Bhakti
Bhakti (uit het Sanskriet, in de Bhagavad gita komt het begrip al voor) betekent toewijding, devotie en is een specifiek begrip in het Hindoeïsme en Vaishnavisme. Het woord wordt voorts onder andere gebruikt in bhakti yoga.
Inhoud |
[bewerken] Tekst
[bewerken] Ontstaan van het begrip
In het jaar 1486 werd in het zuiden van India Nimai Pandit geboren, die later een van de belangrijkste exponenten werd op het gebied van het verkondigen van het bhagavata-dharma ofwel onze eeuwige dienstbaarheid tegenover De Allerhoogste Godspersoon, De Absolute waarheid, die altijd Een Persoon is. Nimai Pandit had op zeer jonge leeftijd (16) zijn eigen sanskrietschool voor grammatica. Hij werd al zeer snel razend populair in het district 'Benares'. Hij werd op deze jonge leeftijd al vaker op de proef gesteld door zeer invloedrijke en gerenommeerde Bengaalse en Sanskriet poëten. Zo was het op een dag, dat een Shivananda, een volger van Shiva een aanbod deed om met een honderdtal verzen, de wijsheid en het geheugen van de jonge Pandit aan de kaak te stellen. Maar al snel bleek, dat Nimai niet zomaar iemand was en somde in een rap tempo de grammaticale en filosofische oneffenheden op en corrigeerde ze ter plaatse. Uma bijvoorbeeld, dat vrouw betekent, was overbodig in één van de verzen, omdat de poëet ook al in dat zelfde vers satī had genoemd. Deze was per definitie al śīva's vrouw. Dus de verheerlijking aan śīva was niet in de geliefde stijl. De śhīvananda prees Nimai en sloot zich bij zijn leringen aan. Maar Nimai zou geen Nimai meer blijven en ook geen grammatica meer onderwijzen noch bestuderen, toen hij eenmaal zijn geestelijk leraar ontmoette. īśvara-puri vertelde namelijk, dat hij te dwaas was om zich met deze dingen bezig te houden en deelde mee, dat het beter voor hem was om alleen nog maar De Heilige Namen Van De Heer te 'chanten' (reciteren of zingen).
[bewerken] Leraar
Nimai kreeg de naam Caitanya Mahaprabhu (mahaprabhu, de allerhoogste leraar aan wiens lotus' voeten alle andere leraren graag verblijven en caitanya de oorspronkelijke levens-kracht). Zijn geestelijk leraar was dus op de hoogte van de aard van zijn student en zegende de jongen dus naar kwaliteit. Nimai wist niet zo goed hoe hij dit aan de anderen moest vertellen, maar zodra hij Hare Krsna Hare Krsna Krsna Krsna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare riep of zong.. stroomden de tranen uit zijn ogen als rivieren en kon hij zichzelf in diepe verroering nog nauwelijks bijeen houden, waardoor hij ten slotte in zuivere liefde voor De Allerhoogste Gods Persoon flauw viel en het materiële bewust zijn omruilde voor intense goddelijke extases. Zijn geestelijk leraar vertelde hem, dat dit het effect was van het zuiver bezingen van Gods' Namen en Activiteiten. De huidige Hare Krsnabeweging, die haar explosieve groei in de jaren zeventig en tachtig heeft haar domein naam te danken aan deze Caitanya Mahaprabhu, die in de geschriften als bhakti avatara (een goddelijke incarnatie) staat vermeld. Want telkens als er een persoon zegt avatara te zijn, dan moet hij in de śaştrā's, de heilige geschriften vermeld worden. Anders betreft het een 'bhogi', sahajiva ofwel een chârlatan.
[bewerken] Beweging
De eerste gedocumenteerde bhaktibeweging is gesticht in de tijd van Christus. Hij leerde zijn discipelen met liefde en toewijding hem en alle levende wezens te helpen en God goed te leren te dienen. De toewijding aan Christus heeft op onze geschiedenis zo'n invloed, dat we zelfs onze jaartelling op zijn verschijnen hebben afgesteld. Daarna verspreidden bhakticultussen zich over het hele subcontinent van India. De eerste volledige verklaring van bevrijding en geestelijke vervulling door toewijding aan een persoonlijke God wordt gevonden in Bhagavad gita. Purana's werden verder uitgewerkte godsdienstige ideeën. De toewijding aan Shiva en Vishnoe en aan avatara's, Rama en Krishna, wordt nog steeds in heel India uitgeoefend. De intense liefde voor God en overgave aan Hem, de afhankelijkheid van Zijn gunst en de ononderbroken herhaling van Zijn naam zijn de middelen met tot doel Zijn constante aanwezigheid.
[bewerken] Ritus
Vaak worden tijdens bhakti murti's, ofwel godsdienstige beelden, gebruikt. Murti's hebben tot doelstelling om de beginneling op het pad der toewijding te helpen. Zij, die nog geen duidelijk concept van De Absolute Waarheid hebben ontwikkeld krijgen d.m.v deze murtī's de kans om de sluimerende liefde voor God, die zich in het hart bevindt wederom te ontwikkelen. Net zoals de kerk haar priesters heeft, heeft de vedische cultuur deze ook. Ze worden pujarī's genoemd en zijn verantwoordelijk voor de beelden in de tempels. Ze verzorgen ze dagelijks door voor ze te koken of te kleden in verschillende fraai gekleurde klederdracht. Ze worden getooid met verschillende parelsnoeren, omringd door talloze heerlijk geurende bloemen en krijgen veelal een pauwenveer in hun haren en worden prachtig geschminkt met natuurlijke grondstoffen afkomstig uit de kleigrond in India. Ook de pujarī's symboliseren hun lichaam en hoofd met een grondstof, nl. klei uit de heilige rivier de Ganges of saresvatī dan wel yamuna. Dit ter bescherming van ongepaste invloeden op zowel het lichaam als de omgeving.
[bewerken] Zie ook
- Bhakti yoga - een uitgebreide beschrijving van de inhoud van de praktijk en de geschiedenis van de toegewijde dienst van de bhakti.
- Vaishnava
- Vaishnavisme
- Yoga
- Vedische filosofie
[bewerken] Referenties
- Dr. Schouten, Jan Peter Goddelijke vergezichten: mystiek uit India voor westerse lezers Ten Have, Baarn (1996) ISBN 9025946445
| Hindoeïsme | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|