Bloedbad van Haditha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De plaats waar enkele Irakezen door Amerikaanse mariniers werden gedood in het bloedbad van Haditha

Het bloedbad van Haditha is een massamoord, vermoedelijk aangericht door een groep Amerikaanse mariniers, op 19 november 2005 in de stad Haditha in Irak.

In maart 2006 heropende het Amerikaanse leger een onderzoek naar de dood van marinekorporaal Miguel Terrazas en een aantal Iraakse burgers in Haditha volgend op een bomaanval op de mariniers op 19 november, 2005.

De mariniers in kwestie beweerden oorspronkelijk dat 15 burgers gedood werden door de bomaanval, maar op 27 mei 2006 berichtten westerse media dat 24 Irakezen gedood werden, en geen enkele daarvan door een bom, zoals eerder gezegd.[1] Dit nieuws ging vooraf aan de uitkomst van een onderzoek door het leger zelf, waarin de dood van 24 ongewapende Irakezen — waaronder vrouwen en kinderen — bij een actie van 12 leden van de United States Marine Corps onderzocht wordt.[2]

Uit foto's van de soldaten zelf en uit een video van een Iraaks student journalistiek zou blijken dat gedode Irakezen niet bij een militaire actie betrokken waren, en geen weerstand boden.[3] Indien het bloedbad inderdaad plaatsvond, vormt dit een oorlogsmisdaad waarvoor de schuldigen voor een krijgsraad berecht kunnen worden.

Op 17 mei 2006 verklaarde congreslid John Murtha dat een intern onderzoek het verhaal zou bevestigen.[4][5]

Op 21 december 2006 werden acht mariniers in beschuldiging gesteld naar aanleiding van het bloedbad.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. 'Worst war crime' committed by US in Iraq, telegraph.co.uk, 27 mei 2006.
  2. 'Pentagon sources: Civilians likely killed without provocation', CNN, 27 mei 2006.
  3. Collateral Damage or Civilian Massacre in Haditha?, Time, 19 maart 2006.
  4. Pentagon Investigates Alleged Massacre in Iraq, National Public Radio, 19 mei 2006.
  5. Suzanne Goldenberg, Marines may face trial over Iraq massacre, The Guardian, 27 mei 2006.