Bloedcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bloed van zoogdieren bestaat voornamelijk uit bloedcellen (45%) en bloedplasma. Er bestaan verschillende soorten bloedcellen:

Witte bloedcellen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie witte bloedcel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Leukocyten, deze worden onderverdeeld in monocyten, lymfocyten en granulocyten.

Leukocyten spelen een belangrijke rol in het menselijk afweersysteem, ze beschermen het lichaam tegen infecties door onder andere bacteriën te doden, maar ook door andere ziekteverwekkers op te ruimen. Witte bloedcellen kunnen door de wand van bloedvaten naar buiten kruipen om zo overal in de lichaamsweefsels ziekteverwekkers te kunnen opruimen. Bij deze 'gevechten' gaan vele witte bloedcellen te gronde, die meteen worden vervangen door nieuwe bloedcellen die aangemaakt worden door het beenmerg. Wanneer er te veel witte bloedcellen worden afgebroken en te weinig worden aangemaakt, worden mensen veel vatbaarder voor allerlei infectieziekten zoals bijvoorbeeld longontsteking. Een verhoogd aantal leukocyten (leukocytose) wordt gevonden bij ontstekingen, septische shock, brandwonden, stress, sommige autoimmuunziekten en bij leukemie. Witte bloedcellen (middellijn ca. 9 µm) kunnen allerlei vormen aannemen. In gezonde mensen bevat elke milliliter bloed ongeveer 4-10 miljoen witte bloedcellen, ofwel 4,0 - 10,0 miljard per liter.

Rode bloedcellen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie rode bloedcel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Erytrocyten.

Rode bloedcellen vervoeren zuurstof en koolstofdioxide. In de rode bloedcel zit het eiwit hemoglobine dat zuurstof en koolstofdioxide kan binden en afstaan resp. opnemen in de lichaamsweefsels. Daarnaast bevat de rode bloedcel een enzym, koolzuuranhydrase, dat koolstofdioxide kan omzetten naar bicarbonaat. Bijna 45% van het menselijk bloed bestaat uit rode bloedcellen, heel kleine ronde schijfjes, aan beide kanten wat ingedeukt (biconcave vorm). De middellijn van elk schijfje is 7 µm. Per milliliter bevat het bloed van een gezonde man ca. 5.400.000.000 (5,4 miljard) rode bloedcellen; gezonde vrouwen hebben er iets minder: ca. 4.800.000.000. Iedere seconde worden er ca. 2,4 miljoen afgebroken, maar ook weer nieuw gemaakt, eveneens door het beenmerg. Als reactie op zuurstofgebrek worden er te veel rode bloedcellen gevormd zoals bij zware rokers, bij hartfalen en longziekten en verblijf op grote hoogte. Polycythaemia vera is een ziekte waarbij de aanmaak van erytrocyten ongeremd plaats vindt er er veel te veel erytrocyten gevormd worden. Als er te weinig erytrocyten gevormd worden of bij overdreven afbraak is er sprake van anemie. De oorzaak van een verminderde aanmaak is vaak vanwege ijzer- vitamineB12- of foliumzuurgebrek, terwijl er een verhoogde afbraak is ten gevolge van bloedverlies, hemolytische anemie of (vaak genetische) aandoeningen waarbij de erytrocyt niet zo sterk is als hij behoort te zijn. Zwangere vrouwen kunnen ook een anemie ontwikkelen. Echter, in principe neemt in deze groep vrouwen de aanmaak van rode bloedcellen toe, maar omdat het volume van het bloedplasma veel meer toeneemt, neemt de concentratie bloedcellen in het bloed af.

Bloedplaatjes[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie bloedplaatje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Trombocyten.

De bloedplaatjes (middellijn 2-3 µm, ca. 300.000.000 per milliliter) zijn geen echte cellen, maar kleine afsplitsingen van uitgerijpte megakaryocyten. Megakaryocyten zijn grote cellen die zich in het beenmerg bevinden. Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Als er in een bloedvat een beschadiging optreedt (wond) worden bloedplaatjes aangetrokken en vormen zo met elkaar een plug in de wond zodat er niet meer bloed verloren gaat. Deze plug van bloedplaatjes is vrij instabiel en moet verstevigd worden. De membraan van de trombocyt levert fosfolipiden, noodzakelijk voor de vorming van trombine. Trombine is een sleuteleiwit in de bloedstolling en zorgt voor de vorming van een fibrinenetwerk. Deze vezels verstevigen de bloedplaatjesplug zodat er een stevig korstje ontstaat en de wond niet opnieuw kan gaan bloeden. Na het dichten kan de heling van de wond op gang komen. Te veel bloedplaatjes worden gevonden bij infecties, ontstekingen, ijzergebrek en na verwijdering van de milt. Als de aanmaak van bloedplaatjes ontspoord is kunnen er excessief veel bloedplaatjes voorkomen in het bloed. De werking van deze bloedplaatjes is vaak gestoord waardoor dit toch gepaard gaat met een bloedingsneiging. Te weinig bloedplaatjes treedt op als gevolg van verminderde aanmaak door het beenmerg, verhoogd verbruik door bijvoorbeeld een bloeding of doordat ze verwijderd worden door de milt. Als er te weinig bloedplaatjes over zijn (lager dan 10 miljard per liter) is de kans op het ontstaan van een spontane bloeding verhoogd.