Groene bijeneter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Blauwwangbijeneter)
Ga naar: navigatie, zoeken
Groene bijeneter
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Merops persicus00.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Coraciiformes (Scharrelaarvogels)
Familie: Meropidae (Bijeneters)
Geslacht: Merops
Soort
Merops persicus
Pallas, 1773
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De groene bijeneter of blauwwangbijeneter of (Merops persicus) is een vogel uit de familie van de bijeneters (Meropidae).

Inhoud

Beschrijving [bewerken]

Foto van een groene bijeneter

Net als andere soorten bijeneters is de groene bijeneter een slanke, fraai gekleurde vogel. De hoofdkleur is groen, maar het gezicht heeft blauwe zijkanten en de vogel heeft een gele en bruine keel. De onderkant is blauwachtig van kleur. De snavel is zwart, lang, spits en licht omlaag gebogen. Hij kan een lengte bereiken van 28-32 cm, dit is inclusief de twee verlengde staartveren, die tussen de 4 en 8 cm lang kunnen zijn. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Verspreiding [bewerken]

De groene bijeneter broedt in Marokko, Algerije en subtropisch Azië vanaf Oost Turkije tot in Kazachstan en India. Het is een trekvogel die in Afrika overwintert. De Aziatische vogels overwinteren in het Indiase subcontinent.

Leefwijze [bewerken]

Groene bijeneters hebben een voorkeur voor subtropische droge gebieden met een paar bomen, zoals acacia's. Zij overwinteren in open bosgebieden of graslanden. De vogels zijn sociaal en ze jagen gemeenschappelijk in zwaluwachtige vluchten. Zoals de naam al aangeeft, eten zij voornamelijk bijen, wespen, hoornaars en andere insecten en vooral ook libellen. Hun uitkijkposten bevinden zich veelal op dorre takken of telefoondraden. Vandaar vliegen zij korte vluchten om prooien te bemachtigen. Dezen vangen zij vaak in volle vlucht. Zij eten tot 250 bijen en/of insecten van vergelijkbare grootte per dag. Zij zijn immuun voor steken. Voordat zij hun prooi consumeren ontdoen zij het gevangen insect eerst van de angel door het dier herhaaldelijk tegen een hard oppervlak te slaan. Hun roep klinkt 'vlakker' en minder als een fluittoon dan de Europese bijeneter.

Voortplanting [bewerken]

Deze bijeneters zijn kieskeurig wat betreft hun nestplek. Zij broeden in kolonies in zanderige, steile hellingen. Daarin graven zij een relatief lange tunnel, waarin het vrouwtje 4 tot 8, ronde witte eieren leggen. Beide seksen zorgen voor de eieren.

Bronnen, noten en/of referenties