Big Five (persoonlijkheidsdimensies)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie De Grote Vijf voor andere vormen van big five.
Portal.svg Portaal Psychologie

De theorie van de Big Five geeft vijf dimensies waarmee het karakter, ofwel de persoonlijkheid, van personen beschreven kan worden door van elk van die dimensies aan te geven of die meer of minder van toepassing is op die persoon. De Big Five is oorspronkelijk gebaseerd op een Amerikaans onderzoek naar het gebruik van alle bijvoeglijk naamwoorden waarmee proefpersonen het karakter van een hun bekende persoon beschreven. Later is dit onderzoek in verschillende (meest Westerse) talen herhaald en ook met meer woordsoorten.

De theorie van de Big Five is niet de eerste theorie die de persoonlijkheid uitdrukt in een bepaald aantal termen. Bekende voorgangers van de Big Five waren onder meer de vier temperamenten van de oude Grieken, de 16-factortheorie van Raymond B. Cattell en de driedimensionale theorie van Hans Eysenck. De theorie van de Big Five is de meest recente in deze reeks.

De vijf persoonlijkheidsdimensies[bewerken]

De vijf dimensies zijn van een hoog en breed algemeen betekenisniveau. Daarom zijn aanduidingen met abstracte termen uit de psychologie, zoals 'extraversie' of 'neuroticisme', beter dan aanduidingen met woorden die in de omgangstaal een heel specifieke betekenis hebben, zoals 'vriendelijkheid'. De Nederlandse Big Five onderzoekers Wim Hofstee en Boele de Raad, hebben voor de vijfde dimensie een iets ander label gekozen dat beter aansluit bij hun onderzoeksgegevens: Intellectuele autonomie.

  1. Extraversie (tegenover introversie).
    Engels: Extraversion or Introversion.
  2. Mildheid (tegenover Bazigheid)
    Engels: Agreeableness.
  3. Ordelijkheid (tegenover Wanordelijkheid).
    Engels: Conscientiousness
  4. Emotionele stabiliteit (tegenover Emotionele instabiliteit)
    Engels: Emotional Stability t.o Neuroticism.
  5. Autonoom (intellectuele autonomie) (tegenover niet-autonoom)
    Engels Openness to Experience en Intelligence

De dimensies 1 en 4 hebben sterke overeenkomst met twee van de drie dimensies van Hans Eysenck. Zijn derde dimensie 'psychoticisme', had hij vooral ontleend aan het onderzoek van psychiatrische patiënten. Die dimensie hoeft dus ook niet aanwezig te zijn in de persoonsbeoordelingen van grote groepen 'gezonde' mensen. Eysenck erkende ook de intelligentie als aparte dimensie, maar nam die niet op in zijn model.

Een Engelstalig mnemotechnisch middeltje is het acroniem OCEAN: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism.

Basis van de theorie[bewerken]

De Big Five is gebaseerd op een onderzoek naar álle woorden – oorspronkelijk alleen adjectieven – die in woordenboeken te vinden zijn waarmee persoonlijkheidskenmerken van mensen kunnen worden aangeduid. Na een proces van samenvatting van dit grote aantal woorden tot een paar honderd kernbegrippen werden vragen gemaakt voor vragenlijsten. Bijvoorbeeld: Hoe slordig (is die persoon gewoonlijk)? Aan grote groepen mensen werden die vragenlijsten vervolgens voorgelegd met de vraag een hen goed bekende ander te beoordelen op al die kernbegrippen. Op de antwoorden werden statistische technieken losgelaten (o.a. factoranalyse) om te zien hoe deze antwoorden bleken samen te hangen in patronen of clusters van woordbetekenissen. Oorspronkelijk kwamen Amerikaanse onderzoekers uit op de vijf centrale persoonlijkheidsdimensies die nu onder de naam Big Five bekend geworden zijn. Volgende onderzoeken in andere (Westerse) talen, waaronder het Nederlands, bevestigden dit vijf-factoren model. Elk van deze vijf dimensies heeft extremen van heel sterk naar heel zwak aanwezig (bij deze persoon). De vijf dimensies zijn dus de hoofdcategorieën van de woorden waarmee wij anderen beschrijven als wij kenmerken van hun persoonlijkheid onder woorden brengen, in gedachten voor onszelf, of uitgesproken (en uitgeschreven of getypt) tegenover anderen.

Uit verschillende onderzoeken is overigens gebleken dat als mensen het karakter van hun huisdieren of paarden beschrijven er uit een statistische samenvattende analyse dezelfde vijf factoren komen.

Ook bij beoordelingen van kinderen door hun ouders of leraren zijn deze vijf factoren door de computers duidelijk als onderliggende dimensies tevoorschijn te halen. Dit manifesteert zich bij schoolgaande kinderen, niet bij beschrijvingen van heel jonge kinderen.

Er zijn onderzoeken in sommige (Westerse) talen (o.a. het Italiaans) waar de vijf factoren niet goed naar voren komen. Ook in niet-Westerse talen kan het best zijn dat mensen in andere hoofdcategorieën over persoonlijkheidstrekken denken. Dat wordt nog onderzocht.

Literatuur[bewerken]

  • Kohnstamm, Dolph (1993) Big Five: Ontwikkeling in de Persoonlijkheidspsychologie. AO-reeks nr 2466. Lelystad: IVIO uitgeverij.
  • Doddema-Winsemius, M. & de Raad, B.(1997) Idioticon van de persoonlijkheid: Het karakteristieke vocabulaire van het spreken over mensen. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds. ISBN 90 5712 019 4
  • Elphick, E., Slotboom, A. & Kohnstamm, G.A. (2002) Blikvanger: Beoordelingslijst individuele verschillen tussen kinderen. Leiden: PITS
  • Van Aken, M.A.G. (2006) De persoonlijkheid van kinderen: Ontwikkeling en consequenties. Kind en Adolescent, 27, 204-214.
  • Asendorpf, J.B., & Van Aken, M. (2003) Validity of the Big Five personality judgments in childhood: A 9 year longitudinal study. European Journal of Personality, 17, 1-17.
  • C.F. Halverson, G. A. Kohnstamm, & R.P. Martin, R.P. (1994) (Eds.) The Developing Structure of Temperament from Infancy to Adulthood. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum
  • G.A. Kohnstamm, Ch. F. Halverson, V. Havill & I. Mervielde (1996) (Eds.) Parents’ Free Descriptions of Child Characteristics: A Cross-Cultural Search for the Developmental Antecedents of the Big Five. In: Sara Harkness and Charles M. Super: Parents’ Cultural Belief Systems. New York: Guilford.
  • G.A. Kohnstamm, Ch. F. Halverson, I. Mervielde & V.L. Havill (1998) (Eds.) Parental Descriptions of Child Personality. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum
  • Hendriks, A. A. J., Hofstee, W. K. B., & De Raad, B. (1999). The five Factor Personality Inventory: FFPI, Handleiding. Lisse: Swets & Zeitlinger.