Blood, Sweat & Tears

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blood, Sweat & Tears

Blood, Sweat & Tears is een toonaangevende crossover-band, die bekendstaat om het combineren van jazz-muziek met psychedelische rock uit de jaren '60.

Historie[bewerken]

Blood, Sweat & Tears werd opgericht in 1967 in New York, door Al Kooper, Jim Fielder, Fred Lipsius, Randy Brecker, Jerry Weiss, Dick Halligan, Steve Katz en Bobby Colomby. Het debuutoptreden in Cafe Au Go Go was al direct een groot succes, omdat het publiek onder de indruk was van de verschillende muziekstijlen die de band wist te combineren. De groep was vernoemd naar het gelijknamige album van Johnny Cash uit 1963. Nadat de band een platencontract had gekregen bij Columbia Records kwam hun eerste album uit: Child Is Father to the Man (1968). Dit album lag ongekend goed bij critici, maar werd slechts matig populair, omdat er nauwelijks pop-georiënteerde nummers op stonden. Mede door de tegenvallende verkoopcijfers begonnen de relaties tussen de bandleden mankementen te vertonen. Columbia Records en Steve Katz wilden dat Al Kooper zich niet meer met de zang bezig zou houden, maar alleen nog orgel zou spelen. De platenmaatschappij zou dan een professionele zanger in huren. Dit was voor Kooper de reden om de band te verlaten. Ook Brecker en Weiss verlieten de band, omdat zij de kans kregen toe te treden tot de bands van respectievelijk Horace Silver en Ambergris.

Columbia Records begon een nieuwe zanger te werven en koos uiteindelijk voor David Clayton-Thomas. Met Chuck Winfield, Lew Soloff en Jerry Hyman erbij had de band uiteindelijk negen leden. Zij brachten een tweede album uit, Blood, Sweat & Tears uit 1969. Dat album had veel meer pop-invloeden en was daardoor meer populair. De drie singles van dat album die werden uitgebracht, You've Made Me So Very Happy (een coverversie van een hit van Brenda Holloway), Spinning Wheel en And When I Die, werden stuk voor stuk een succes.

Wegens het succes van dit tweede album werd de groep gevraagd voor een optreden op Woodstock, het grootste rockconcert van de jaren zestig. 'Blood, Sweat & Tears' speelde daar vijf nummers en werd daar volop voor geprezen.[bron?]

In 1970 kwam een nieuw album uit, maar dit was een flop vergeleken met de vorige twee albums. Het vierde album bevestigde dat het niveau van de band daalde, en zorgde er bovendien voor dat er opnieuw problemen ontstonden tussen de bandleden onderling. Jerry Hyman werd vervangen door Dave Bargeron en de rest van de groep splitste zich in een jazz-fractie en een rock-fractie. Zanger Clayton-Thomas verliet de groep om een solocarrière te beginnen. Hij werd vervangen door Bob Doyle, die op zijn beurt na enkele jaren weer werd vervangen door Jerry Fisher. Fred Lipsius verliet de band eveneens en werd vervangen door Joe Henderson en daarna door Lou Marini Jr., terwijl Larry Willies voor Dick Halligan in de plaats kwam. George Wadenius werd tweede gitarist. In de tussentijd bracht Columbia Records een Greatest Hits-album uit.

Met de nieuwe formatie werd de LP New Blood gemaakt. Dit album flopte opnieuw, waarna de groep besloot zich meer op jazzmuziek te richten. Dit besluit viel niet in de smaak van Jim Fielder en Steve Katz, die de band daarom verlieten. De albums No Sweat en Mirror Image verkochten slecht, maar David Clayton-Thomas kwam terug. Met hem als zanger werd 'New City' weer een succes. Toch had de platenmaatschappij het vertrouwen in de groep verloren. De band kwam nu onder contract bij ABC Records, de concurrent van Columbia Records. Toen vervolgens Bobby Colomby, het laatste originele bandlid in 1976 opstapte, kon alleen Clayton-Thomas er nog voor zorgen dat de band overeind bleef. In 2004 ging de band opnieuw op tournee.

Discografie[bewerken]

  • Child is father to the man
  • Blood, Sweat & Tears
  • Blood, Sweat & Tears 3
  • Blood, Sweat & Tears 4
  • Greatest Hits
  • New Blood
  • No Sweat
  • Mirror Image
  • New City
  • In Concert (Live & Improvised)
  • More than ever
  • Brand new day
  • Nuclear blues
  • Blood, Sweat & Tears Live
  • Chicago/Blood, Sweat & Tears Best of two Super Groups Live
  • At Little Club
  • Found Treasures
  • The Collection
  • What goes up... The best of ..
  • Definitive Collection
  • Hip Pickles
  • Super Hits

Hitlijsten[bewerken]

Albums[bewerken]

Album met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Blood, Sweat & Tears 3 1970 15-08-1970 7 13
Blood, Sweat & Tears 4 1971 07-08-1971 31 6

Singles[bewerken]

Single met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Top 40
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
You've made me so very happy 1969 12-04-1969 23 4
Spinning wheel 1969 28-06-1969 23 6
And when I die 1969 13-09-1969 tip -
Hi-de-ho 1970 12-09-1970 12 7
Lucretia MacEvil 1970 17-10-1970 tip2 -

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
You've made me so very happy 1138 - 1143 1674 1703 1532 1658 1609 1584 1603 - 1893 - -
Spinning wheel 717 897 765 777 891 912 821 942 1091 910 1648 1345 1618 -