Biocide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een veld wordt besproeid met pesticide

Een biocide is een stof die organismen doodt. Een uitgebreide definitie: biociden zijn werkzame stoffen en preparaten [...] die een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden.[1]

Met "schadelijk organisme" wordt dan weer bedoeld: Elk organisme dat ongewenst aanwezig is of een schadelijke invloed heeft op de mens, zijn werkzaamheden of de door hem gebruikte of vervaardigde producten, op dieren of op het milieu.[1]

Het begrip "biocide" is breder dan "pesticide", wat in de eerste plaats de plaagbestrijdingsmiddelen omvat (insecticiden e.d.m.).

Soorten biociden[bewerken]

De Europese regelgeving[1] (Bijlage V) onderscheidt 22 producttypes (PT) van biociden, onderverdeeld in vier hoofdgroepen. Doordat biociden die worden gebruikt als conserveringsmiddelen voor voedingsmiddelen niet meer onder het toepassingsgebied van de verordening vallen, is er één productsoort minder in vergelijking met de voorgaande biociderichtlijn.

  • Ontsmettingsmiddelen en algemene biociden
    • PT 1: biociden voor menselijke hygiëne
    • PT 2: desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg en andere biociden (voorbeeld: symcloseentabletten)
    • PT 3: biociden voor veterinaire hygiënedoeleinden
    • PT 4: ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders
    • PT 5: ontsmettingsmiddelen voor drinkwater
  • Conserveringsmiddelen
    • PT 6: conserveringsmiddelen in conserven
    • PT 7: filmconserveringsmiddelen
    • PT 8: houtconserveringsmiddelen (voorbeeld: etofenprox, clothianidine, dazomet, IPBC)
    • PT 9: conserveringsmiddelen voor vezels, leer, rubber en gepolymeriseerde materialen (voorbeeld: difenoxarsine-10-yloxide)
    • PT 10: conserveringsmiddelen voor metselwerk
    • PT 11: conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen
    • PT 12: slijmbestrijdingsmiddelen
    • PT 13: conserveringsmiddelen voor metaalbewerkingsvloeistoffen
  • Plaagbestrijding
    • PT 14: rodenticiden (voor de bestrijding van muizen, ratten en andere knaagdieren)(voorbeeld: difenacum)
    • PT 15: aviciden (voor de bestrijding van vogels)
    • PT 16: mollusciciden (voor de bestrijding van weekdieren)
    • PT 17: pisciciden (voor de bestrijding van vis)
    • PT 18: insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen (voor de bestrijding van geleedpotigen zoals insecten, spinachtigen en schaaldieren)
    • PT 19: insectwerende en lokstoffen
  • Andere biociden
    • PT 20: aangroeiwerende middelen
    • PT 21: vloeistoffen voor balsemen en opzetten
    • PT 22: bestrijding van andere gewervelde dieren

Bron[bewerken]

  1. a b c [1], Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 167 van 27/06/2012 blz. 0001 - 0123.