Biologische landbouw en voeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Biologische landbouw in Capay, Verenigde Staten
Biologische melkveestal in Woerden, Nederland

Biologische of ecologische landbouw en voeding is een verzamelnaam voor landbouwmethoden en voedingsmiddelen die voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van milieu, natuur en landschap, het welzijn van dieren en productiemethoden. Deze termen verwijzen naar dezelfde landbouwmethoden, waarvan de minimale eisen internationaal zijn overeengekomen en vastgelegd.

Eisen en wetgeving[bewerken]

Er worden verschillende eisen gesteld aan biologische landbouw en voeding. Deze gelden op het gebied van:

De technische basisvereisten die in de biologische landbouw gesteld worden, zijn weergegeven in de Europese Verordeningen 834/2007 en 889/2008. In de Europese Lidstaten kunnen toch nog verschillen voorkomen als gevolg van interpretaties van deze basiswetgeving.

Varianten[bewerken]

Er bestaan verschillende varianten op de biologische landbouw, die allemaal in de praktijk worden beoefend. Min of meer in volgorde van anciënniteit:

  • Biologisch-dynamische landbouw - gebaseerd op inzichten uit de antroposofie.
  • Nature Farming - de dominante Japanse vorm van biologische landbouw, met grondlegger Mokichi Okada (1935): lijkt op biologisch-dynamische landbouw door nadruk op bodempreparaten.
  • Organisch-biologische landbouw - een kort na de Tweede Wereldoorlog ontstaande landbouwvariant die de nadruk legt op het stimuleren van de micro-organismen in de bodem. De methode is bedacht door Hans en Maria Müller en verder ontwikkeld door de microbioloog Hans Peter Rusch.[2]
  • Permacultuur - ontwikkeld in de Australië in de jaren 70, gericht op nauwkeurig ontworpen ecosystemen.
  • Fukuoka landbouw - gebaseerd op de ideeën van de Japanner Masanobu Fukuoka (1975), die streeft naar minimaal ingrijpen in natuurlijke processen.
  • Forest agriculture - gebaseerd op het boek "The Forest Garden" van de Engelsman Robert Hart uit 1987, nauw verwant aan permacultuur.
  • Synergetische landbouw - ontwikkeld door Emilia Hazelip in de VS, voortbouwend op de ideeën van Fukuoka - niet in boekvorm gepubliceerd.
  • Anastasia landbouw - zeer recent ontstaan in Rusland, naar aanleiding van de boeken van Vladimir Megre, met een uitgesproken "spiritueel" karakter.

Al deze varianten hebben als gemeenschappelijk kenmerk, dat zij zich baseren op ecologische principes en de chemisch-industriële aanpak afwijzen. Ofschoon zij zich soms tegen elkaar afzetten, streven zij er alle naar zo veel mogelijk "samen te werken" met de natuur. Alleen biologische landbouw is vastgelegd in internationale wet- en regelgeving. Voor de andere vormen bestaan alleen private labels - en vaak ook die niet.

Kenmerken van deze akker-, weide- en tuinbouw[bewerken]

Kenmerk van deze akker-, weide- en tuinbouwmethoden is dat er gepoogd wordt te werken met zo weinig mogelijk milieubelastende middelen en methoden. Van kunstmest (of drijfmest) en pesticiden wordt uitgegaan dat het het bodemleven verstoort,[bron?] waardoor deze (bij voorbaat) niet worden gebruikt. Het organische stofgehalte speelt hier een belangrijke rol, en moet (in de meeste gevallen) verhoogd worden. Men rekent biologische of ecologische landbouw tot de 'duurzame landbouw',[bron?] omdat de ecologische efficiëntie wordt verhoogd.[bron?] Men poogt de synergie met het (te stimuleren) bodemleven maximaal te benutten, zodat deze vorm van landbouw lang volgehouden kan worden. Indien juist toegepast, verbetert de bodemvruchtbaarheid, en dus ook de opbrengst, jaar na jaar, na de omschakelings- (en bodemherstel)periode.[bron?] In deze akkerbouw zijn er de volgende belangrijke verschillen met de gangbare landbouw:

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen[bewerken]

Er worden geen synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Toegestane middelen zijn:

Er zijn vijftien bestrijdingsmiddelen (insecticiden, antischimmelmiddelen) toegestaan, meestal natuurlijke gifstoffen uit planten of bacteriën.[3] Zo is middels EU-verordening nr. 404/2008 het insecticide (van bacteriële oorsprong) spinosad toegestaan. Verder legitimeert dezelfde verordening ook het gebruik van kaliumbicarbonaat en koperoctanoaat bij de bestrijding van verschillende schimmelziekten.

Ook zijn een aantal rijpingsbevorderaars wel toegestaan. Zo is door deze verordening het gebruik van ethyleen in bepaalde gevallen toegestaan, onder andere bij het narijpen van citrusvruchten.

Ongeveer de helft van de 2.900 biologische boeren in Nederland gebruikt af en toe bestrijdingsmiddelen.[3].

Genetisch gemodificeerde gewassen[bewerken]

Het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen is onder de (niet wettelijk vastgelegde) criteria van de International Federation of Organic Agriculture Movements (IFOAM) en de (wettelijk vastgelegde) Europese verordening voor biologische landbouw niet toegestaan.

De gewassoort en de manier van verbouwen[bewerken]

Methodes die worden gebruikt in de biologische akkerbouw en tuinbouw om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen zijn onder meer een keuze voor resistente rassen en vruchtwisseling waarbij gewassen minder frequent op hetzelfde perceel worden geteeld. Er wordt een vruchtwisselingschema's van vijf tot zeven jaar aangehouden. Bij optreden van ziekten of plagen oogst men soms vroeger. Belangrijk is om te werken aan de weerstand van planten door overmatige bemesting te vermijden. Soms passen biologische telers biologische bestrijding toe.

Kunstmest met uitzondering van kieseriet mag niet worden gebruikt, mest uit andere veehouderijsystemen, zoals gangbare een scharrelveehouderij zo min mogelijk. Onkruid wordt voor een groot deel met de hand of machinaal bestreden.

Veel biologische boeren zijn ook in andere opzichten anders dan gangbare boeren met de landbouw bezig. Zo hebben ze vaker een gemengd bedrijf (zowel akkerbouw als veeteelt) en besteden meer arbeid en tijd aan natuurbeheer op het bedrijf.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook het artikel over een vorm van inzaaien: de biologische zaaitabel.

Kenmerken van veehouderij[bewerken]

Ook zijn er tal van regels over de wijze waarop er met dierenwelzijn omgegaan wordt.

Leefomstandigheden[bewerken]

Het aantal vierkante meters dat een dier tot zijn beschikking heeft is groter, er zijn beperkingen voor het op stal zetten en varkens, koeien en kippen beschikken over daglicht en een vrije uitloop naar buiten. Het routinematig afbranden van snavels bij kippen en het staartknippen bij varkens is niet toegestaan. Het castreren van varkens is eveneens verboden.

Voeding[bewerken]

Dieren moeten, waar mogelijk, gevoerd worden met biologisch geproduceerd diervoer. Alleen als er niet voldoende biologisch voer beschikbaar is, mag door de veehouder ander voer ingekocht worden, dit komt zelden voor. Herbivoren moeten in elk geval 100% biologisch gevoederd worden.

Medicijnen[bewerken]

Net als in niet-biologische landbouw is het gebruik van groeihormonen tijdens het productieproces verboden. Ook antibiotica mogen niet preventief worden toegediend, enkel wanneer een dier ziek is. Een vleesvarken mag tijdens zijn leven maar een keer met medicijnen behandeld worden, drachtige zeugen voor twee verschillende aandoeningen per jaar. Voor koeien geldt eveneens dat voor twee verschillende aandoeningen per jaar behandeld mag worden. Homeopathische geneesmiddelen genieten binnen de biologische veehouderij de voorkeur boven de reguliere middelen en deze mogen wel zonder restricties gebruikt worden, ook al is hun werking niet bewezen.

Kenmerken van bereide voedingsmiddelen[bewerken]

Bedrijven die biologische voedingsmiddelen willen bereiden dienen in het bezit te zijn van de juiste certificaten. Er moet een duidelijke administratie bijgehouden worden van biologische grondstoffen die binnenkomen, en biologische producten die geleverd worden aan bijvoorbeeld winkels of andere met reguliere levensmiddelen.

Biologische voeding mag geen chemisch-synthetische geur- kleur- en smaakstoffen bevatten en ook geen conserveringsmiddelen. Ook zijn er strenge eisen aangaande de etikettering. Als uitzondering op de algemene regel mag biologische wijn overigens wél sulfieten bevatten. In feite bestaat er geen biologische wijn maar is het wijn van biologisch geteelde druiven. De vinificatie hiervan staat gebruik van sulfiet toe.[4]

Omvang[bewerken]

De biologische landbouw is wereldwijd de snelstgroeiende sector binnen de voedingsmiddelenbranche. Wereldwijd is de omzet voor biologische producten sinds 2001 verdubbeld.[bron?] De groep consumenten, die biologisch geproduceerd voedsel koopt, neemt toe. Naast natuurvoedingswinkels bieden ook supermarkten een steeds uitgebreider assortiment biologische producten aan.

Nederland[bewerken]

Het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) streefde ernaar om de consumptieve bestedingen aan biologische voeding te laten groeien naar 5% van de totale uitgaven aan voeding in 2007 en het biologische landbouwareaal naar 10% van het totale landbouwareaal in 2010.[bron?]

In 2004 was het marktaandeel van biologische voeding 1,8% en het biologische landbouwareaal 2,5% (48.155 hectare) van het totaal.[5] Sinds 2004 is het biologisch areaal langzaam gedaald tot 47.019 ha per eind 2007 om in 2008 weer te groeien naar 50.435 hectare.[6] In 2010 was het marktaandeel van biologische producten gestegen tot 2,5 procent.[7]

  • Zuivel: Nederland telde in 2010 ongeveer 325 biologische melkveehouders. Door de toenemende vraag naar biologische zuivel is er krapte ontstaan. In 2010 moest biologische melk geïmporteerd worden uit Duitsland en Denemarken.[7]

Biologische producten en gezondheid[bewerken]

Biologische voedingsmiddelen zijn de producten die door de biologische landbouw zijn vervaardigd. De biologische landbouw houdt rekening met haar belasting van de natuur en kiest voor milieu- en diervriendelijkere productiemethoden, maar is niet gericht op het produceren van 'gezondere' producten. Toch blijkt uit consumentenonderzoek dat het meerendeel van de kopers van biologische producten dit te doen vanuit gezondheidsoverwegingen.[8]

Hoewel het niet ondenkbaar is dat biologische producten gezonder zijn, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat dit verschil niet significant is. In 2012 bleek uit een meta-analyse van 45 onderzoeken dat biologische producten ongeveer 30% minder aan pesticiden bevat, maar ook de niet-biologische producten blijven binnen de veiligheidsmarges. Daarentegen bevat biologisch varkensvlees meer E. coli-bacteriën, al gaan die dood als het goed doorbakken is. Biologisch vlees blijkt wel minder risico op te leveren op resistente bacteriën. Biologisch voedsel wijkt ook nauwelijks af qua voedingswaarden van industrieel geproduceerd voedsel. Enkel fosfor komt vaker voor, waar een gezond persoon toch al geen gebrek aan heeft.[9] Het Voedingscentrum beschouwt biologische voeding als even gezond als niet-biologische voeding.[10]

De consumentenbond kwam na vergelijking van 15 groentes tot de conclusie dat biologisch gekweekte gewassen nauwelijks betere voedingswaarde bevat.[11] De Engelse Food Standards Agency deed in 2009 een uitgebreide literatuurstudie van alle wetenschappelijk onderzoek op dit gebied en kwam tot de conclusie dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is om biologische voeding als gezonder dan niet-biologische aan te merken.[12] Ook een onderzoek dat in 2012 gepubliceerd was in Annals of Internal Medicine concludeerde dat er geen bewijs is dat biologische voeding beduidend voedzamer is. Het risico om aan een maximaal toegelaten waarde van een bestrijdingsmiddel te geraken verschilt niet veel tussen biologisch en conventionel voedsel.[13]

Verschillende onderzoeksinstituten komen met afwijkende conclusies. Het Louis Bolk Instituut, een onderzoeksinstituut ten behoeve van biologische landbouw, komt met positieve resultaten. In 2005 concludeerde dat biologische zuivel meer gezondheidsbevorderende stoffen bevat. Samen met de ketenorganisatie voor de biologische landbouw Platform Biologica duidt ze aan dat vitamine C vaker zou voorkomen in biologisch gekweekte producten. In 2007 concludeerde ze dat biologisch gevoede kippen verschillen qua immuunreactiviteit, stofwisseling en genexpressie met gangbaar gevoerde dieren.[14] Wat het effect van menselijke consumptie hiervan is, is onduidelijk.

Een langdurig onderzoek aan de Universiteit van Californië concludeerde dat biologisch geteelde tomaten bijna tweemaal zoveel flavonoïden bevatten als conventioneel geteelde tomaten (gemiddeld 97% meer kaempferol en 79% meer quercetine).[15] Uit een ander onderzoek zou blijken dat fruitvliegjes langer leven en actiever, vruchtbaarder en stressbestendiger zijn als ze biologisch geteeld voedsel krijgen.[16]

Biologische veeteelt en epidemieën[bewerken]

Hoewel het aannemelijk is dat biologische veeteelt minder gevoelig is voor epidemieën is hiervoor geen direct bewijs. Bij de biologische veeteelt zijn de regels t.a.v. veevoer scherper en beter omschreven[bron?] en ook de dierdichtheid is beduidend lager wat wordt gerekend tot de cruciale preventiemaatregelen van zoönose-epidemieën.[17]

Hiertegen over staat dat dieren in de biologische veehouderij vaker buiten komen en meer mogelijkheden tot scharrelen hebben bepaalde dierziekten die lang weg geweest zijn kunnen terugkomen.[bron?] Bepaalde worminfecties bij varkens bijvoorbeeld. Daarnaast bevinden zich in dierlijke mest meer ziektekiemen dan in kunstmest wat in de conventionele landbouw gebruikt wordt.

Specifieke problemen[bewerken]

De afstemming tussen aanbod en vraag is moeilijk: boeren die hun producten biologisch willen afzetten komen soms op een wachtlijst te staan of moeten hun biologische producten als gangbaar verkopen tegen lagere prijzen. Op andere momenten dreigt door een groeiende vraag en een achterblijvende productie tekorten te ontstaan.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat burgers vaak een natuur- en diervriendelijke landbouw wensen, waarbij men aangeeft dat men bereid is hier een meerprijs voor te betalen. Het consumentengedrag blijft daar vaak bij achter: vaak wil men een product toch tegen een zo laag mogelijke prijs en kiest men dus liever voor goedkopere producten uit de gangbare landbouw. Niettemin groeit de markt voor biologische producten fors, zeker als men deze groei afzet tegen het klimaat in supermarkten waar de focus sterk op prijs is komen te liggen. Actuele cijfers over de markt van biologische producten zijn te vinden op de website van Biologica.

Kritiek[bewerken]

Vaak wordt zonder meer aangenomen dat biologische landbouw de enige manier is om op een milieuvriendelijke wijze voedsel te verkrijgen. De biologische landbouw is op bepaalde vlakken wel minder belastend voor dier en milieu dan de gangbare landbouw. Door critici worden kanttekeningen geplaatst bij biologische landbouw.

Tegenstanders van biologische landbouw stellen:

  • Kunstmest mag niet worden gebruikt, en de boer staat slechts dierlijke mest en compost ter beschikking. Om mest te verkrijgen is veel extra land nodig. Landbouwgrond, ook biologische landbouwgrond, is veel minder rijk aan plantensoorten dan bijvoorbeeld tropisch regenwoud of Hollands moerasbos.
  • Door gebruik van natuurlijke meststoffen is het moeilijk de dosering af te stemmen op wat het gewas nodig heeft. Op momenten dat het gewas veel voedingsstoffen nodig heeft ontstaat een tekort waardoor de opbrengst lager wordt. Aan de andere kant is er een overschot aan meststoffen op het moment dat het gewas minder hard groeit. Deze meststoffen spoelen uit de bodem en komen terecht in het grond- en oppervlaktewater, waar het een vervuilende invloed heeft.
  • Biologische landbouw heeft vaak meer ruimte nodig, terwijl landbouwgrond schaars wordt.[18]
  • De biologische landbouw is niet efficiënt genoeg om de hele wereldbevolking van voedsel te voorzien.
  • Het criterium dat mest- en gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong moeten zijn is arbitrair. Zo wordt in de biologische landbouw nog steeds kopersulfaat gebruikt, een stof die veel aspecifieker en daarmee schadelijker is voor het bodem- en waterleven dan modernere alternatieven.

Bovenvermelde punten worden door voorstanders vaak als volgt weerlegd:

  • De gangbare landbouw zou de biodiversiteit sterker afbreken dan de biologische landbouw doordat bodemleven, wilde planten en insecten worden gedood. De sterk teruggelopen biodiversiteit in Nederland sinds het begin van de 20ste eeuw (nog 15% van wat het was, volgens de Monitor Duurzaam Nederland [19]) wordt door aanhangers van biologische landbouw toegeschreven aan de werkwijzen in de reguliere landbouw.
  • Bij biologische landbouw is de insteek niet om de plant te voeden, maar de grond. Door levende processen in de bodem zouden de voedingsstoffen geleidelijk vrijgemaakt worden voor de plant. Kunstmest zou sneller uitspoelen dan organische mest en het bodemleven verarmen. Bovendien nemen boeren geen risico's: ze gebruiken, zeker in de VS, vaak twee keer zoveel kunstmest als noodzakelijk: boeren spreken dan over "crop insurance"[bron?].
  • Voor de productie van compost is niet meer land nodig dan voor de productie van kunstmest[bron?]. Er is slechts een fractie nodig van de energie die voor kunstmestproductie- en transport vereist is.
  • Een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008 meldt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door het gebruik van biologische productiemethoden[20]. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn vaak onbetaalbaar voor kleine boeren in ontwikkelingslanden, terwijl arbeidskracht - letterlijk - genoeg voorhanden is. Men stelt dus dat biologische gewasbescherming effectiever is dan helemaal géén gewasbescherming, men stelt niet dat biologische gewasbescherming effectiever is dan gangbare gewasbescherming.
  • Het hongerprobleem in de wereld is geen kwestie van tekorten, maar een probleem van verdeling en distributie. Volgens cijfers van de VN, bij monde van rapporteur Jean Ziegler, werd in 2006 in principe voldoende voedsel geproduceerd om 12 miljard mensen te voeden. Aanhangers van biologische landbouw gaan hier overigens voorbij aan het gegeven dat het grootste deel van de mondiale voedselproductie met gangbare landbouwmethoden geproduceerd wordt en dat er wél tekorten zouden kunnen ontstaan als er op grote schaal overgeschakeld zou worden op biologische landbouw.
  • De biologische landbouw heeft een "kraamkamerfunctie" voor de gangbare landbouw, methodes uit de biologische landbouw kunnen bij gebleken geschiktheid overgenomen worden in de reguliere landbouw.[21]

Opleiding[bewerken]

In Nederland zijn er twee opleidingen voor biologisch boer, De Warmonderhof in Dronten en de Kraaybekerhof in Driebergen. Daarnaast is er aan de Wageningen Universiteit een MSc Organic Agriculture (MSc Biologische Productiewetenschappen) opleiding die zich op biologische producten richt. In Vlaanderen wordt er een 2-jarige opleiding biologische en bio-dynamische landbouw gegeven door Landwijzer uit Antwerpen. Daarnaast biedt men tevens een 1-jarige opleiding "zorg in de biologische landbouw" aan.

Keurmerken[bewerken]

Binnen de Europese Unie is één keurmerk afgesproken. Het logo is groen en heeft 12 witte sterren die samen een plantenblad voorstellen. Dit logo vervangt het logo dat tot 1 juli 2010 gold. Op producten mogen ook andere keurmerken geplaatst worden.[22] Gelijkende keurmerken die consumenten ook tegen kunnen komen zijn:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Algemeen

  • Jaap Melgers: Biologische akkerbouw, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1993)
  • Adrian Myers: Organic Futures, The Case for Organic Farming (Green Books, 2006)
  • Willy Schilthuis: Anders omgaan met de aarde, biologisch-dynamische landbouw voor nu en later (Christofoor, 1995)
  • Kees van Veluw: Biologische veehouderij, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1994)
  • Bart Willems: Biologische groenteteelt, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1996)

In de tekst

  1. http://www.skal.nl/Home/Artikelen/tabid/99/category/Plantaardige%20productie/catid/6/itemid/30/language/nl-NL/Default.aspx Skal.nl
  2. G. Vogt, The Origins of Organic Farming in Organic Farming: An International History (2011) geredigeerd door William Lockeretz. CABI, ISBN 9781845938765.
  3. a b Sander Voormolen - "Spijt van de spuit. Biologische telers willen helemaal af van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar of dat lukt?". NRC-next Donderdag 11 maart 2010
  4. Lijst van E-nummers (gewijzigd 22 oktober 2007), een pdf-bestand van Stichting Voedingscentrum Nederland, verkregen via http://www.voedingscentrum.nl.
  5. Voor meer marktinformatie zie Bio-monitor 2006.
  6. http://www.agriholland.nl/dossiers/bioland/home.html#omvang
  7. a b Verkoop biologische zuivel groeit 29 sep 2010
  8. Elvi van Wijk-Jansen, Amber Ronteltap en Laura Jager, Het gezonde van biologisch voedsel: de beleving van consumenten. LEI Wageningen UR, december 2009
  9. Ellen de Visser, Onderzoeksanalyse: biologisch eten niet gezonder. Volkskrant.nl, 4 september 2012
  10. Biologisch. Bekeken op 24 juni 2014
  11. Hoe logisch is biologisch?. Consumentengids, februari 2006
  12. (en) Comparison of putative health effects of organically and conventionally produced foodstuffs: a systematic review. juli 2009
  13. Smith-Spangler, Crystal e.a. Are Organic Foods Safer or Healthier Than Conventional Alternatives?A Systematic Review. Annals of Internal Medicine. 2012 Sep;157(5):348-366.
  14. (en) Machteld Huber, Organic, More Healthy? A search for biomarkers of potential health effects induced by organic products, investigated in a chicken model. Second edition 2007. Louis Bolk Instituut, publication number M22 or FQH-publication number FQH05. ISBN 9789074021562. Dit onderzoek, uitgevoerd door een consortium van de Wageningen UR, TNO, het RIKILT en het Louis Bolk Instituut, werd gefinancierd door de Nederlandse overheid.
  15. (en) Mitchell AE, Hong YJ, Koh E, et al. Ten-year comparison of the influence of organic and conventional crop management practices on the content of flavonoids in tomatoes. (2007) J Agric Food Chem 55:6154-6159. PMID 17590007 gratis volledige artikel.
  16. (en) Chhabra R, Kolli S, Bauer JH. Organically grown food provides health benefits to Drosophila melanogaster. PLoS ONE. 2013;8(1):e52988.. DOI:10.1371/journal.pone.0052988. PMID 23326371. Gratis volledige artikel. Besproken op Foodlog: Fruitvliegjes gezonder door biologisch eten.
  17. Zie bijvoorbeeld het VN-rapport Biosecurity measures in Animal Husbandry to prevent Epidemic Zoonoses (Volledige tekst)
  18. Landbouw: biologisch of gangbaar, Milieu Centraal (geen datum)
  19. [1]
  20. [2]
  21. Bron voor deze alinea: NRC Handelsblad, 19 april 2005: Verbeter vooral de gangbare landbouw – Voedselvoorziening noch milieu gebaat bij biologische landbouw. Door Louise Fresco, Rudy Rabbinge en Joost van Kasteren
  22. Organic Farming: Questions & Answers. Agriculture and Rural Development
  23. http://www.eko-keurmerk.nl www.eko-keurmerk.nl
  24. Dierenbescherming: Beter Leven