Bloemencorso Zundert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Bloemencorso Zundert is sinds 1936 afgezien van de oorlogsjaren een jaarlijks bloemencorso in september te Zundert. Het is het grootste dahliacorso ter wereld[1][2] en het is de eerste Nederlandse traditie op de Nationale Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed.[3]

Het corso vindt jaarlijks plaats op de eerste zondag van september. Tijdens de zondagmiddag trekt de corsostoet door de straten van Zundert. De maandag erna staan de corsowagens tentoongesteld. Op dinsdag worden de wagens weer afgebroken. Het evenement zelf begin september is slechts het topje van de ijsberg; in feite is Zundert het hele jaar door bezig met het corso.

Betekenis voor Zundert[bewerken]

De impact van het corso op de Zundertse gemeenschap is moeilijk te overschatten. Het corso zelf is een evenement van twee dagen, de eerste zondag van september en de maandag erna (waarop in Zundert de scholen en de meeste bedrijven en instellingen gesloten zijn). Maar het evenement corso is slechts het topje van de ijsberg; Zundert is het hele jaar door met het corso in de weer.

De bouw van de wagens vindt plaats gedurende de zomermaanden in grote bouwtenten, twintig in totaal. Het is een sterk sociaal fenomeen, waar de gehele buurtschap, van jong tot oud, bij betrokken is. De sociale randactiviteiten, zoals samen een pilsje drinken na de bouwavond, zijn net zo belangrijk als de bouw van de wagen zelf. Corso is vooral: samen doen. Tegelijkertijd zorgt het competitie-aspect voor de prikkel om tijdens de bouw het onderste uit de kan te halen. De ambities zijn hoog en de prijs is belangrijk, wat ervoor zorgt dat corsobouwen niet vrijblijvend is. Vooral tegen het corsoweekend zelf kunnen de stress en de emoties sterk oplopen.

Ook buiten het zomerseizoen leeft het corso in Zundert. Er zijn diverse ijkmomenten gedurende het jaar dat het corso de kop opsteekt. De meeste buurtschappen hebben hun jaarlijkse feestavond in het najaar, in januari is het vaandelfeest, waar de winnende buurtschap het erevaandel presenteert en de hele corsogemeenschap is uitgenodigd, en in juni is er de tentoonstelling van de maquettes van het komende corso.

De buurtschap waar een corsobouwer bijhoort bepaalt voor het gedeelte zijn identiteit. Bewoners laten zien bij welke buurt ze horen door gedurende het bouwseizoen de heraldiekvlag van de buurtschap uit te steken. Het is niet ongebruikelijk om een Zundertenaar te duiden aan de hand van zijn naam, zijn familie en de buurtschap waar hij bijhoort.

Geschiedenis[bewerken]

Het corso van Zundert is ontstaan in 1936, toen een groep Zundertse notabelen de Oranjefeesten nieuw leven wilde inblazen.[4] Het idee om een corso te organiseren komt van Pieter van Ginneken, wethouder en boomkweker te Zundert. Het was dus bij gelegenheid van de toenmalige koningin Wilhelmina dat het eerste corso door de Zundertse straten trok. Die rol van koninginnedag verdween snel naar de achtergrond, maar toch stond de organisatie tot in 1990 te boek als het Oranjecomité.

Het eerste corso trok op dinsdag 8 september 1936 (dat toen een vrije dag was). Vanaf 1937 tot op de dag van vandaag vindt het corso plaats op de eerste zondag van september. Het corso heeft niet echt een voorloper, hoewel Zundert al voor 1936 een grote liefhebberij aan de dag legde in het organiseren van stoeten bij festiviteiten als gouden bruiloften en dergelijke.

De eerste, vooroorlogse corso’s waren bescheiden van formaat maar sloegen direct erg aan bij de Zundertenaren. De optocht bestond voornamelijk uit met dahlia’s versierde fietsen en steppen, en een enkele wagen. Het corso van 1939 ging niet door vanwege de mobilisatie, maar zogauw het weer kon, in 1945, werd de draad terug opgepakt. Na de oorlog groeide het corso in rap tempo en werd de grondslag gelegd voor een aantal structuren die tot op de dag van vandaag standhouden. Al in 1946 ontstonden de buurtschappen in het corso, op initiatief van burgemeester Brokx. Vanaf dat moment waren de deelnemers van het corso niet meer individuen, vriendengroepen of families, maar geografisch afgebakende buurtschappen. Dat principe geldt tot op de dag van vandaag, en vormt in zekere zin een onderscheidend element met collega-corso’s en carnavalsoptochten, waar het vaak (maar niet altijd) vriendengroepen zonder geografische grondslag zijn die de wagens bouwen.

In de jaren vijftig groeide het corso in rap tempo uit tot een evenement met zelfs enige internationale allure. Naast de vele Nederlanders wisten ook grote groepen Belgen en zelfs Noord-Fransen de weg naar Zundert te vinden. Op het hoogtepunt van de bezoekersaantallen, halverwege de jaren vijftig, bezochten honderdduizenden bezoekers het corso[4]. Een belangrijke rol hierin speelde burgemeester Manders, burgemeester van Zundert van 1947 tot 1966. Manders leidde het corso met strakke hand en met veel visie. Hij had een sterk gevoel voor publiciteit en nodigde jaarlijks vele hooggeplaatste gasten uit voor het corso. Ministers, staatssecretarissen, commissarissen van de Koningin, velen van hen bezochten het corso.

Het corso heeft altijd een tamelijk sterke artistieke inslag gehad. Ook dat dateert al van de jaren vijftig en zestig. De organisatie had goede contacten met de Bredase kunstacademie Sint Joost, en anderzijds speelden een aantal Zundertenaren met een opleiding aan diezelfde kunstacademie, een belangrijke rol als ontwerper. Dat had zijn hoogtepunt in de tweede helft van de jaren zestig, toen steevast ongeveer de helft van de wagens werd ontworpen door mensen met een academische opleiding.

Tot op de dag van vandaag zijn er ontwerpers die hun opleiding genoten aan Sint Joost. Ook andersom speelt dit een rol: jonge Zundertse ontwerpers houden zich vanaf hun tienerjaren bezig met plastische vormgeving, met kleurgebruik, met compositie en anatomie. Niet zelden heeft dit tot gevolg dat ze besluiten een opleiding te gaan volgen aan een kunstacademie.

De jaren vijftig waren qua bezoekersaantallen een hoogtepunt dat waarschijnlijk nooit meer te overtreffen is. Na de jaren vijftig is er, langzaam maar gestaag, een neergang te zien in de bezoekersaantallen die voortduurt tot rond het jaar 2000. Daarna stijgen ze weer.[5] De neergang in bezoekersaantallen weerspiegelt zich echter niet in het draagvlak dat het corso geniet onder de Zundertse bevolking. Dit draagvlak heeft nooit aanwijsbare inzinkingen gekend: de grootte van de wagens, het aantal verwerkte bloemen en de hoeveelheid arbeidsuren die de corsobouwers in de wagens steken, vertonen vanaf het prille begin tot op de dag van vandaag een stijgende lijn.

In de jaren zeventig werd het corso stilaan volwassen. De dan actieve corsobouwers hebben het corso met de paplepel ingegoten gekregen, zij hebben nooit een tijd zonder corso gekend. Het corso is stilaan een vanzelfsprekendheid geworden, een onlosmakelijk deel van Zunderts historie en folklore.

Parallel aan het corso zelf wordt ook de dahliateelt in de jaren zeventig stilaan volwassen. In de jaren vijftig werden de benodigde dahlia’s geplukt op boerenerven, en struinden corsobouwers met de fiets de omgeving af op zoek naar dahlia’s. In de jaren zestig beginnen buurtschappen met het zetten en onderhouden van eigen dahliavelden. In de loop der jaren ontstond een levendige handel met andere corso’s in binnen- en buitenland. De dahliavelden leveren bloemen van eind juli tot begin oktober. In deze periode kunnen de buurtschappen met hun bloemenveld geld verdienen door dahlia’s te leveren aan andere corso’s. Tegen de eerste zondag van september kopen ze juist extra dahlia’s in om te gebruiken voor het eigen corso.

In 1978 wordt de Stichting Bloemencommissie opgericht die de handel in dahlia’s met andere corso’s en evenementen die dahlia’s nodig hebben, gaat coördineren. De bij de commissie aangesloten buurtschappen handelen voortaan niet meer op eigen houtje. De in- en verkoop van dahlia’s verloopt voortaan via de commissie. In de loop der jaren groeit de kennis over het kweken van dahlia’s en het onderhoud van het bloemenveld, en omdat de velden een belangrijke inkomstenbron zijn voor de buurtschappen, is er hun alles aan gelegen veel energie te steken in het onderhoud ervan. Op dit moment zijn negentien van de twintig deelnemende buurtschappen aangesloten bij de bloemencommissie. Eén buurtschap (Veldstraat) gebruikt nog de eigen contacten voor dahliahandel met partijen buiten Zundert.

In de jaren tachtig maakt het corso een bijzondere ontwikkeling door die op het conto van één enkele buurtschap is te schrijven: onder het striemende bewind van buurtschap Wernhout en ontwerper Robert Ruijzenaars groeien de wagens gedurende een krap decennium sterk in grootte[4]. Wernhout is een grote buurtschap (in feite een compleet kerkdorp) met een groot potentieel aan mensen, die in de jaren tachtig als een geoliede machine draait. Robert Ruijzenaars is een getalenteerde ontwerper met een voorliefde voor grote en ingewikkelde wagens. Omdat Wernhout steeds grotere en ingewikkeldere wagens bouwt én hoog scoort (vijf eerste prijzen in de jaren tachtig), moet de rest van Zundert wel mee.

In de jaren negentig vinden er vooral bijzondere ontwikkelingen plaats op ontwerpgebied. De voedingsbodem die door Wernhout is weggelegd (heel veel uren werk steken in de bouw van een corsowagen) wordt aangewend om een heel ander type wagens te gaan bouwen. De nadruk ligt eerst op monumentale vormgeving en anatomie. Dat levert veel werk op omdat dit soort vormgeving moeilijk is en een groot kritisch vermogen vraagt, en de bereidheid om reeds gebouwde vormen af te breken als ze de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. ‘We hebben de wagen drie keer gebouwd’ is een zinsnede uit de jaren negentig, die erop doelt dat de lastige anatomische vormen vaak opnieuw moeten worden gemaakt omdat ze de eerste keer niet goed genoeg waren.

In de tweede helft van de jaren negentig wordt er op ontwerpersgebied vooral heel veel geëxperimenteerd. De grenzen van het corso worden onderzocht, door het gebruik van figuratie en theater, beweging en geluid bij een corsowagen, en door het gebruik van alternatief materiaal. Naast de dahlia wordt er geëxperimenteerd met allerhande andere organische en niet-organische materialen.

Rond het jaar 2000 vindt er een ontwikkeling plaats die geheel los staat van de ontwerpen, namelijk op het vlak van de organisatie. Allereerst blijkt dat het oude organisatiemodel (het corso georganiseerd door een comité dat is ingebed in de gemeente) niet meer voldoet. De organisatie wordt geheel losgeweekt van de gemeente Zundert en wordt omgevormd tot een stichting met een commissiestructuur.[5] Dit blijkt een revolutionaire omslag te zijn: opeens is het niet meer zo dat een Zundertse corsoliefhebber per se actief is in de tent of op het bloemenveld. Hij of zij kan net zo goed actief zijn in de organisatie, zonder binding te hebben met een van de buurtschappen. Binnen een periode van een jaar of vijf krijgt deze nieuwe organisatiestructuur zijn beslag. Dat gaat gepaard met de nodige strubbelingen, maar geeft een hernieuwde impuls aan het corso.

Die omslag beïnvloedt ook de manier waarop de buurtschappen zijn georganiseerd. Ook hier ontstaat een hernieuwde belangstelling voor de manier van organiseren. Het betekent dat buurtschappen veel meer aandacht gaan besteden aan het wegzetten van een solide organisatie met goede faciliteiten voor de bouwers en veldwerkers en meestal ook met een commissiestructuur. Buurtschappen werken aan een vaste bouwlocatie met een goede accommodatie: een loods die van alle gemakken is voorzien. Er wordt gewerkt aan veiligheid, aan sponsoring voor de noodzakelijke financiën en aan opleiding van jonge bouwers. Het belang van het betrekken van de jeugd staat hoog op de agenda. Vroeger werd de jeugd te tent uitgezet omdat ze in de weg liepen. Tegenwoordig organiseert de buurtschap lascursussen, en voor corso-ontwerpers in spé is er de corsoacademie.

Op dit moment zijn in het corso zo’n 150 mensen bestuurlijk actief. De Stichting Bloemencorso Zundert is de overkoepelende stichting die verantwoordelijk is voor de organisatie van het evenement. Zij heeft een bestuur en diverse commissies en projectgroepen, waarin in totaal zo’n honderd mensen actief zijn. De jaarbegroting van de Stichting Bloemencorso Zundert bedraagt (in 2012) zo’n 800.000 euro. De begroting van een buurtschap ligt gemiddeld rond de 30.000 euro.[6].

De nieuwe manier van organiseren leidt er onder meer toe dat Zundert meer gaat denken vanuit het corso als geheel dan vanuit de eigen buurtschap. Het jaar 2003 wordt aangewend om bij gelegenheid van het 150e geboortejaar van Vincent van Gogh, het corso in het thema van Van Gogh te houden en bij wijze van publiciteitsstunt het geboortehuis van Vincent van Gogh na te bouwen in dahlia’s. Opeens zitten corsobouwers van verschillende buurtschappen schouder aan schouder te werken aan één gezamenlijk corsoproject.

Dit toegenomen elan leidt ertoe dat het corsovirus zich verder verspreid. Het aantal deelnemende buurtschappen lag gedurende een periode van zo’n twintig jaar op zeventien. Vanaf 2006 groeit het in een periode van een paar jaar tot twintig: eerst pakt buurtschap De Lent de draad weer op nadat ze in 1984 waren gestopt, daarna sluit het kerkdorp Rijsbergen aan (dat sinds de gemeentelijke herindeling in 1997 onderdeel uitmaakt van de gemeente Zundert) en in 2009 doet het kerkdorp Schijf mee (dat niet behoort tot de gemeente Zundert maar historisch wel banden heeft met Zundert). Vanaf 2009 zijn er dus twintig deelnemende buurtschappen; het hoogste aantal ooit in de geschiedenis van het corso.

In de beginjaren van het nieuwe millennium nemen ook de bezoekersaantallen weer toe. Maatschappelijk gezien staat het corso sterker in de belangstelling. Het oubollige imago van het begrip ‘bloemencorso’ raakt op de achtergrond, en algemeen ontstaat erkenning voor het bijzondere effect van saamhorigheid dat het fenomeen corso in de Zundertse gemeenschap heeft. Toenemende media-aandacht leidt er onder meer toe dat het corso vanaf 2007 live wordt uitgezonden bij de regionale Omroep Brabant. Deze live-uitzending is een co-productie van Omroep Brabant en de lokale omroep ROStv Zundert, en behoort jaarlijks tot de best bekeken programma’s van Omroep Brabant. De live-uitzending draagt sterk bij aan de naamsbekendheid en het imago van het Zundertse corso, althans in de provincie Noord-Brabant. Vanaf 2010 maakt de landelijke omroep Max een samenvatting van de beelden van Omroep Brabant die wordt uitgezonden op een van de publieke netten. Hiermee haalt het corso ook de landelijke tv. Omroep Brabant stopt in 2012, maar omroep Max blijft een samenvatting uitzenden, gebaseerd op beelden van de lokale omroep ROStv Zundert.

Eind 2012 gaan foto's van het corso wereldwijd viraal over het internet.[7] Dat leidt tijdens het corso van 2013 tot een toegenomen internationale belangstelling.

Corso als Immaterieel Cultureel Erfgoed[bewerken]

Staatssecretaris Halbe Zijlstra tijdens het corso van Zundert op 2 september 2012, waar hij de Nederlandse ratificatie van het Unesco-verdrag voor de bescherming van immaterieel erfgoed publiekelijk bekendmaakte door het verdrag symbolisch te ondertekenen, vlak voor aanvang van de corsostoet.

Nederland ratificeerde het Unesco-verdrag ter bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed op 15 mei 2012. Deze ratificatie werd publiekelijk bekendgemaakt[8] tijdens het Zundertse corso op 2 september 2012 door staatssecretaris Halbe Zijlstra. Op 13 oktober 2012 werden de eerste tradities op de nationale inventaris bekendgemaakt.[3] De eerste Nederlandse traditie op de nationale inventaris is het Zundertse corso.

Dahliateelt[bewerken]

Bloemenveld van een van de Zundertse buurtschappen. De kisten staan klaar voor de pluk.

Zundert is een centrum van dahliateelt, maar er is niet één commerciele dahliakweker. Elk van de twintig buurtschappen onderhoudt een eigen dahliaveld en de velden dienen uitsluitend het corso. De overkoepelende Stichting Bloemencorso Zundert heeft er geen bemoeienis mee, het is een verantwoordelijkheid van de buurtschappen zelf. De gezamenlijke dahliavelden in Zundert hebben een oppervlakte van 33 hectare (46 voetbalvelden) met in totaal ongeveer 600.000 dahliaplanten in 50 verschillende soorten en kleuren. [9]

De dahliateelt is essentieel voor het corso. Uiteraard leveren de velden de dahlia’s die nodig zijn voor het corso zelf. Dat gebeurt tijdens de pluk op (meestal) de donderdag vóór corso. De velden leveren echter bloemen van eind juli tot begin oktober, en gedurende de maand augustus kan er twee keer per week geplukt worden. De dahliabossen leveren steeds nieuwe bloemen, die verkocht worden aan andere corso’s en dahlia-evenementen en vormen zo een belangrijke financiële pijler van het corso.

Buurtschappen onderling hebben een levendige ruilhandel in dahlia’s. Het is de kunst voor een buurtschap om de juiste hoeveelheid per soort en kleur te hebben. Dit hangt sterk af van het ontwerp van de wagen en de kleurkeuze die de ontwerper maakt. Elke buurt heeft bloemenhandelaren die ervoor zorgen dat precies de juiste kleuren en soorten in de tent aanwezig zijn tijdens het laatste weekend. Dat doet hij of zij door de diverse soorten te ruilen met andere buurtschappen.

Zundert is voor ongeveer 80% zelfvoorzienend. De overige 20% wordt ingekocht, via de centrale bloemencommissie, bij andere corso’s. Gedurende het seizoen levert Zundert dahlia’s aan andere corso’s.

Educatie[bewerken]

Corso is een traditie die van generatie op generatie wordt overgedragen. Dat is doorgaans een natuurlijk proces. Toch zijn er diverse initiatieven om op een meer gestructureerde manier kennis en ervaring over te dragen.

Veel buurtschappen organiseren in het begin van het bouwseizoen corsobouwcursussen voor jongeren. Daar leren ze lassen en tempex snijden en andere vaardigheden die nodig zijn bij de bouw van de wagen. Daarnaast verzorgen de meeste buurtschappen activiteiten voor kinderen, doorgaans wekelijks in de maand augustus gedurende een (vroege) avond. De kinderactiviteiten dienen een dubbel doel: de kinderen betrekken bij het corso, en zorgen dat de ouders de handen vrij hebben om mee te helpen met de bouw van de wagen.

Een initiatief van enkele (ervaren) corso-ontwerpers is de corsoacademie: die vindt eens in de drie jaar plaats en is een serie van lessen en workshops over allerlei aspecten van het maken van een corso-ontwerp. Ontwerpers in spé (jong en oud) gaan gezamenlijk aan de slag, bezoeken musea, volgens workshops en gaan een eigen idee uitwerken tot een mini-maquette. Alle vaardigheden die een corso-ontwerper nodig heeft, komen aan bod, tot en met een rollenspel over de presentatie van het ontwerp aan het bestuur van een buurtschap dat een keuze moet maken.

In 2012 is een start gemaakt met het ontwikkelen van een lespakket over corso voor de basisscholen in de gemeente Zundert. Voor elk van de groepen van de basisschool wordt er een les ontwikkeld, zodat een Zundertse leerling gedurende zijn basisschoolcarrière allerlei facetten en achtergronden van het corso meekrijgt. Veel Zundertse kinderen krijgen het corso uiteraard van huis uit mee (‘met de paplepel’), maar de basisschoollessen dragen de traditie op een meer gestructureerde manier over en bereiken bovendien ook de kinderen die het van thuis uit niet meekrijgen. Dat geldt in het bijzonder, maar niet uitsluitend, de kinderen van allochtone ouders voor wie het (nog) geen vanzelfsprekendheid is om bij het corso betrokken te zijn.

Organisatie[bewerken]

Het corso van Zundert is georganiseerd in zeker 23 stichtingen. De organisatie van het evenement corso is in handen van de Stichting Bloemencorso Zundert, elk van de twintig deelnemende buurtschappen is een onafhankelijke stichting, de dahliahandel is in handen van de Stichting Bloemencommissie, en dan is er nog het onafhankelijke corsotijdschrift Corsief, dat ook een stichtingsvorm heeft.

De Stichting Bloemencorso Zundert is overkoepelend over alle buurtschappen, maar de organisatie en de verdeling van verantwoordelijkheden is nadrukkelijk ‘bottom-up’. De organisatie volgt het staatsbestel van een democratie. De ‘uitvoerende macht’ van de Stichting Bloemencorso Zundert is het bestuur van die stichting, maar de uiteindelijke zeggenschap (de ‘wetgevende macht’) ligt bij de Raad van Buurtschappen, waarin elk van de twintig buurtschappen een vertegenwoordiger heeft. De Raad van Buurtschappen komt viermaal per jaar bijeen en stelt in hoofdlijnen het beleid van de Stichting Bloemencorso Zundert vast, dat vervolgens wordt uitgevoerd door het bestuur van de stichting, geholpen door vele commissies en werkgroepen.

Naast de Stichting Bloemencorso Zundert is er nog een overkoepelende stichting, de Stichting Bloemencommissie, die verantwoordelijk is voor de dahliahandel van de gezamenlijke Zundertse buurtschappen met afnemers van buiten Zundert. Dat zijn andere dahliacorso’s in binnen- en buitenland en talloze andere evenementen die gebruikmaken van dahlia’s. Elke Zundertse buurtschap heeft een eigen dahliaveld. Tussen de buurtschappen onderling bestaat een levendige ruilhandel, om ervoor te zorgen dat jaarlijks elke buurtschap de goede dahlia’s (per soort en kleur) heeft voor de eigen corsowagen. De handel met partijen buiten Zundert loopt via de Stichting Bloemencommissie. Ook hierin hebben vertegenwoordigers van alle aangesloten buurtschappen het voor het zeggen. Negentien van de twintig buurtschappen zijn aangesloten bij de Stichting Bloemencommissie; slechts één buurtschap (Veldstraat) regelt zijn eigen handel met partijen buiten Zundert.

De overkoepelende Stichting Bloemencorso Zundert is verantwoordelijk voor slechts een beperkt gedeelte van de totale organisatie van het corso, en wel voornamelijk voor het evenement zelf: de publiciteit, de sponsoring van het evenement, de organisatie van de optocht en de randactiviteiten tijdens het evenement zelf, en een aantal corsobrede activiteiten door het jaar heen. Elke buurtschap is verantwoordelijk voor de bouw van de wagen en alles wat daarbij komt kijken, zoals aspecten van veiligheid, huisvesting, educatie, sponsoring en dahliateelt.

De Stichting Bloemencorso Zundert heeft een adviserende rol naar de buurtschappen bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid: er is een veiligheidscommissie die jaarlijks de constructies van de corsowagens controleert, maar deze commissie heeft nadrukkelijk een adviserende rol: de eindverantwoordelijkheid ligt bij de buurtschap. Ook regelt de Stichting Bloemencorso Zundert de gezamenlijke inkoop van materialen (zoals bijvoorbeeld betonijzer en laselektrodes), maar de buurtschappen zijn vrij om hiervan gebruik te maken of hun eigen kanalen te gebruiken.

Buurtschappen[bewerken]

Het aantal deelnemende buurtschappen is lange tijd (vanaf half jaren tachtig) constant zeventien gebleven. Het leek ondenkbaar dat ooit nieuwe buurtschappen zouden gaan deelnemen, vanwege de grote hoeveelheid werk en geld die komt kijken bij het starten van een buurtschap. Toch lukte de buurtschap De Lent in 2006 om een herstart te maken (de laatste deelname van De Lent was in 1983).

Het jaar daarna, 2007, doet het kerkdorp Rijsbergen voor de eerste keer mee aan het corso, weliswaar buiten mededinging. Rijsbergen bouwt 'De Zegewagen van Kalloo' als onderdeel van het Rubens-project in dat jaar. De zegewagen is een ontwerp van Peter-Paul Rubens. Al sinds de samenvoeging van Rijsbergen en Zundert tot één gemeente is er sprake van deelname van Rijsbergen.

In 2008 neemt Rijsbergen (vanaf dan: buurtschap Rijsbergen) voor het eerst volwaardig deel aan het corso. En tegelijk in datzelfde jaar gaat nog een buurtschap van start: buurtschap Schijf. Schijf neemt in 2008 deel buiten mededinging met een promotiewagen voor de veiling Hoogstraten, een van de sponsoren van het corso. In 2009 nam Schijf voor het eerst volwaardig deel aan het corso.

Het aantal deelnemende buurtschappen aan het corso komt daarmee op twintig. Deze twintig zijn:

  • Achtmaal
Deelname: 1947-heden
  • De Berk
Deelname: 1980-heden
  • De Lent
Deelname: 1946-1984, 2006-heden
  • Helpt Elkander
Deelname: 1946-heden
  • 't Kapelleke
Deelname: 1946-heden
  • Klein Zundert
Deelname: 1938, 1946-heden
  • Klein Zundertse Heikant
Deelname: 1947-heden
  • Laarheide
Deelname: 1947-heden
  • Laer-Akkermolen
Deelname: 1946-heden
  • Markt
Deelname: 1945-heden
  • Molenstraat
Deelname: 1945-heden
  • Poteind
Deelname: 1937, 1938, 1945-heden
  • Raamberg
Deelname: 1946-heden
  • Stuivezand
Deelname: 1946-heden
  • 't Stuk
Deelname: 1966-heden
  • Rijsbergen
Deelname: 2007-heden
  • Schijf
Deelname: 2008-heden
  • Tiggelaar
Deelname: 1960-heden
  • Veldstraat
Deelname: 1945-heden
  • Wernhout
Deelname: 1948-heden

Daarnaast worden diverse beelden, en de entree van het tentoonstellingsterrein gemaakt door zogenoemde buitenbuurten, buurtschappen die niet met een wagen deelnemen aan het corso maar wel anderszins betrokken zijn.

Wedstrijd (inclusief uitslag 2014)[bewerken]

Er is tevens een wedstrijd tussen de buurtschappen. Wie de mooiste praalwagen maakt, beslist de jury. De eerste beoordeling is op het CLTV terrein te Zundert, waar de wagens opgesteld staan voor de optocht begint. De tweede beoordeling is tijdens de optocht tijdens de zogenaamde eerste doorkomst. Bij de tweede doorkomst worden de prijzen uitgereikt met een bepaald aantal punten.

Buurtschap Aantal 1e prijzen Aantal 2e prijzen Aantal 3e prijzen Aantal laagste prijzen
Achtmaal 0 1 1 7
De Berk 4 4 3 4
Helpt Elkander 15 13 10 11
't Kapelleke 0 2 4 8
Klein Zundert 17 8 8 0
Klein Zundertse Heikant 3 2 3 7
Laarheide 2 1 3 3
Laer Akkermolen 7 5 7 1
De Lent 0 0 0 3
De Markt 2 5 7 4
Molenstraat 5 5 5 2
Poteind 3 4 4 8
Raamberg 1 5 4 2
Rijsbergen 0 0 0 1
't Stuk 2 2 3 0
Schijf 0 0 1 0
Stuivezand 2 3 2 2
Tiggelaar 4 7 5 2
Veldstraat 3 5 6 2
Wernhout 8 9 4 0

Uitslag 2014[bewerken]

Prijs Naam wagen Punten Buurtschap Publieksprijs/Pluim
1e Paardenkracht 621 Klein-Zundertse Heikant
2e Tokkelen 615 De Berk
3e Haute Cuisine*** 612 Laer-Akkermolen 3e publieksprijs
4e Verdraaid 610 Markt Pluim
5e Krab 605 Schijf
6e Koekoek! 597 Wernhout 2e publieksprijs
7e Herfstwandeling 579 De Lent Pluim
8e Deep Sea Explorers 577 't Stuk Pluim
9e Karavaan 568 Klein Zundert
10e Atlas 2.0 554 Tiggelaar 1e publieksprijs
11e Trots 524 Poteind
12e Doorgedraaid 509 Achtmaal
13e 737 507 Molenstraat
14e Droogstekke 499 Helpt Elkander
15e Censuur 498 Veldstraat
16e Bijvangst 497 Rijsbergen
17e Speeldoosje 493 Laarheide
18e Rush hour 489 Stuivezand
19e Vergane Glorie 472 't Kapelleke
20e Comic 433 Raamberg

Een Pluim[bewerken]

Een pluim wordt gegeven als iets vernieuwends wordt toegevoegd aan het corso. De pluim wordt sinds 2012 uitgereikt.

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Grootste dahliacorso in Zundert, Trouw, 4 september 2005
  2. Corsokoorts piekt in Zundert, AD, 6 september 2009
  3. a b Immaterieel erfgoed op lijst, nos.nl, 13 oktober 2012
  4. a b c 50 jaar mens & dahlia (uitgave Stichting Bloemencorso Zundert 1991, ISBN 90-9004126-5)
  5. a b Nog eens 20 jaar mens & dahlia (uitgave Stichting Corsief 2011, ISBN 978-90-817398-0-1)
  6. Het geheim van Zundert - dagboek van een corsobouwer (uitgave Stichting Bloemencorso Zundert 2009, ISBN 978-90-814091-1-7)
  7. Sociale-mediahype bloemencorso Zundert bereikt climax Geraadpleegd op 2013-11-13
  8. Startschot uitvoering UNESCO-verdrag Immaterieel Erfgoed, Rijksoverheid, 30 augustus 2012
  9. Information - Stichting Bloemencommissie Zundert Geraadpleegd op 2013-11-13