Binnenlandse Strijdkrachten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS) (officieel: Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) was een op 5 september 1944 officieel opgezette bundeling van de tot dan toe weinig samenwerkende eigenlijke verzetsgroepen. De Binnenlandse Strijdkrachten kwam dan ook voort uit de drie belangrijkste verzetsgroepen: de Ordedienst (OD), de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad van Verzet (RVV).

Tot 1944 werkten de verzetsgroepen, voor zover zij al contact hadden, zelfstandig onder supervisie van het Bureau Bijzondere Opdrachten van de regering in Londen. Toen ze werden samengevoegd tot de BS werd Prins Bernhard aangesteld als bevelhebber van de BS, hoewel hij in Londen verbleef. Commandant van de BS in het bezette Nederland werd kolonel Henri Koot die zich in Amsterdam bevond.

In het prille begin van de organisatie waren er nog geen 10.000 BS'ers. De BS was ook zeer slecht bewapend. Later werd dit verbeterd door geallieerde wapendroppings.

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS) heetten officieel de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, afgekort NBS. Gewoonlijk hield men het op 'BS'. Het vervelende van de afkorting NBS was namelijk dat deze nogal leek op de afkorting NSB.

De BS werd opgericht naar het voorbeeld van de Franse Forces françaises de l'intérieur. Koningin Wilhelmina was er een groot voorstander van. De BS was verdeeld in Stoottroepen en Bewakingstroepen. In het nog bezette deel van Nederland werden de Stoottroepen aangeduid als 'Strijdend Gedeelte (SG) der BS'. De mannen van de Stoottroepen moesten afkomstig zijn uit het gewapend verzet. De Bewakingstroepen werden 'gevormd uit hen, die zich beschikbaar hebben gesteld om op den dag der bevrijding en daarna orde en rust te handhaven c.q. te herstellen'. Zij zouden pas bij de bevrijding de straat op gaan. Voorlopig waren ze dus weinig meer dan papieren leden.

De BS werd mede opgericht om de gewapende verzetsbeweging beheersbaar te houden, vooral nu die op grote schaal van wapens zou worden voorzien. De BS was gebonden aan allerlei regels. Zo mocht men pas als leger, als BS, tevoorschijn komen als de bevelhebber (prins Bernhard) daartoe het sein gaf. De bundeling van de drie gewapende groepen hield niet in, dat die groepen meteen in de nieuwe organisatie opgingen. De onderlinge verschillen waren daarvoor ook te groot.

De BS had als uniform blauwe overalls[1].

Noch de Duitsers, noch de Geallieerden hadden een hoge pet op van de BS. De BS verwachtten dat ze "schouder aan schouder" met de Geallieerden "de moffen in de pan zouden hakken". De Geallieerden sloten op 4 mei 1945 echter een wapenstilstand af met de Duitsers in West-Nederland, met als voorwaarde dat slechts Geallieerden de Duitsers zouden ontwapenen, en dus niet de BS. Daarmee waren de BS overbodig geraakt. De Geallieerden verboden de BS om zich gewapend op straat te vertonen omdat men bang was dat anarchie zou uitbreken en BS'ers Duitsers zouden lynchen.[2] De BS hield zich niet aan dit verbod, en dat heeft, volgt onderzoekers, onder andere geleid tot schietpartijen zoals die op 7 mei op de Dam in Amsterdam.

De verschillen tussen de bewegingen[bewerken]

  • De Ordedienst (OD) was politiek-behoudend en militair van karakter; in de OD waren officieren actief. De OD was in de zomer van 1940 ook niet opgericht als verzetsorganisatie, maar uit voorzorg: om de orde te handhaven in de overgangstijd tussen bezet en bevrijd.
  • De Landelijke Knokploegen (LKP) was verbonden met de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). De achtergrond van de LO/LKP was confessioneel - gebaseerd op geloof en kerk, vooral gereformeerd/protestants-christelijk, met vertakkingen in het katholieke zuiden van Nederland. De LKP verzorgden in eerste aanleg de ondersteuning van de LO voor onderduikers, middels bv. overvallen op distributiekantoren om voor hen bonnen te verkrijgen.
  • De achtergrond van de Raad van Verzet (RVV) was onkerkelijk en politiek vooruitstrevend. De RVV zelf (de Raad) telde maar één communist, Gerben Wagenaar; in de RVV-groepen waren meer communisten actief. RVV wilde een 'echte guerrilla' tegen de bezetter beginnen. LKP'ers en RVV'ers begrepen elkaar meestal wel. Maar tussen OD en RVV was er een wereld van verschil. De OD wantrouwde de RVV vanwege de communistische invloed daarin. Het leek de OD-leiding helemaal niet onmogelijk dat de communisten bij de bevrijding zouden proberen revolutie te maken en een greep naar de macht te doen (tijdens het 'machtsvacuüm').

Tussen de drie groepen vond voortaan regelmatig topoverleg plaats, onder de codenaam Delta-Centrum. 'Commandant Delta' was kolonel Koot. De OD bracht in september 1944 bij de BS 4.000 man in, de LKP 1.800 man, de RVV 1.000 man. Van september 1944 tot mei 1945 zijn er in totaal 1.730 BS'ers gesneuveld. De BS maakte vanaf oktober 1944 een geweldige groei door. Die grote toeloop begon in het bevrijde Zuiden.

In mei 1945 waren er in heel Nederland 150.000 tot 200.000 BS'ers. Hierbij kan worden opgemerkt dat de hele illegaliteit naar schatting niet meer dan 25.000 (in 1943) tot 45.000 (1944-1945) deelnemers telde. Voor de verzetsmensen leek het in 1945 wel of ineens 'iedereen bij het verzet was'. Daar hadden ze eerder, toen het erop aan kwam, nooit iets van gemerkt.

Onderscheidingen[bewerken]

Herinneringsinsigne

Het Herinneringsinsigne Binnenlandse Strijdkrachten 1944-1945 werd na de oorlog door Prins Bernhard der Nederlanden ingesteld.

De ongeorganiseerde of spontaan georganiseerde BS heeft tal van verdienstelijke taken uitgevoerd en als bevelhebber van de BS werd Prins Bernhard, zoals dat de bevelhebber van een overwinnend legerkorps toekomt, tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde benoemd. Voor de manschappen van de Binnenlandse Strijdkrachten was er geen decoratie of zichtbaar eerbetoon. Zij kwamen niet in aanmerking voor het Mobilisatie-Oorlogskruis of het Oorlogsherinneringskruis. Het Verzetsherdenkingskruis werd pas in 1980 ingesteld.

Bronnen, noten en/of referenties