Bioaccumulatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bioaccumulatie is de ophoping van chemische stoffen aanwezig in het milieu, in levende wezens (planten of dieren).

Doorgaans wordt met bioaccumulatie het geheel van bioconcentratie en biomagnificatie bedoeld. Onder biomagnificatie wordt verstaan het ophopen van (giftige) stoffen in organismen door opname via het voedsel. Onder bioconcentratie wordt uitsluitend verstaan het ophopen van een stof in een organisme door directe opname uit het omringende water. Dit onder andere door opname van de huid of oraal (maag-darmkanaal).

Bioaccumulatie in een organisme treedt op wanneer de snelheid waarmee de stof wordt ingenomen groter is dan de snelheid waarmee de stof uit het organisme verdwijnt (door metabolisatie tot andere stoffen of door uitscheiding (nieren)). Sommige stoffen worden slechts langzaam afgebroken; men zegt dat deze een lange biologische halveringstijd hebben, of nog dat ze persistent zijn. Ze hopen zich op in het weefsel van het organisme en kunnen via de voedselketen doorgegeven worden aan andere organismen, die weer aan hogere concentraties worden blootgesteld, tot de organismen aan het einde van de voedselketen, meestal vleeseters, die aan de hoogste doses worden blootgesteld.

Om de mate waarin een stof in een organisme wordt geaccumuleerd aan te duiden gebruikt men de bioconcentratiefactor (BCF).

Vooral stoffen met een lipofiel karakter kunnen bioaccumuleren. Hiervoor wordt de octanol-water partitiecoëfficiënt gehanteerd: een stof met een hoge coëfficiënt heeft over het algemeen een grote neiging om in vet te accumuleren en bijgevolg ook een groot vermogen tot bioaccumulatie. Een klassiek voorbeeld is het insecticide DDT, dat zeer langzaam gemetaboliseerd wordt - de biologische halveringstijd van DDT wordt geschat op acht jaar, dat wil zeggen dat een dier na acht jaar nog maar de helft van de opgenomen hoeveelheid DDT heeft gemetaboliseerd - en dat in de voedselketen, vanaf het zoöplankton over vissen tot de visarend, 625-voudig aangerijkt wordt.

In de Europese regelgeving omtrent gevaarlijke stoffen (REACH, definitief aangenomen door de Europese ministerraad op 18 december 2006 en van kracht vanaf 1 juni 2007) worden zorgwekkende persistente organische stoffen ingedeeld als "PBT-stoffen of zPzB-stoffen". Deze stoffen kunnen aan een vergunningssysteem worden onderworpen, dat wil zeggen dat ze niet mogen gebruikt worden tenzij er uitdrukkelijk een vergunning voor verleend is.

  • PBT-stoffen zijn persistente, bioaccumulerende én toxische stoffen;
  • zPzB-stoffen zijn zeer persistente en sterk bioaccumulerende stoffen (ongeacht hun toxiciteit).