Boek van Adam en Eva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Boek van Adam en Eva is een pseudepigraaf waarvan overwogen werd het in de oorspronkelijke Bijbel op te nemen. Vanwege onder andere onwenselijke gedeeltes van de inhoud werd het daaruit uiteindelijk geweerd

Het Boek van Adam en Eva is een achtergrondverhaal bij Genesis 3 (over Adam en Eva). Het werd uit de bijbel gelaten omdat een groot deel van de inhoud overlapte met Genesis. Bovendien werd het veel later geschreven (3e of 4e eeuw na Christus).

Inhoud[bewerken]

In het Boek van Adam en Eva is Satan een engel in menselijke gedaante, die los van de slang aanwezig is wanneer die Eva verleidt. Bovendien laat Eva zich niet één (zoals in Genesis), maar twee keer verleiden in dit boek. De eerste keer is wanneer Eva van de Boom van de kennis van goed en kwaad eet. Wanneer Adam en zij vervolgens uit de Hof van Eden verbannen worden, vindt Adam dat ze boete moeten doen voor hun zonde. Hij zal daarvoor veertig dagen gescheiden van haar in de Jordaanrivier staan, zij veertig dagen in de Tigris. Na achttien dagen benadert Satan Eva opnieuw, in de gedaante van een heilige engel. Hij vertelt haar dat ze is vergeven en dat ze eruit mag komen. Waarop Eva uit de rivier stapt.

Het boek verhaalt daarnaast dat God al zijn engelen gebood te buigen voor zijn grootste schepping: Adam. Satan weigert te buigen voor een mindere en latere schepping. Vervolgens bouwt hij een altaar in de hemel dat hoger is dan dat van God. Een woeste God verbant Satan daarop naar de Hel.

Het laatste verhaal staat ook in de Koran. In de Islamitische versie is Adam gemaakt van klei en bestaan er ook zogenaamde djinns, gemaakt van 'vuur zonder rook'. Wanneer God alle engelen gebiedt te buigen voor Adam, gehoorzamen alle engelen en alle djinns, behalve Satan. De djinns worden geacht vrije wil te hebben en kunnen daardoor ongehoorzaam zijn aan God.

Bronnen, noten en/of referenties