Binnengasthuis (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Binnengasthuiscomplex gezien vanaf de Grimburgwal
Nieuwbouw-woningen, met daarvoor een kunstwerk van Thom Puckey

Het Binnengasthuis (BG) is een voormalig ziekenhuis in het centrum van Amsterdam. Nadat het ziekenhuis in 1981 opging in het Academisch Medisch Centrum (AMC), werd het BG-terrein één van de hoofdlocaties van de Universiteit van Amsterdam, die zo'n 60% van het complex in gebruik heeft.

Het BG-terrein beslaat het gebied tussen de Oudemanhuispoort, Grimburgwal, Oude Turfmarkt, Nieuwe Doelenstraat en Kloveniersburgwal. Een groot deel van het complex is aangewezen als rijksmonument.

Het complex bestaat deels uit gebouwen uit de periode 1870-1913 en deels uit nieuwbouw. De gebouwen uit de periode 1870-1913 zijn aangewezen als rijksmonumenten. Een deel van de vroegere buitenruimte is overdekt. In het aldus gevormde atrium is een studentenmensa gevestigd, die ook Atrium heet.

Geschiedenis[bewerken]

Op de locatie van het Binnengasthuis bevonden zich in de middeleeuwen het Oude en Nieuwe Nonnenklooster. Het Nieuwe Nonnenklooster lag aan de Amstel en volgde de bocht die de rivier hier maakte, zoals ook te zien is op de stadsplattegrond van Cornelis Anthonisz uit 1544. Als gevolg van de oorspronkelijke kloosterfunctie heeft het terrein altijd ruimte voor tuinen behouden.

Na de Alteratie in 1578 kwamen de kloosters in handen van stedelijke liefdadigheidsinstellingen. In 1582 verhuisden een aantal gasthuizen (ziekenhuizen) naar de voormalige kloosters en vormden zo het Sint Pietersgasthuis, zoals het Binnengasthuis oorspronkelijk heette. Het Sint Pietersgasthuis was voornamelijk bedoeld voor armen, soldaten, matrozen en reizigers. Er was een mannen- en een vrouwenafdeling, een afdeling voor chirurgische patiënten, een apotheek, een "snijzaal" (operatiekamer) en een "baaierd" (rustzaal). De burgemeesters van Amsterdam dienden als bestuur van het Binnengasthuis. In de nabijgelegen Waag, een voormalige stadspoort die in 1690-'91 aanzienlijk was verbouwd, werden anatomische lessen gegeven.

Naast het Sint Pietersgasthuis kende Amsterdam een tweede ziekenhuis. Dit was het Buitengasthuis, dat in 1635 buiten de Leidsepoort werd gebouwd als pesthuis; pestlijders werden via de Pestsloot per boot van het Binnengasthuis naar het Buitengasthuis vervoerd. Met de komst van het Buitengasthuis werd de naam van het Sint Pietersgasthuis veranderd in Binnengasthuis. Voor de rijkere Amsterdammers kwamen er in de negentiende eeuw het Prinsengrachtziekenhuis (1857), nu onderdeel van het OLVG, en het Burgerziekenhuis (1891), dat later het stadsdeelkantoor van Oost-Watergraafsmeer werd en nu fungeert als hotel. Het Buitengasthuis werd in 1891 vervangen door het Wilhelminagasthuis.

Het administratieve gebouw van het Binnengasthuis, in 1912-'13 gebouwd in de stijl van de vroege Amsterdamse School
Bron: bma.amsterdam.nl

De huidige bebouwing van het Binnengasthuiscomplex werd tussen 1868 en 1890 gebouwd in Hollandse neorenaissancestijl, grotendeels naar ontwerpen van de architecten H. Leguyt en A.N. Godefroy. Het centrale gebouw had twee vleugels, één voor vrouwelijke patiënten en één voor mannelijke patiënten. De gebouwen omvatten ook een stads- en gasthuisapotheek, een klinisch ziekenhuis, twee wachtkamers, een kraamkliniek en een vrouwenkliniek. Het administratiegebouw werd in 1912-'13 gebouwd in de stijl van de vroege Amsterdamse School naar ontwerp van J.M. van der Mey. Het zuidelijke deel van dit gebouw deed dienst als kinderkliniek en bestaat nu niet meer, omdat het in 1991 werd gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De tweede chirurgische kliniek met zusterhuis, gelegen aan de Kloveniersburgwal, werd in 1913-'14 gebouwd naar ontwerp van F.W.M. Poggenbeek.

Toestand in de 19e eeuw[bewerken]

Het Binnengasthuis was in de 19e eeuw berucht om zijn deplorabele toestanden. In 1867 schreven de regenten van het Binnengasthuis een rapport aan het stadsbestuur, waarin ze de afdeling verloskunde beschreven: "Zwangere vrouwen moeten haar dag- en nachtverblijf houden op sombere zolders. De verpleegkamers zijn op een andere verdieping gelegen dan de verloskamers, zodat de kraamvrouwen dadelijk na de bevalling een zeer moeilijke en nadelige verplaatsing moeten ondergaan. Voor reconvalescenten moet dienen een groot, hol, kil, kerkvormig en met stenen bevloerd lokaal, dat des winters voor geen behoorlijke verwarming vatbaar is. En de verloskamers zijn in een bouwvallig, slecht ingericht houten gebouw, dat bovendien te klein is om aan alle behoeften te voldoen".

De verpleging bestond uit "knechten en meiden" die zich, volgens een rapport van het stadsbestuur in 1882, schuldig maakten aan drankmisbruik en mishandeling, de medicijnen verkochten en het voedsel voor zichzelf hielden. In reactie besloot de stad een jaar later om gediplomeerde verplegers in dienst te nemen.

Ook met de medische behandeling was het slecht gesteld. De Oostenrijkse arts Joseph Speilt, die het Binnen- en Buitengasthuis in 1852 bezocht, schreef in zijn verslag aan het Koninklijke en Keizerlijke Artsengezelschap in Wenen: "Hoe moeten we deze twee verpleeginrichtingen beschrijven, die op geen enkele wijze die naam verdienen? Als wij bijzonderheden opsommen, blijkt als vanzelf dat ze het tegendeel zijn van wat ziekenhuizen behoren te zijn. (...) Op iedere buitenstaander maakt deze plek een hoogst onaangename indruk. Op zeshonderd zieken zijn er slechts twee artsen." Het verplegend personeel noemde hij een afschrikwekkend voorbeeld van ruwheid, traagheid en smerigheid.

Conflict over de Theaterschool[bewerken]

De Universiteit van Amsterdam heeft plannen gemaakt voor de bouw van een nieuwe bibliotheek voor de faculteit geesteswetenschappen die vanaf 2010 gerealiseerd moest worden. Hiervoor zou de voormalige Theaterschool moeten worden gesloopt. In dit gebouw zijn verschillende studentenverenigingen en de culturele stichting CREA gehuisvest.

De nieuwbouwplannen werden in 2001 goedgekeurd door de gemeenteraad. Het gebouw werd echter datzelfde jaar aangewezen als rijksmonument, na een intensieve lobby door bewonersvereniging VOL BG. Volgens de bewoners liet de UvA het gebouw verder verkrotten om zo een oplossing te forceren. Na een lange strijd is in 2013 uiteindelijk besloten om de bestaande bebouwing zoveel mogelijk te handhaven en aan te passen aan de nieuwe functie.

Verder lezen[bewerken]

D. de Moulin, I.H. van Eeghen en R. Meischke, Vier Eeuwen Amsterdams Binnengasthuis. Stichting Viering 400-Jarig Bestaan Binnengasthuis, Amsterdam 1981.

Bronnen, noten en/of referenties