Bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord (of adjectief) is woord dat wordt gebruikt om een eigenschap van een zelfstandig naamwoord te benoemen.
Een bijvoeglijk naamwoord kan in een zin op twee manieren gebruikt worden: attributief en niet-attributief. Niet-attributief gebruik kan weer worden onderverdeeld in predicatief en bijwoordelijk gebruik.
- Attributief: wanneer het geplaatst wordt voor een zelfstandig naamwoord (zoals: de groene deur).
- Predicatief: wanneer het hoofd is van een naamwoordelijk gezegde, predicatief complement of bepaling van gesteldheid (zoals: de deur is groen)
- Bijwoordelijk: wanneer het gebruikt wordt als een bijwoordelijke bepaling: bijwoord. (zoals: hij tuiniert groen)
- Partitief: wanneer het geplaatst wordt na een woord van kwantiteit. Het woord krijgt dan de suffix -s (zoals: dat is niets nieuws)
Vooral bij attributief gebruik krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak uitgangen. In het Nederlands is dit -e.
Er zijn bijvoeglijke naamwoorden die alleen attributief gebruikt kunnen worden, die zowel attributief als niet-attributief gebruikt kunnen worden en die alleen predicatief gebruikt kunnen worden.
Woorden als houten, zilveren en gouden zijn van stofnamen afgeleid en worden stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden genoemd; ze geven geen eigenschap van het voorwerp weer, maar vertellen waar het voorwerp van gemaakt is.
Van veel bijvoeglijke naamwoorden kunnen een vergrotende trap en overtreffende trap afgeleid worden. Het oorspronkelijke bijvoeglijk naamwoord is de stellende trap. Samen heten ze de trappen van vergelijking.
Vrijwel alle bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gesubstantiveerd door middel van de uitgang -e, zodat ze zelf de syntactische eigenschappen van zelfstandige naamwoorden krijgen en met adjectieven kunnen worden gecomplementeerd. Op semantisch niveau is het onderscheid bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord dientengevolge van ondergeschikt belang.
[bewerken] Schrijfwijze
Een ezelsbruggetje voor de schrijfwijze van bijvoeglijk naamwoorden is dat ze zo kort als mogelijk geschreven worden. Een bekend voorbeeld is vergrootte. Als bijvoeglijk naamwoord moet het met één o en één t: vergrote.
| Zoek bijvoeglijk naamwoord op in het WikiWoordenboek. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Adxectivo op Wikimedia Commons. |
| Woordsoorten |
|---|
|
achterzetsel · bijvoeglijk naamwoord · bijwoord · eigennaam · lidwoord · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord · zelfstandig naamwoord |