Biologische onsterfelijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Biologische onsterfelijkheid is de afwezigheid van een opgelopen toename in cijfer van sterfte als een functie van chronologische leeftijd. Een cel of een organisme dat niet veroudert, of dat een op gegeven punt van zijn leven stopt met verouderen, wordt beschouwd biologisch onsterfelijk te zijn. Echter, deze definitie van onsterfelijkheid werd betwijfeld in het nieuwe "Handbook of the Biology of Aging", omdat de toename in sterftecijfer als functie van chronologische leeftijd kan verwaarloosd worden bij extreme bejaardheid. Maar ook al neemt het sterftecijfer toe bij bejaarden, zijn deze cijfers zeer hoog (bv. 50% kans van het overleven van nog jaar op een leeftijd van 110 of 115 jaar).

Er is slechts één hedendaags organisme biologisch onsterfelijk: de Turritopsis nutricula. Deze kwal maakt gebruik van transdifferentiatie. Gelijk welk levend object dat biologisch onsterfelijk is, zou nog altijd kunnen sterven, wanneer het voldoende letsels zou toegebracht krijgen of als het lichaam vernietigd zou worden.