Bilaal Ibn Rabaah'

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bilaal ibn Rabaah' (Ar. بلال بن رباح) (ca. 581 - 641) was een Ethiopiër, in Mekka in de late 6e eeuw. De naam van zijn vader was Rabaah en zijn moeder heette Hamâme. Hij stierf toen hij net iets meer dan zestig jaar oud was. Bilaal was een door Aboe Bakr vrijgekochte slaaf en is naar verluidt een van de meest betrouwbare en loyale metgezellen van Mohammed en Ali geweest. Door zijn negroïde uiterlijk wordt hij door moslims vaak aangehaald als bewijs van gelijkwaardigheid binnen de islam.

Volgens de islamitische tradities was Bilaal een van de slaven van Oemajja ibn Khalaf, een verschrikkelijke vijand van de islam en Mohammed. Bilaal werd moslim, maar hield zijn bekering geheim. Echter, zijn meester Oemmajja kwam zijn bekering te weten en begon hem om die reden te bestraffen. Hij beval zijn slaven om hem op het hete zand te laten liggen en liet zware stenen op zijn lichaam leggen, zodat Bilaal niet kon bewegen. Het nieuws van deze straffen bereikte sommige van Mohammeds metgezellen die het op hun beurt aan Mohammed vertelde. Daarop stuurde Mohammed Aboe Bakr naar Oemajja om Bilaal vrij te kopen.

Migratie[bewerken]

In 622, het jaar van de hidjra, emigreerde Bilaal naar Medina en vergezelde Mohammed op al zijn militaire expedities. Zo vocht hij in de Slag bij Badr, waar zijn oude meester, Oemajja ibn Khalaf werd gedood. Bilal was eveneens aanwezig in alle belangrijke gebeurtenissen en veldslagen, met inbegrip van de gevechten van de Slag bij Uhud en Slag van de gracht.

In januari 630 werd Mekka ingenomen door de moslims. Bilaal zou bij deze gebeurtenis de Ka'aba beklommen hebben en voor de eerste keer in de geschiedenis de azan over Mekka hebben uitgeroepen. Deze gebeurtenis wordt overigens binnen islamitische kringen betwist, omdat het beklimmen van de Ka'aba in zou druisen tegen de religie.

Islamitische geleerden zijn het niet eens over de plaats en het tijdstip van overlijden van Bilaal. Met name tussen soennitische en sjiitische geleerden bestaan verschillen. Bilaal stierf wellicht in Damascus in 17 of 18 volgens de AH, maar sommigen zeggen in het jaar 20 of zelfs 21. Ook wordt er gezegd dat hij in Medina stierf. Zowel in Jordanië als in Damascus zijn een tombe met zijn graf te vinden.