke Kishi, Yoshio Kodama en Ryoichi Sasakawa, buiten schot. Ook de keizer en zijn familie werden niet vervolgd, mede dankzij McArthur. Deze beslissing viel lang niet bij iedereen in goede aarde.

Veel Japanners waren tijdens de bezetting bang dat de geallieerde troepen Japanse vrouwen zouden verkrachten. Aanvankelijk leek deze vrees ongegrond,[1] maar nadat prostitutie bij wet verboden werd namen de klachten over verkrachting door geallieerde troepen sterk toe.[2] Toch beweren veel bronnen dat de meeste klachten over verkrachting dateren uit de eerste paar weken van de bezetting, en dat het daarna nauwelijks meer voorkwam.[3] Volgens Toshiyuki Tanaka werden er 76 gevallen van verkrachting en moord gemeld op Okinawa tijdens de eerste vijf jaar van de bezetting. Het ware aantal ligt mogelijk hoger daar niet elk geval werd gerapporteerd.[4]

Een laatste punt van controverse was de censuur die werd toegepast op met name de pers. Officieel werd in de grondwet elke vorm van censuur op vrijheid van meningsuiting verboden, maar met name politieke zaken werden nog lange tijd gecensureerd.

Nasleep[bewerken]

Het uiteenvallen van het Japanse rijk had grote gevolgen voor de landen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Japan waren bezet. Taiwan en Mantsjoerije werden teruggegeven aan China, Korea werd onafhankelijk. De Sovjet-Unie claimde Zuid-Sachalin en de Koerilen als grondgebied, waardoor 400.000 mensen moesten vluchten of werden verbannen. Ook in de andere bevrijdde gebieden moesten Japanners vluchten om te ontkomen aan vervolging en vergeldingsacties.

In 1949 tekende McArthur een document waarmee de macht van de geallieerden in Japan sterk werd beperkt, en het Japanse bestuur de macht langzaam kon overnemen. De ondertekening van het Vredesverdrag van San Francisco maakt officieel een einde aan de bezetting. De geallieerden trokken zich terug, waarna Japan weer als soevereine staat kon bestaan.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dower (1999), pp. 124–130
  2. Dower (1999), p. 579
  3. Molasky, Michael. The American occupation of Japan and Okinawa: Literature and Memory, Routledge, 1999, p. 121. ISBN 0-415-19194-7
  4. Tanaka, Toshiyuki. Japan's Comfort Women: Sexual Slavery and Prostitution During World War II, Routledge, 2003, p. 112. ISBN 0-203-30275-3