Blokfluit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blokfluit
bekfluit
vanaf boven: tenor, alt, sopraan, sopranino
vanaf boven: tenor, alt, sopraan, sopranino
Classificatie
Gerelateerde instrumenten
kleine sopranino, sopraninoblokfluit, sopraanblokfluit, altblokfluit, tenorblokfluit, basblokfluit, grootbasblokfluit, contrabasblokfluit
Fabrikanten
Johann Christoph Denner, Jacob Denner, familie Hotteterre, Jean-Hyacinthe Rottenburgh, Jan Steenbergen
Meer artikelen
dwarsfluit, panfluit
Portaal  Portaalicoon   Muziek

De blokfluit is een houten blaasinstrument met een labium. De blokfluit is voorzien van een mondstuk om het aanblazen te vergemakkelijken, en behoort daarmee tot de bekfluiten. Het mondstuk heeft een cilindrische boring waarin het blok (vandaar de naam blok-fluit) van een zachtere houtsoort is aangebracht. Het blok laat een smalle spleet vrij waardoor de lucht op het labium gericht wordt. Het zachtere hout van het blok maakt de opname van ademvocht mogelijk wat de bespeelbaarheid ten goede komt.

Geschiedenis[bewerken]

Fluiten in het algemeen behoren tot de oudste muziekinstrumenten en werden al in de prehistorie aangetroffen. Veel culturen kennen hun eigen varianten zoals de dvojnice uit Dalmatië, een dubbelfluit. Er zijn principieel twee manieren van aanblazen: recht via een mondstuk, de bekfluiten, en dwars zonder mondstuk, de dwarsfluiten, waartoe bijvoorbeeld ook de panfluit behoort. Beide versies hadden waarschijnlijk oorspronkelijk een vingerzetting gebaseerd op zes vingergaten, zoals dat vandaag de dag bij de Ierse tin whistle nog steeds het geval is. Ook de traverso zoals deze vóór de uitvinding van de moderne dwarsfluit door Theobald Böhm gebouwd werd, was op dit ontwerp gebaseerd.

De echte blokfluit onderscheidt zich van het ontwerp met zes gaten doordat het een duimgat voor de linkerduim bezit en veelal een achtste gat voor de rechter pink. Dit ontwerp is duidelijk een stuk jonger. De voorlopers van de moderne blokfluit stammen mogelijk uit de 14e eeuw. Zij worden echter pas echt, en dan ook uitzonderlijk, populair vanaf 1500. Dit hing samen met de opkomst van de gegoede burgerij en de verspreiding van muziek in gedrukte vorm

In 1511 en 1535 verschenen de eerste boeken over de blokfluit respectievelijk geschreven door Sebastian Virdung en Silvestro Ganassi.

De populariteit van het instrument bleef voortduren tot aan de 19e eeuw. In het grote orkest van die dagen, met muziek die sterk moduleerde naar moeilijk te spelen toonsoorten, was geen plaats meer voor de blokfluit.

Blokfluitfamilie[bewerken]

Blokfluiten zijn er in zeer veel verschillende soorten en maten. De lengte kan van 10 cm tot zo'n 320 cm uiteenlopen. Veel van deze blokfluiten krunnen door 'overblazen' boventonen voortbrengen en daarmee hun bereik uitbreiden.

benaming grondtoon lengte (cm)
Kleine sopranino/Garklein C 17
Sopraninoblokfluit F 24
Sopraanblokfluit C 32
Altblokfluit F 48
Tenorblokfluit C 62
Basblokfluit F 93
Grootbasblokfluit C 120
Contrabasblokfluit of Subbasblokfluit F

Grootste blokfluit[bewerken]

De "grootste blokfluit ter wereld" is gemaakt door de Nederlandse blokfluitbouwster Adriana Breukink. Zij heeft er in totaal drie gemaakt; er zijn er twee in Nederland en een in België in gebruik. Een afbeelding van deze reuzenblokfluit is te zien op de Nederlandse Blokfluitpagina.

Ook de Slowaakse Fujara is manshoog.

Materiaal[bewerken]

De meeste blokfluiten worden van hout gemaakt. De gebruikte houtsoorten zijn zachte Europese houtsoorten (perenhout, pruimen, kersen, esdoorn / ahorn, olijfhout, noten, buxus / palmhout) of harde tropische houtsoorten (palissander( cocobolo, rozenhout), ebbenhout, coromandel, grenadille, bubinga, West-Indische buxus). De prijs van een instrument hangt onder andere af van de gebruikte houtsoort.

Er worden ook blokfluiten gemaakt van kunststof, wat een aantal voordelen heeft ten aanzien van zuiverheid en ongevoeligheid voor vocht. Kunststof blokfluiten zijn vrijwel onderhoudsvrij en worden in kwaliteit alleen overtroffen door veel duurdere houten fluiten. Omdat kunststof blokfluiten relatief goedkoop zijn, worden ze veel gebruikt voor lessen op muziekscholen, waar leerlingen net beginnen en nog niet weten of ze met spelen doorgaan. Kunststof fluiten kennen ook niet het probleem van houten fluiten die gemakkelijk bij het blok kapot gaan, maar het mondstuk raakt daarentegen gemakkelijk verstopt door ademvocht. Daarom voorzien sommige spelers hun kunststof fluit van een houten blok.

Als curiositeit worden wel blokfluiten van andere materialen dan hout en kunststof gemaakt, zoals van glas.

Bespeling[bewerken]

Een blokfluit zonder dubbele boring heeft acht gaten; zeven aan de bovenkant en een aan de onderkant. Aan de onderkant bevindt zich het duimgat dat helemaal of half geopend kan worden om hogere noten te produceren. De onderste twee gaten aan de bovenkant zijn vaak dubbel uitgevoerd (dubbele boring) om het gedeeltelijk afsluiten van een toongat te vereenvoudigen en daarmee het spelen van laddervreemde tonen.

Een blokfluit heeft Duitse boring ('gewone' vingerzetting) of barokboring ('barok' vingerzetting). Bij de Duitse boring is het 4e vingergat van boven (duimgat niet meegeteld) groter dan het 5e. Bij barokboring is het 4e vingergat kleiner dan het 5e. Een f op een "standaard" blokfluit (sopraan) is met Duitse boring: duim + 1,2,3 en 4 en met een barokboring: duim + 1,2,3,4 met 6,7. Sommigen bevelen de gewone vingerzetting aan om muziek aan te leren en om blokfluit te leren spelen. De gevorderde speler verkiest veelal een blokfluit met barokboring.

Op de blokfluit wordt voornamelijk barokmuziek gespeeld, maar er is ook veel oudere muziek en veel moderne muziek voor dit instrument geschreven. Een blokfluit komt niet in een symfonieorkest voor, maar wel vaak in een barokorkest. Verder wordt dit instrument vaak solo gebruikt of met piano- of klavecimbelbegeleiding. Ook bestaan er talloze blokfluittrio's en -kwartetten, waarvan het Amsterdam Loeki Stardust Quartet een voorbeeld is.

Werken voor blokfluit[bewerken]

Voorbeelden van stukken voor blokfluit:

In de op de barok volgende vroegklassieke en klassieke periode werd er nauwelijks meer voor blokfluit gecomponeerd, evenmin als gedurende de romantische periode. Andere, luidere, instrumenten namen haar plaats in. De moderne periode luidde een heropleving van de blokfluitmuziek in, waarbij nieuwe blokfluitwerken werden gecomponeerd. Ook de herleving van de belangstelling voor oude muziek heeft aan de heropleving van de blokfluit als volwaardig instrument bijgedragen.

Historische blokfluitbouwers[bewerken]

Hieronder volgt een lijst van bekende blokfluitbouwers uit de 16e tot 18e eeuw.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]