Bladvingergekko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bladvingergekko
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Exemplaar uit Kaapstad, Zuid-Afrika.
Exemplaar uit Kaapstad, Zuid-Afrika.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Gekkota (Gekko's)
Familie: Gekkonidae
Geslacht: Afrogecko
Soort
Afrogecko porphyreus
Daudin, 1802
Afbeeldingen Bladvingergekko op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bladvingergekko op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De bladvingergekko[1] (Afrogecko porphyreus) is een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota en de familie Gekkonidae.[2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De bladvingergekko heeft een zeer variabele kleur en kan zoals wel meer gekko's een beetje van kleur veranderen. Meestal is de basiskleur grijsbruin tot bruin, maar ook bijna zwarte exemplaren komen voor. De gekko bereikt een lichaamslengte van vier tot vijf centimeter, exclusief de staart die langer dan het lichaam is en vrij dik. De totale lengte is ongeveer 11,5 centimeter.[3] Opvallend zijn de ovaalvormige vergrotingen van de tenen waardoor deze meer lamellae hebben, de zeer goed hechtende kleefkussentjes van gekko's. De kop is breed en afgeplat, de pupil is verticaal. Van het neusgat loopt vaak een donkere streep door het oog.[4]

Verspreiding en habitat[bewerken]

De soort komt endemisch voor in Zuid-Afrika. De soort zou ook voorkomen in Kameroen maar dit is onwaarschijnlijk. De bladvingergekko komt niet voor in Madagaskar zoals eens is beschreven, dit betreft de soort Phyllodactylus brevipes.[2]
De habitat bestaat uit rotsachtige omgevingen als muren, klippen en ruïnes, waar de hagedis snel tussen de rotsspleten kan klauteren. De gekko leeft in warme en droge gebieden zoals stenige berghellingen.

Levenswijze[bewerken]

De gekko jaagt 's nachts actief op kleine ongewervelden zoals insecten. Deze soort komt af op licht en schuwt de mens niet waardoor hij ook wel huizen binnen kruipt op zoek naar prooien.

De vrouwtjes leggen twee eieren per legsel, soms gebruiken meerdere vrouwtjes een gemeenschappelijk nest. De eieren worden afgezet onder boomschors en andere verborgen plaatsen en na ongeveer 4 maanden komen ze uit.[4] De juvenielen zijn dan ongeveer twee centimeter lang waarvan de staart meer dan een centimeter uitmaakt.[3]

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De soort werd voor het eerst verschreven door François-Marie Daudin in 1802. Oorspronkelijk werd de naam Gecko porphyreus gebruikt.[2] De Nederlandstalige naam bladvingergekko slaat op de sterk verbrede tenen en vingers. De wetenschappelijke geslachtsnaam Afro-gecko betekent 'gekko uit Afrika', en slaat op het verspreidingsgebied. De soortnaam porphyreus betekent 'roodpaars'.

Vroeger werd de soort ingedeeld bij het geslacht van de bladvingergekko's (Phyllodactylus), waardoor de oude wetenschappelijke naam Phyllodactylus porphyreus nog wel wordt gebruikt.

Er worden drie ondersoorten erkend:

Bronvermelding[bewerken]

Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 192 ISBN 90 274 8626 3.
  2. a b c Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Afrogecko porphyreus
  3. a b P Whitfield, Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld, Uitgeverij Areopagus, 1984, Pagina 424 ISBN 90 274 9009 0.
  4. a b Survey of Cederberg Amphibians & Reptiles for Conservation & Ecotourism. Marbled Leaf-toed Gecko / Gemarmerde Blaartoongeitjie
Bronnen
  • - (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Afrogecko porphyreus - Website Geconsulteerd 21 juli 2014
  • - (nl) P Whitfield - Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld (1984)- Pagina 424 - Uitgeverij Areopagus - ISBN 90 274 9009 0