Bijwoordelijke bepaling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De bijwoordelijke bepaling is (bij het redekundig ontleden) een bepaling die iets zegt over woorden/woordgroepen die géén zelfstandig naamwoord zijn of een zelfstandig naamwoord als 'kern' hebben: Het geeft dus nadere informatie over de handeling, het gebeuren of de toestand die in de zin wordt uitgedrukt.

Een bijwoordelijke bepaling in een zin kan worden gevonden als een van de zogenaamde 'wwhh-vragen' gesteld wordt: Waar? Wanneer? Waarmee? Hoe? Hoeveel?

Voorbeeld
Zij is vorig jaar in Putte getrouwd.

"in Putte" preciseert de bovenstaande zin. Het vertelt ons de plaats waar zij getrouwd is. Dit wordt dan ook een bijwoordelijke bepaling van plaats genoemd. Vorig jaar preciseert ook de bovenstaande zin. Het geeft antwoord op de vraag: "wanneer". Er kunnen dus meerdere bijwoordelijke bepalingen in een zin zitten, waarbij een bepaling van tijd meestal vóór een bepaling van plaats staat.

Bijwoordelijke bepalingen kunnen worden onderverdeeld in diverse categorieën:

  • van tijd (Wanneer?)
  • van plaats (Waar?)
  • van richting (Naar waar? Waarheen?)
  • van hoedanigheid/wijze (Hoe?)
  • van oorzaak (Waardoor?)
  • van reden (Waarom?)
  • van gevolg (Doordat?)
  • van ontkenning of negatie (Hij komt niet → niet is dan een bijwoordelijke bepaling)
  • van voorwaarde (Op welke voorwaarde?)
  • van toegeving
  • van omstandigheid
  • van beperking
  • van doel (Met welk doel?)
  • van hoeveelheid (Hoeveel maal?)
  • van modaliteit (Datgene wat een zekerheid of een mogelijkheid uitdrukt)
  • van graad
  • van middel (Op welke manier? Waarmee?)
  • van vergelijking

De bepaling van tijd: 1. Tijdens de vakantie zijn we ook even bij Camiel geweest. 2. Helaas werd vanochtend de telefoon afgesneden. 3. Ik heb drie maanden aan die syllabus gewerkt. 4. Hugo heeft dat hele jaar in Amerika gedoceerd.

In zin 1 en 2 geeft de bijwoordelijke bepaling te kennen wanneer iets gebeurd is. In zin 3 en 4 duidt dit zinsdeel aan hoe lang iets geduurd heeft. In zin 4 wordt door het woord dat tevens aangegeven wanneer het doceren plaatsvond.


De zinsdelen die zelfstandige naamwoorden beschrijven, worden bijvoeglijke bepalingen genoemd.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen