Boedelverdeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Boedelverdeling (ook: boedelscheiding) is de verdeling van de gezamenlijke boedel tussen verschillende gerechtigden.

Veelal is dit een erfenis, maar ook na een echtscheiding, het vermogen van een vennootschap, kortom alle zaken die aan meer dan een persoon toebehoren.

Burgerlijk Wetboek Boek 3, Titel 7. Gemeenschap, Afdeling 1. Algemene bepalingen, Artikel 185 bepaalt:

  • Voor zover de deelgenoten en zij wier medewerking vereist is, over een verdeling niet tot overeenstemming kunnen komen, gelast op vordering van de meest gerede partij de rechter de wijze van verdeling of stelt hij zelf de verdeling vast, rekening houdende naar billijkheid zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang.
  • Als wijzen van verdeling komen daarbij in aanmerking:
    • toedeling van een gedeelte van het goed aan ieder der deelgenoten;
    • overbedeling van een of meer deelgenoten tegen vergoeding van de overwaarde;
    • verdeling van de netto-opbrengst van het goed of een gedeelte daarvan, nadat dit op een door de rechter bepaalde wijze zal zijn verkocht

Geschiedenis[bewerken]

Reeds in de Romeinse tijd was er het beginsel dat niemand genoodzaakt is om in onverdeelde gemeenschap te blijven. De twaalftafelenwet regelde al de verdeling van de erfenis tussen de erfgenamen.

Erfenis[bewerken]

Bij een erfenis krijgen de erfgenamen (meestal de kinderen) een gelijk deel. Als de partner van de overledene nog leeft krijgt deze eveneens een kindsdeel. Ondanks dat hij/zij sowieso de helft van het vermogen heeft, wordt er vaak gezegd: hij/zij krijgt de helft plus een kindsdeel.

Als de partner nog leeft en er zijn 2 kinderen dan wordt de verdeling als volgt toegepast:

  • partner: 50% + (1/3 × 50%) = 66,67%
  • ieder kind: (1/3 × 50%) = 16,67%

Indien de partners op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd gaat het bovenstaande niet altijd op. De vermogensbestanddelen van de overledene worden dan in gelijke kindsdelen verdeeld (in bovenstaand voorbeeld 3 * 1/3). De achterblijvende partner behoudt dan hetgeen hij/zij al had. Afhankelijk van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden zijn hier nog diverse varianten op mogelijk.

Het Burgerlijk Wetboek schrijft voor hoe er verdeeld wordt, ook als de situatie complexer is. Bij testament kan van deze verdeling worden afgeweken.

Onenigheid binnen families is vaak een gevolg van boedelscheidingen, waarvan wordt verondersteld dat deze niet eerlijk is verlopen.

Zie ook[bewerken]