Bloedbad van Wounded Knee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bloedbad van Wounded Knee
Conflict Ghost Dance
Datum 29 december 1890
Plaats Wounded Knee
Strijdende partijen
Lakota Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Leiders
Sitting Bull
Big Foot †
maj. Samuel Whitside
Verliezen
>200 doden 25 doden, 39 gewonden
De omsingeling van het Indianenkamp
De omsingeling van het Indianenkamp
Het Indianenkamp na het bloedbad
Dode Indianen en paarden bij Wounded Knee
De lijken van de Indianen worden in een massagraf gegooid, de lijken zijn inmiddels in vreemde houdingen bevroren

Het bloedbad van Wounded Knee (Engels: Wounded Knee Massacre) was een bloedbad onder Indianen door de Amerikaanse cavalerie op 29 december 1890, in het plaatsje Wounded Knee in South Dakota.

1890: Het bloedbad van Wounded Knee[bewerken]

In 1890 hadden de Noord-Amerikaanse Indianen feitelijk al het onderspit gedolven tegen de blanken. Een deel van hen leefde onder erbarmelijke omstandigheden in het Pine Ridge-reservaat. Ze raakten in de ban van twee mystici. In Nevada voorspelde de pacifistische Paiute indiaan Wovoka de Indianen een herboren en paradijselijke Aarde zonder blanken, en met terugkeer van alle overledenen, als de Indianen voortaan oprecht zouden leven, geen alcohol meer zouden drinken en zichzelf ritueel zouden reinigen.

Chief Big Foot, broer van Touch the Clouds sneuvelde in de sneeuw tijdens het bloedbad bij Wounded Knee

Schoppende Beer, een Sioux-indiaan van de Miniconjou Lakota, die in het Pine Ridge-reservaat leefde, reisde naar Wovoka om kennis te nemen van diens religie, gaf er zijn eigen draai aan, en voorspelde de uitroeiing van de blanken. Speciale hemden - heilig geworden door een rituele geestesdans - zouden bescherming bieden tegen de kogels van de blanken.

De autoriteiten in het Pine Ridge-reservaat raakten bevreesd voor een opstand. Ze verboden de geestesdans en schakelden het leger in.

De Miniconjou Lakota haalden Sitting Bull over om zich bij hen te voegen, maar voor het zover was, werd hij door de Indiaanse politie gearresteerd. Er ontstond een schermutseling. Sitting Bull, zeven van zijn krijgers, en zes leden van de Indiaanse politie kwamen hierbij om.

De zevende cavalerie ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht. Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, dertig mijl ten oosten van Pine Ridge. De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede Indianen boden geen verzet. Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek, vijf mijl westelijker.

De volgende ochtend wilde het leger de Indianen ontwapenen. Hun medicijnman Gele Vogel voorspelde dat de geestesdanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.[bron?] Intussen probeerden enkele soldaten een van de Indianen zijn geweer te ontnemen. Zij wisten niet dat hij doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet. Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel. Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door snelvurende Hotchkiss-kanonnen, in de groep Indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.[1] De geestesdanshemden hielpen niet. Tientallen Indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten. De enkele Indianen die erin geslaagd waren om te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.[1]In totaal kwamen meer dan 200 Indianen om.[1] Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond.[bron?] De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.[1]

Het bloedbad was de laatste oorlogshandeling in een serie van gewapende conflicten tussen het Amerikaanse leger en Indianen. De militairen werd na afloop een medaille toegekend.

1973: De bezetting van Wounded Knee[bewerken]

Op 27 februari 1973 werd het dorp Wounded Knee bezet door honderden jonge leden van de American Indian Movement (AIM), die er een Oglala Sioux vrijstaat uitriepen. Ze werden gesteund door traditionele Sioux-leden die wilden dat de overeenkomst van 1868 werd nagekomen. Volgens deze overeenkomst hadden de Sioux recht op de Black Hills, die voor hen heilige grond waren. De Amerikaanse overheid was echter juist bezig het land, dat rijk was aan delfstoffen, verder te onteigenen. Op de achtergrond van het conflict speelden meer actuele kwesties. De leiding in het reservaat was corrupt, en door dagmijnbouw met behulp van chemicaliën raakten de bodem en het water van het reservaat vervuild, waardoor misvormde kinderen werden geboren.

De Amerikaanse autoriteiten stuurden gewapende eenheden naar Wounded Knee en sneden de elektriciteitsvoorziening af. Af en toe werden er schoten gewisseld. Tot grootschalig geweld kwam het echter niet; waarschijnlijk waren de autoriteiten bang voor negatieve publiciteit. Na 73 dagen werd de bezetting gebroken. Er werden 1200 arrestaties verricht.

Tijdens de bezetting zou al een groep van zestien personen onder mysterieuze omstandigheden zijn verdwenen. Zij zijn waarschijnlijk het slachtoffer geworden van een knokploeg die het corrupte regime van het reservaat steunde. Na het einde van de bezetting werden nog 64 Indianen onder onopgehelderde omstandigheden vermoord, en er werden nog enige honderden arrestaties verricht. AIM-activist Leonard Peltier kwam naar Wounded Knee om de bezetters bij te staan. Uiteindelijk werden slechts vijftien Indianen daadwerkelijk veroordeeld voor hun aandeel in de bezetting.

In populaire media[bewerken]

  • De popgroep Redbone schreef in 1973 een nummer over Wounded Knee onder de titel We Were All Wounded At Wounded Knee ("We raakten allemaal gewond bij Wounded Knee"). Het nummer eindigt met de subtiel veranderde zin "We were all wounded by Wounded Knee" ("We raakten allemaal gewond door Wounded Knee").
  • Het deel "Ghostdance" van de filmserie Into the West verhaalt over de gebeurtenissen die leidden tot het bloedbad bij Wounded Knee.
  • De film Hidalgo begint met het bloedbad in Wounded Knee.
  • In het computerspel BioShock Infinite heeft de hoofdpersoon van het spel, Booker DeWitt, het bloedbad bij Wounded Knee meegemaakt.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d Encyclopædia Britannica 15th Edition: "Wounded Knee"