Bladvorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bladeren van kruidachtige planten, loofbomen en naaldbomen hebben verschillende vormen, die betrekking hebben op de oppervlakte, bladrand, bladtop, bladvoet, mate van insnijding, nervatuur en samengesteldheid van het blad.

Ook zijn er bladeren die omgevormd zijn tot bloemdelen, schutbladen, steunblaadjes of bladranken. Bij sommige erwtenrassen, de zogenaamde bladloze rassen, zijn zelfs alle bladeren omgevormd tot ranken.

Bladoppervlak[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • rond
  • ovaal (elliptisch): lengte 1,1 tot 2,0 maal de breedte
  • langwerpig: lengte 2,1 tot 3,0 maal de breedte
  • lancetvormig: lengte 3,1 tot 5,0 maal de breedte
  • lijnlancetvormig: lengte 5,1 tot 10 maal de breedte
  • lijnvormig: lang en smal;lengte meer dan 10 maal de breedte
  • zwaardvormig: lijnvormig maar op doorsnede ruitvormig
  • naaldvormig: zeer smal, stevig (weinig buigzaam) en puntig; een naald kan rond, plat, driehoekig of vierhoekig zijn.
  • draadvormig: lang, dun, buigzaam en op doorsnede rond
  • eirond: lengte 1,5 tot 2 maal de grootste breedte; grootste breedte onder het midden
  • omgekeerd eirond: lengte 1,5 tot 2 maal de grootste breedte; grootste breedte boven het midden
  • spatelvormig: het brede deel aan de top, geleidelijk versmald in de steel
  • pijlvormig: twee naar beneden wijzende spitse slippen aan de voet
  • spiesvormig: twee horizontale slippen aan de voet
  • hartvormig: hartvormige insnijding aan de voet
  • omgekeerd hartvormig: hartvormige insnijding aan de top
  • ruitvormig: een punt gaat over in de bladsteel
  • driehoekig: gelijkbenige driehoek; als een punt overgaat in de bladsteel wordt ook wel van wig gesproken
  • niervormig: boven afgerond en stompe lobben aan de voet
  • schildvormig: ronde bladschijf, waarbij de bladsteel in het midden van de bladschijf zit
  • liervormig
  • gegolfd bladoppervlak
  • gebobbeld bladoppervlak
  • kroezig bladoppervlak

Bladinsnijding[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • ongedeeld: geen insnijdingen
  • veerlobbig: insnijdingen tot een kwart van de zijnerf
  • veerspletig: insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf
  • veerdelig: insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de hoofdnerf toe
  • handlobbig: insnijdingen tot een kwart van de zijnerf
  • handspletig: insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf
  • handdelig: insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de bladsteel toe

Bladrand[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • gaaf: helemaal recht
  • gegolfd: ronde insnijdingen en ronde uitsteeksels
  • gekarteld: scherpe insnijdingen en ronde uitsteeksels
  • gekroesd
  • getand: ronde insnijdingen en scherpe uitsteeksels
  • gezaagd: scherpe insnijdingen en scherpe uitsteeksels
  • dubbelgezaagd

Bladtop[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • uitgebeten: gekarteld
  • uitgerand: met een ondiepe insnijding
  • afgeknot: aan de top plat
  • afgerond: halfcirkelvormig
  • stomp: begrensd door een gebogen lijn
  • spits: begrensd door een scherpe hoek
  • stekelpuntig
  • toegespitst: in een smaller gedeelte uitlopend
  • lang toegespitst: in een smaller lang gedeelte uitlopend

Bladvoet[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • in de gevleugelde steel aflopend
  • versmald
  • wigvormig
  • afgeknot
  • afgerond
  • hartvormig
  • geoord
  • scheef
  • stengelomvattend
  • doorgroeid.

Bladnervatuur[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • parallelnervig.
  • kromnervig.
  • veernervig.
  • handnervig.
  • eennervig.
  • netnervig.

Samengesteldheid[bewerken]

De volgende basisvormen kunnen onderscheiden worden:

  • geveerd
  • dubbelveerdelig
  • dubbelgeveerd
  • drievoudig geveerd
  • drievoudig veerdelig
  • viervoudig geveerd
  • viervoudig veerdelig
  • handvormig samengesteld
  • gaffelvormig vertakt.

Bij geveerd wordt onderscheiden:

  • evengeveerd (zonder topblad)
  • onevengeveerd (met topblad)
  • afgebroken geveerd: als tussen de grote bladparen kleine bladparen liggen