Bloedbad van Rawagede
Het bloedbad van Rawagede vond plaats op 9 december 1947 in het dorp Rawagede, het huidige Balongsari (West-Java), op zo’n 100 kilometer ten oosten van de Indonesische hoofdstad Jakarta. Op die dag is bijna de gehele mannelijke bevolking, 431 mannen, vermoord door Nederlandse militairen die in het dorp op zoek waren naar een onafhankelijkheidsstrijder. Aan het hoofd van de operatie stond majoor Alphons Wijnen. In 1947 is besloten om de daders van deze oorlogsmisdaad niet te vervolgen, ondanks de aanbeveling van generaal Spoor aan procureur-generaal Felderhof om de verantwoordelijke majoor te vervolgen.
Nederlandse troepen waren sinds 21 juli van dat jaar in Indonesië aanwezig in het kader van de zogenaamde Eerste Politionele Actie. Volgens de Nederlandse Excessennota, uit 1969, werden ‘ongeveer 20’ mensen geëxecuteerd. Volgens het Stichting Comité Nederlandse Ereschulden ging het om 431 mensen.[1] Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties oordeelde op 12 januari 1948 dat het militaire optreden opzettelijk en meedogenloos was.
Inhoud |
[bewerken] Recente aandacht
Op 17 augustus 1995 zond de Nederlandse tv-zender RTL-4 over dit onderwerp de documentaire Excessen van Rawaghedeh uit. Het tv-programma OVT (Onvoltooid verleden tijd) besteedde op 9 december 2007 aandacht aan dit onderwerp met de documentaire Het spoor terug: Het bloedbad van Rawagede. Op 2 februari 2008 liet actualiteitenrubriek EénVandaag het item Excuses voor Nederlands bloedblad? zien. Naar aanleiding van de uitzending van Ovt stelde SP-Tweede Kamerlid Krista van Velzen op 4 januari 2008 Kamervragen aan minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen. Op 8 september 2008 meldde advocaat Gerrit Jan Pulles van het Amsterdamse advocatenkantoor Böhler Franken Koppe Wijngaarden Advocaten in de actualiteitenrubriek Netwerk dat 10 overlevenden van de executies de Nederlandse Staat aansprakelijk hebben gesteld en hem als advocaat in de arm genomen om de zaak alsnog voor de rechter te krijgen.[2][3][4] Op 24 november 2008 maakte de landsadvocaat in een brief aan de nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad bekend dat de Nederlandse Staat geen schadevergoeding uitkeert omdat de kwestie verjaard is.[5] Naar aanleiding van een motie van de SP[6][7] woonde op 9 december 2008 de Nederlandse ambassadeur Nikolaos van Dam in Indonesië de herdenking van de massamoord bij.[8] In december 2009 spanden nabestaanden van de slachtoffers een rechtszaak tegen de Nederlandse staat aan. Naar aanleiding van deze zaak stelde de staat in mei 2010 dat het oorlogsmisdaden waren maar dat de zaak verjaard is[9].
Op 20 juni 2011 wijdde de rechtbank in Den Haag een procesdag aan de claim van een onbekend bedrag door negen weduwen van Rawagede op de Nederlandse staat voor gederfde inkomsten door het wegvallen van de kostwinner. Enkele van deze weduwen waren voor de procesdag uit Balongsari overgekomen. Hun reiskosten waren bijeengesprokkeld door het eerdergenoemde Stichting Comité Nederlandse Ereschulden. Tijdens de zitting stelde de landsadvocaat dat de claim veel te laat kwam. De Staat bleef op het standpunt staan dat de zaak in 1966 was afgerond met de toen gesloten financiele overeenkomst tussen Nederland en Indonesie. Nederland betuigde spijt en stelde 850.000 gulden aan ontwikkelingshulp voor Rawagade beschikbaar [10]. Op 14 september 2011 stelde de rechtbank van Den Haag in haar vonnis dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de schade van de nabestaanden en hen een schadevergoeding dient toe te kennen. Omdat het hier gaat om direct betrokkenen van slachtoffers van oorlogsmisdrijven door Nederlandse militairen wees de rechtbank het beroep op verjaring af. Het bepalen van hoogte van de schadevergoeding vergde in beginsel een volgend proces.[11] Begin december 2011 komen de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Het overleg van advocate Liesbeth Zegveld van de weduwen met minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, leidt in korte tijd tot een schikking. Naast een schadevergoeding van 20.000 euro per persoon, maken de excuses van de Staat der Nederlanden daarvan uitdrukkelijk deel uit. Op vrijdag 9 december 2011, 64 jaar nadat het bloedbad plaats vond, betuigt ambassadeur Tjeerd de Zwaan in bijzijn van de wereldpers in Rawagede in het Engels en Indonesisch de Nederlandse excuses aan de nabestaanden. [12].
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Oorlogsmisdaden verjaren niet
- Comité Nederlandse Ereschulden
- Het spoor terug: Het bloedbad van Rawagede, Geschiedenis OVT, 9 december 2007
- Excuses voor Nederlands bloedblad?, EénVandaag/Weblog, 2 februari 2008
- Staat wil schikken met nabestaanden bloedbad Rawagede, Nu.nl, 23 november 2011
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Indonesiërs klagen Nederlandse staat aan, Het Parool, 8 september 2008
- ↑ Staat aansprakelijk gesteld voor executies Java, De Pers, 8 december 2008
- ↑ Indonesiërs klagen Nederlandse staat aan, De Telegraaf, 8 september 2008
- ↑ Schadeclaim politionele acties, NOS, 8 september 2008
- ↑ Staat: claim om Rawagede verjaard , NRC, 24 november 2008
- ↑ Motie met verzoek om gebaar Nederlandse regering naar dienstplichtigen die weigerden tijdens politionele acties 1947 naar Indonesië te gaan, ikregeer.nl
- ↑ Nederlandse ambassadeur moet naar Rawagede, Trouw 18 november 2008
- ↑ Nederlandse ambassadeur naar Rawagede, Nederlands Dagblad 28 november 2008
- ↑ Staat erkent oorlogsmisdaden Rawagedeh, Nu.nl, 11 mei 2010
- ↑ De Volkskrant, 21 juni 2011
- ↑ http://www.nu.nl/binnenland/2615449/staat-aansprakelijk-schade-bloedbad-indonesie.html Staat aansprakelijk voor schade bloedbad Indonesië
- ↑ De Volkskrant, 10 december 2011 / De weduwen glunderen, zij hebben Nederland verslagen