Blaise Cendrars

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amedeo Modigliani. Portret van Blaise Cendrars. 1917. Olieverf op doek. 61 × 50 cm. Rome, verblijfplaats onbekend.

Blaise Cendrars, pseudoniem van Frédéric Louis Sauser (La Chaux-de-Fonds, Zwitserland, 1 september 1887Parijs 21 januari 1961) was een Zwitsers-Frans schrijver en dichter.

Sauser verliet op 15-jarige leeftijd zijn ouderlijk huis om voor een juwelenhandelaar te gaan werken, waardoor hij het grootste deel van zijn leven op reis was. Hij bezocht onder andere China, Mongolië, Iran, de Kaukasus en Rusland. Ook beoefende hij verschillende beroepen tot hij medicijnen en filosofie in Bern ging studeren.

In 1910 verhuisde hij naar Parijs, waar hij de dichter Guillaume Apollinaire ontmoette. Onder invloed van Apollinaire en met zijn wereldreizen als inspiratiebron ontwikkelde Sauser een geheel eigen schrijfstijl. Een goed voorbeeld hiervan is zijn in 1913 gepubliceerde lange gedicht Prose du Transsibérien et de la petite Jeanne de France, waarin hij zijn wereldreis beschrijft.

Zijn carrière als schrijver werd echter abrupt onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, waarin hij aan de zijde van het Frans Vreemdelingenlegioen vocht. Van midden december 1914 tot februari 1915 vocht hij in de Somme. Zijn ervaringen daar beschreef hij in zijn beroemde boek La main coupée (De afgehakte hand) en J'ai tué (Ik heb gedood). In het bloedige offensief in Champagne in september 1915 verloor hij namelijk zijn rechterarm, waardoor hij uit het leger ontslagen werd. In 1916 werd hij genaturaliseerd tot Fransman.

Gedichten[bewerken]

  • Les Paques à New York. 1912.
  • La Prose du Transsibérien et la petite Jeanne de France. 1913.
  • Le Panama ou Les Aventures de Mes Sept Oncles. 1918.
  • La tête (opgedragen aan Alexandre Archipenko). Gepubliceerd in De Stijl, 1e jaargang, nummer 10 (augustus 1918): p. 124. Zie Digital Dada Library.