Bijziendheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Bijziendheid
Myopie
Normaal zicht (emmetropie)
Normaal zicht (emmetropie)
Synoniemen
Latijn Myopia
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Bijziend zonder bril
Schema van een myoop oog zonder en met correctie dmv een brillenglas

Bijziendheid[1] of myopie[1] is een ametropie waarbij de persoon (dan een myoop genaamd) voorwerpen ver weg niet scherp kan zien, maar wel nabij gelegen voorwerpen. Vandaar ook de naam (dicht)bijziendheid. Een voorwerp met een vergentie van 0 zal dus niet scherp waargenomen worden en als het voorwerp dichterbij komt zal de vergentie dalen tot een negatief getal. Zodra dit getal gelijk is aan de graad van ametropie zal het voorwerp wel scherp worden waargenomen.

Het woord myopie komt van het Griekse μυωψ (muoops) bijziend, kortzichtig.

Algemeen[bewerken]

Bijziendheid is geen ziekte, maar een refractiefout in het optische systeem van het oog. De accommodatie zorgt ervoor dat de lens afhankelijk van de afstand tot het voorwerp wordt gespannen, zodat de afbeelding scherp wordt geprojecteerd op het netvlies. Een verminderd accomodatievermogen, een te lang oog of een lichtjes platter oog leidt ertoe dat de afbeelding scherp wordt geprojecteerd vóór het netvlies. De ooglengte is dus te lang en de ooglens te sterk.

De afwijking begint zich meestal vanaf 8 tot 12 jaar te ontwikkelen en in de tienerjaren wordt het geleidelijk meer naarmate het oog groeit en daarmee de ooglengte toeneemt. Het brandpunt binnen het oog zal dan zich verder voor het netvlies gaan bevinden. Wanneer de volwassenheid bereikt wordt, blijft de refractiefout meestal stabiel.

De indeling van oogafwijkingen - zoals bij- en verziend - en hun verklaring en correctie werden bedacht door Franciscus Cornelis Donders. De sterkte van de refractiefout wordt gemeten door een opticien, optometrist of oogarts. Ze wordt uitgedrukt in de dioptrie van de nodige lenzen. Hoe hoger de refractiefout, des te dichterbij het voorwerp gehouden zal moeten worden om scherp waargenomen te kunnen worden.

Oorzaken[bewerken]

De oorzaken van bijziendheid zijn divers. De enorme stijging van bijziendheid de laatste halve eeuw suggereert volgens sommigen dat overmatig gebruik van de ogen op korte afstand (computergebruik, lezen) vaak tot bijziendheid leidt. Volgens de oogarts William Bates was niet de lens de oorzaak van bijziendheid maar de vervorming van de oogbol door de externe oogspieren; zijn theorieën worden echter door wetenschappers algemeen verworpen.

Bijziendheid is erfelijk bepaald. CREAM (Consortium for Refractive Error and Myopia), een samenwerkingsverband tussen alle myopiestudies wereldwijd, identificeerde 26 genen voor bijziendheid en refractieafwijkingen. Deze genen hebben verschillende functies, zoals overdracht van signalen in de hersenen naar de ogen, opbouw van het bindweefsel in de ogen en ontwikkeling van het oog. Dragers van meerdere van deze genen hebben een 10 keer hoger risico op bijziendheid. [2]

Naast genetische factoren spelen ook omgevingsfactoren een belangrijke rol. Veel lezen of de mate waarin iemand als kind buiten gespeeld heeft, veroorzaken of verergeren de klachten bij mensen die al erfelijk belast zijn. Tevens zien we dat bij mensen met een hoger opleidingsniveau (bijvoorbeeld universiteit) vaker bijziendheid voorkomt. [3] [4]

Hulpmiddelen[bewerken]

Een bril of contactlenzen met concave lenzen (dus met een negatieve sterkte) zorgen ervoor dat de stralen zo worden afgeweken dat ze terug samenkomen op het netvlies. Dit kan ook bereikt worden door met een laser 4 tot 8 krasjes te branden in het hoornvlies, zodat de lens minder bol is. Aan een laseroperatie zijn echter risico's verbonden en het is nog steeds niet duidelijk wat de effecten op langere termijn zijn.

Wanneer de refractiefout erg groot is, kunnen de gebruikelijke correctiemiddelen een probleem vormen. Brillenglazen worden dan zeer dik aan de buitenrand en contactlenzen worden niet door iedereen verdragen. Dan zijn er nog chirurgische mogelijkheden. Een intraoculaire lens kan ingezet worden zonder staaroperatie en daarmee de bril of contactlens overbodig maken. Bij een "vervroegde" staaroperatie, een zgn. Clear Lens Extraction And Replacement (CLEAR), wordt de lens vervangen door een kunstlens. Dat kan er wel toe leiden dat het accommodatievermogen verloren gaat, waardoor een correctiemiddel noodzakelijk blijft, weliswaar veel minder sterk dan voor de operatie. Dit gebeurt in de meeste gevallen met een multifocale bril.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Verhoeven VJ, Hysi PG, Wojciechowski R, Fan Q, Guggenheim JA, Höhn R, Macgregor S, Hewitt AW, Nag A, Cheng CY, Yonova-Doing E, Zhou X, Ikram MK, Buitendijk GH, McMahon G, Kemp JP, Pourcain BS, Simpson CL, Mäkelä KM, Lehtimäki T, Kähönen M, Paterson AD, Hosseini SM, Wong HS, Xu L, Jonas JB, Pärssinen O, Wedenoja J, Yip SP, Ho DW, Pang CP, Chen LJ, Burdon KP, Craig JE, Klein BE, Klein R, Haller T, Metspalu A, Khor CC, Tai ES, Aung T, Vithana E, Tay WT, Barathi VA; Consortium for Refractive Error and Myopia (CREAM), Chen P, Li R, Liao J, Zheng Y, Ong RT, Döring A; The Diabetes Control and Complications Trial/Epidemiology of Diabetes Interventions and Complications (DCCT/EDIC) Research Group, Evans DM, Timpson NJ, Verkerk AJ, Meitinger T, Raitakari O, Hawthorne F, Spector TD, Karssen LC, Pirastu M, Murgia F, Ang W; Wellcome Trust Case Control Consortium 2 (WTCCC2), Mishra A, Montgomery GW, Pennell CE, Cumberland PM, Cotlarciuc I, Mitchell P, Wang JJ, Schache M, Janmahasathian S, Jr RP, Lass JH, Chew E, Iyengar SK; The Fuchs' Genetics Multi-Center Study Group, Gorgels TG, Rudan I, Hayward C, Wright AF, Polasek O, Vatavuk Z, Wilson JF, Fleck B, Zeller T, Mirshahi A, Müller C, Uitterlinden AG, Rivadeneira F, Vingerling JR, Hofman A, Oostra BA, Amin N, Bergen AA, Teo YY, Rahi JS, Vitart V, Williams C, Baird PN, Wong TY, Oexle K, Pfeiffer N, Mackey DA, Young TL, van Duijn CM, Saw SM, Bailey-Wilson JE, Stambolian D, Klaver CC, Hammond CJ. Genome-wide meta-analyses of multiancestry cohorts identify multiple new susceptibility loci for refractive error and myopia.Nat Genet. 2013 Feb 10. doi: 10.1038/ng.2554 [Epub ahead of print]
  3. Morgan I, Rose K. How genetic is school myopia? Prog Retin Eye Res. 2005 Jan;24(1):1-38.
  4. Rose KA, Morgan IG, Ip J, Kifley A, Huynh S, Smith W, Mitchell P. Outdoor activity reduces the prevalence of myopia in children.Ophthalmology. 2008 Aug;115(8):1279-85. doi: 10.1016/j.ophtha.2007.12.019. Epub 2008 Feb 21.