Bezonken rood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bezonken rood
Auteur(s) Jeroen Brouwers
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre Oorlogsroman
Uitgever De Arbeiderspers
Uitgegeven 1981
Pagina's 152
ISBN-code 90-450-1212-X
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Bezonken rood is een oorlogsroman van Jeroen Brouwers uit 1981. Brouwers schreef het boek nadat zijn moeder was overleden, met het doel zijn kampjaren in Batavia te verwerken.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Brouwers bracht zijn kleuterjaren door in het jappenkamp Tjideng, hij zat daar samen met zijn moeder, oma en zusje. Zijn vader was daar niet omdat de mannen van de vrouwen en kinderen gescheiden werden. Zijn oma stierf in het kamp door ondervoeding lijfstraffen en uitputting. Alle vrouwen werden slecht behandeld, ze kregen lijfstraffen ongeacht wat ze deden, zelfs als ze niets deden. Brouwers zelf heeft dit alles als kleuter ondergaan. Soms vond hij wat er met de vrouwen gebeurde grappig. Hij had geen besef van moraal. Later toen hij volwassen was en de film van het kamp opnieuw zag, sloeg hij zichzelf omwille van zijn immoreel gedrag toen. Nadat Brouwers zijn moeder afgeranseld en vernederd zag besloot hij bij zichzelf dat ze zijn moeder niet meer kon zijn. Door alles wat hij had gezien en meegemaakt was hij het gevoel liefde verloren. Toen zijn moeder tot een hoopje werd geschopt werd het laatste greintje genegenheid dat hij nog had weggenomen. Niemand zou hem nog kunnen kwetsen als hij niemand liefhad.

Kritiek[bewerken]

Na het verschijnen van dit boek is er een felle strijd uitgebarsten tussen de auteur en o.a. Rudy Kousbroek. In 1982 schreef Kousbroek in De tomatenketchup-Tjideng van Jeroen Brouwers voor het eerst over het feit dat Bezonken rood een opeenstapeling is van leugens en overdrijvingen. In 1992 komt hij met Het Oostindisch kampsyndroom waarin hij verder in gaat op de toen heersende mythes en fabeltjes rondom de jappenkampen. Maar Kousbroek was niet de enige die schreef over het boek. Ook Marjoleine de Vos, Dirk Roofthooft en anderen schreven erover.

Hoewel er door sommigen veel kritiek op werd geuit, werd het boek in Nederland goed ontvangen. In 1995 werd het in Parijs zelfs bekroond met de prestigieuze Prix Fémina Etranger.