Blaasontsteking
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
| Blaasontsteking | ||||
| cystitis | ||||
| ICD-10 | N30 | |||
| ICD-9 | 595 | |||
| DiseasesDB | 29445 | |||
|
||||
Een blaasontsteking of cystitis is een infectie van de blaas. In de (normaal steriele) urine in de blaas vermenigvuldigen zich bacteriën, die ook het slijmvlies van de blaas aanvallen.
Blaasontsteking komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, omdat zij een kortere urinebuis hebben en vanwege de veel grotere kans op besmetting vanuit het eigen darmkanaal. Om deze reden is het voor vrouwen belangrijk om na de ontlasting de billen nooit van achter naar voren af te vegen. Hierdoor komen bacteriën naar voren waardoor ook een blaasontsteking kan ontstaan.
Ongeveer de helft van de vrouwen maakt ten minste éénmaal in haar leven een blaasontsteking door. Circa 20% van de vrouwen heeft er ten minste éénmaal per jaar last van.
Inhoud |
[bewerken] Diagnose
De diagnose van blaasontsteking wordt gesteld op basis van zowel symptomen als op basis van analyse van de urine, bij voorkeur opgevangen halverwege de urinestroom in een steriele container en meteen afgesloten. Bij microscopische analyse van de urine kunnen hoge aantallen witte bloedcellen en bacteriën worden aangetroffen. Voor de detectie van bacteriën in de urine worden echter meestal teststrips gebruikt, waarbij de aanwezigheid van nitriet wordt bepaald. Veel bacteriën reduceren nitraat in de urine tot nitriet, waardoor dit als indicator kan worden gebruikt voor de aanwezigheid van bacteriën. De meest betrouwbare resultaten worden verkregen wanneer analyse binnen het uur plaatsvindt, maar gekoelde opslag (5 graden Celcius) is mogelijk, mits dat niet langer dan 24 uur gebeurt.
Wanneer de urine op kweek gezet wordt, kunnen exacte aantallen en het type bacteriën worden bepaald. De bacterie Escherichia coli wordt verreweg het meest aangetroffen.
[bewerken] Oorzaken
- Bacteriële verwekkers
- Circa 90% van de urineweginfecties wordt veroorzaakt door de Gram-negatieve bacterie Escherichia coli, een normale bewoner van de menselijke darm, maar die gemakkelijk vanuit het gebied rond de anus kan migreren naar de vagina en de urinewegen. Meestal betreft dit specifieke stammen van de bacterie, behorend tot de serotypen K, O of H. Andere Gram-negatieve verwekkers zijn Proteus, Klebsiella en zeldzamer de Pseudomonas. Ook Chlamydia trachomatis en Neisseria gonorrhea kunnen urineweginfecties veroorzaken bij seksueel actieve mensen die zonder condoom vrijen met iemand die de bacterie draagt. Deze geven in het algemeen geen echte blaasontsteking maar alleen een infectie van de plasbuis (en bij vrouwen van het cervicale kanaal, het kanaaltje in de baarmoederhals).
- De bacteriën kunnen alleen koloniseren wanneer ze niet worden weggespoeld met de urine. Daartoe bezitten de bacteriën haartjes (pili) met daarop een bindingsstof (adhesine, een lectine) welke specifiek hecht aan mannose op het epitheel van de blaaswand en de urinewegen (bij de E.coli-bacterie is dat het FimH-adhesine). Wanneer de bacteriën erin slagen om te hechten, zullen ze proberen om de cel binnen te dringen, waar ze in relatieve rust kunnen leven en reproduceren, beschermd tegen veel van de immuunreacties van het lichaam.
-
Bacteriologische bevindingen bij mensen met blaasontsteking Bacteriesoort
Percentage patiënten
Bron: [1]Escherichia coli 89,2 % Proteus mirabilis 3,2 % Klebsiella pneumoniae 2,4 % Enterococci 2,0 % Staphylococcus saprophyticus 1,6 % Enterobacter aerogenes 0,8 % Pseudomonas aeruginosa 0,4 %
- Virale verwekkers
- Ook een herpes simplexvirus kan aanleiding geven tot een urethritis (ontsteking van de plasbuis). Dit is een seksueel overdraagbare aandoening. Vaak gaat dit gepaard met ulceratie van het slijmvlies van de vulva en urethra (plasbuis).
- Interstitiële cystitis
- Interstitiële cystitis is een vrij frequent voorkomende en erg pijnlijke vorm van blaasontsteking waarvan de oorzaak niet gekend is. Ook gekend als pijnlijke blaassyndroom of blaaspijn syndroom.
Infecties na katheterisatie komen vaak voor. Vaak zijn hierbij eerder genoemde bacteriële verwekkers betrokken. Ook anatomische afwijkingen of de aanwezigheid van nierstenen in de ureter of blaas kunnen leiden tot infecties.
[bewerken] Symptomen
Zelden verloopt een blaasontsteking zonder symptomen. Klachten van een blaasontsteking bestaan uit een branderig of pijnlijk gevoel bij plassen, loze aandrang, frequent plassen of een stinkende urine. Andere mogelijke symptomen zijn troebele urine, pijn in de onderbuik en rode afscheiding uit de urinebuis.
[bewerken] Complicaties
Elke blaasontsteking kan opstijgen naar de hogere urinewegen en kan een nierbekkenontsteking (pyelonefritis) of een prostatitis bij mannen veroorzaken. Ook kunnen bacteriën migreren naar de bloedbaan en een bloedvergiftiging veroorzaken. Uiteraard treden deze complicaties vooral op bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem, zoals bejaarden of mensen met ernstige ziekten. Bij een pyelonefritis bestaat meestal flinke koorts, is er pijn in een of beide lendenen en treedt een behoorlijk ziektegevoel op.
[bewerken] Behandeling
In het algemeen wordt geadviseerd bij het optreden van recidiverende blaasontstekingen veel te drinken, en goed uit te plassen (met name na geslachtsgemeenschap). Bij veel vrouwen gaat aan de meeste blaasontstekingen geslachtsgemeenschap vooraf. Bij de seks worden ook bacteriën door de plasbuis in de blaas gemasseerd.
[bewerken] Regulier
Conform de NHG-standaard "Urineweginfecties"[2] behandelt een huisarts urineweginfecties veelal met antibiotica. Nitrofurantoine en trimethoprim zijn de meest gebruikte middelen.[2] Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen ongecompliceerde urineweginfecties en gecompliceerde urineweginfecties. Een ongecompliceerde urineweginfectie is gedefinieerd als een urineweginfectie bij een vrouw in de vruchtbare leeftijd zonder tekenen van opstijgende infectie.
Alle andere typen, zoals urineweginfecties bij mannen en jongens en jonge (pre-pubertale) meisjes zijn per definitie gecompliceerd. Bij gecompliceerde infecties worden vaak antibiotica voorgeschreven die niet alleen in de plas maar ook in het weefsel een voor bacteriën dodelijke concentratie bereiken. Overigens zijn antibiotica niet altijd noodzakelijk. De huisarts zal spontane genezing in het algemeen echter niet afwachten.
Een blaasontsteking bij een klein kind is in principe een reden voor verwijzing naar de kinderarts, niet zozeer vanwege de blaasontsteking zelf maar om mogelijke anatomische factoren op te sporen die blaasontsteking in de hand werken, zoals ureterovesicale reflux, een dubbel aangelegd nierkelksysteem, nierstenen of obstruerende kleppen in de plasbuis.
[bewerken] Natuurlijke behandeling
Bereidingen van veenbessen (bijvoorbeeld gedroogd of als cranberrysap) zijn effectief in de preventie[3] en behandeling[4] van blaasontsteking.[5][6]. Er zijn drie soorten verbindingen in cranberry's die verantwoordelijk worden gehouden voor dit effect. De proanthocyanidines in cranberry's remmen van de aanmaak van de bacteriële celwand en voorkomen de expressie van de haartjes (pili) waarmee de E. coli zich probeert te hechten aan het epitheel in de urinebuis. De proanthocyanidines zijn in cranberry op een andere wijze (A-type) gebonden in vergelijking met die in andere fruitsoorten (B-type). Juist deze type-A proanthocyanidines zijn effectief in het voorkomen van kolonisatie door E. coli.[7] Ook fructose in cranberry's heeft enige anti-adhesieve eigenschappen,[8] maar vooral mannose (hieronder apart besproken) vermindert de hechting van pathogene bacteriën. Daardoor verminderen de kolonisatiemogelijkheden van deze bacteriën, waardoor ze via de urinestroom naar buiten worden gespoeld.[5]
D-Mannose is een natuurlijke suiker, sterk verwant met glucose, die kan worden gebruikt specifiek bij door E. coli veroorzaakte blaasontsteking (80-90% van de gevallen). In sommig fruit is mannose aanwezig, waardoor onder normale omstandigheden lage concentraties mannose in de urine voorkomen, waarschijnlijk draagt dat bij aan een natuurlijke bescherming tegen blaasontsteking. Eind jaren 80 van de twintigste eeuw werd ontdekt dat mannose tegen uropathogene E. coli bacteriën kon werden ingezet.[9] Bij inname van een aantal grammen mannose, bijvoorbeel door gebruik van een mannosebevattend voedingssupplement, zijn in de urine relatief hoge concentraties mannose aanwezig. Daardoor raken de meeste adhesines al bezet door exogeen mannose, en kan de E. coli-bacterie zich niet meer goed hechten aan het epitheel van de urinewegen. Daarna wordt de bacterie niet gedood maar via de urine afgevoerd.[10][9][11]
De eiwitten die voorkomen op de urotheliale cellen van de urinewegen bevatten mannose, en de uropathogene E. coli bacterie bevat haartjes (pili) met daarop een bindingsstof welke specifiek hecht aan mannose (het FimH-adhesine). Via hechting aan mannose op het epitheel van de urinewegen probeert de E. coli-bacterie te koloniseren.
[bewerken] Externe link
Bronnen, noten en/of referenties
|