Bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord (of adjectief) is een woord dat wordt gebruikt om een eigenschap van een zelfstandig naamwoord te benoemen.
Soorten en gebruik [bewerken]
Een bijvoeglijk naamwoord kan in een zin op twee manieren gebruikt worden: attributief en niet-attributief. Niet-attributief gebruik kan weer worden onderverdeeld in predicatief en bijwoordelijk gebruik.
- Attributief
-
- Van een attributief adjectief is sprake wanneer het bijvoeglijk naamwoord geplaatst wordt voor een zelfstandig naamwoord
- Het groene handvat — De intelligente vrouw — De lange man
- Een groen handvat — Een intelligente vrouw — Een lange man
- Predicatief
-
- Van een predicatief adjectief is sprake wanneer het hoofd is van een naamwoordelijk gezegde, predicatief complement of bepaling van gesteldheid
- Het handvat is groen – De vrouw is intelligent – De man is lang
- Een handvat is groen — Een vrouw is intelligent — Een man is lang
- Het vuurtje is aan — Een vuurtje is aan (correct)
Het ane vuurtje — Een aan vuurtje(foutief)- Bijwoordelijk
-
- Het bijvoeglijk naamwoord wordt als bijwoord gebruikt
- hij tuiniert groen
- Partitief
-
- Het bijvoeglijk naamwoord wordt geplaatst na een woord van kwantiteit met als suffix -s
- dat is niets nieuws
Verbuiging [bewerken]
Bijvoeglijke naamwoorden krijgen vaak een uitgang. In het Nederlands onderscheidt men daarbij vier varianten:
- Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
-
- -en
- gouden ring — houten tafel
- Uitgezonderd predicatieve adjectieven
- Dit is goud — Dat is hout
- attributief
-
- met suffix -e
- Het groene handvat — De intelligente vrouw — De lange man
- Een intelligente vrouw — Een lange man
- uitgezonderd zijn bijvoeglijke naamwoorden bij een onzijdig zelfstandig naamwoord zonder een lidwoord of met een onbepaald lidwoord
- Een groen handvat — Klein kind is spoorloos verdwenen
- predicatief
-
- zonder uitgang
- Een handvat is groen — Een vrouw is intelligent — Een man is lang
- Versteende taalvormen
-
- In tal van versteende taalvormen zijn oude naamvalsuitgangen van toepassing gebleven[3]
- met voorbedachten rade — in levenden lijve
Andere van het adjectief afgeleide woorden en woordsoorten [bewerken]
Van veel bijvoeglijke naamwoorden kunnen een vergrotende trap en overtreffende trap afgeleid worden. Het oorspronkelijke bijvoeglijk naamwoord is de stellende trap. Samen heten ze de trappen van vergelijking.
- hoog – hoger – hoogst (meest voorkomen door suffixen -er en -st)
- goed – beter – best (onregelmatige uitzondering)
Vrijwel alle bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gesubstantiveerd door middel van de uitgang -e, zodat ze zelf de syntactische eigenschappen van zelfstandige naamwoorden krijgen en met adjectieven kunnen worden gecomplementeerd. Op semantisch niveau is het onderscheid bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord dientengevolge van ondergeschikt belang.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zoek bijvoeglijk naamwoord op in het WikiWoordenboek. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Adxectivo op Wikimedia Commons. |
| Woordsoorten |
|---|
|
achterzetsel · bijvoeglijk naamwoord · bijwoord · eigennaam · ideofoon · lidwoord · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord · zelfstandig naamwoord |