Biventriculaire pacemaker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een Biventriculaire pacemaker is een pacemaker, voor patiënten met systolisch hartfalen.

Bij een deel van de patiënten met hartfalen trekt de linkerhartkamer niet meer synchroon samen. Indien sprake is van een vertraagd samenknijpen van de vrije wand van de linkerkamer, kan met een biventriculaire pacemaker gezorgd worden dat de vrije wand meer gelijktijdig met het interventriculaire septum (dit is het tussenschot tussen de linker- en de rechterkamer) samenknijpt. De bedoeling is dus de synchronie van de contractie te verbeteren en daarmee dus ook de pompfunctie van het hart. Bij circa 70% van de patiënten die voor een biventriculaire pacemaker in aanmerking komen, leidt implantatie van een biventriculaire pacemaker ook tot een verbetering van de conditie en een afname van de kortademigheid. Daarnaast is een verbetering van de levensverwachting aangetoond. Meestal bevatten deze biventriculaire pacemakers ook een ICD-functie, zodat doorgaans van een biventriculaire ICD wordt gesproken. Niet bij iedereen hoeft de ICD-functie echter aan te staan.

Over het algemeen worden er drie draden in het hart gelegd:

  • Eén draad in de boezem om het hartritme te volgen.
  • Eén draad in de apex van de rechterkamer om de rechterkamer te stimuleren.
  • Eén draad in de afvoerader van het hart (sinus coronarius), die naar de loopt, om zo de linkerkamer te stimuleren.

De ingreep wordt slechts in een beperkt aantal ziekenhuizen uitgevoerd. Over het algemeen zijn dat academische ziekenhuizen, maar ook een aantal grote algemene ziekenhuizen.

Indicaties[bewerken]

  • hartfalen klasse III-IV NYHA (functionele classificatie volgens de New York Hearts Association)
  • Linker bundeltak blok (zichtbaar op het ECG) met een QRS-duur van ten minste 120ms.

Complicaties[bewerken]

Toekomst[bewerken]

Aangezien de implantatie van een biventriculaire pacemaker slechts in 2/3 van de gevallen verbetering van de conditie geeft, wordt veel onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de indicatiestelling, en de optimalisering van het positioneren van de linkerkamer lead.