Boerenpartij (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boerenpartij
Afbeelding gewenst
Geschiedenis
Opgericht 1959 (ingeschreven bij kiesraad)
Algemene gegevens
Actief in Nederland
Richting Rechts
Ideologie Conservatisme, liberalisme, monarchisme
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

De Boerenpartij was een Nederlandse politieke partij, die van 1963 tot 1981 was vertegenwoordigd in de Tweede Kamer en tegenwoordig alleen nog vertegenwoordigd is als een lokale gemeenteraadsfractie in de gemeente Heerde.

Oprichting[bewerken]

Fractievoorzitter van de Boerenpartij, Hendrik (Boer) Koekoek bij twee Shetlandpony's, 26 september 1966.

Het is niet helemaal zeker wanneer de Boerenpartij werd opgericht. Wel is bekend dat in 1958 in enkele plaatsen in Gelderland de voorlopers van de partij, de 'Vrije Boeren', meededen aan de gemeenteraadsverkiezingen. In 1959 werd de Boerenpartij ingeschreven bij de Kiesraad.

Oprichter van de Boerenpartij was Hendrik Koekoek, sinds 1946 voorzitter van de door hem opgerichte Vereniging van Bedrijfsvrijheid in de Landbouw. Deze vereniging, die zich ook wel de 'Vrije Boeren' noemde, verzette zich tegen de bemoeienis van de overheid met de landbouw, onder andere via het Landbouwschap. Een ander belangrijk persoon binnen de partij was medeoprichter Evert Jan Harmsen.

Koekoek was aanvankelijk lid van de Christelijk-Historische Unie. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1956 stond hij op de kandidatenlijst van de Nederlandse Oppositie Unie, in de kieskring Middelburg als lijsttrekker. De Nederlandse Oppositie Unie haalde echter te weinig stemmen (19.503; 0,34 procent) voor een Kamerzetel.

Opkomst[bewerken]

De Boerenpartij kende een ietwat moeizame start. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 werden alleen zetels behaald in Valburg en Zelhem. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1959 bleef de partij met 39.423 (0,66 procent) onder de kiesdrempel steken. Bij de Statenverkiezingen van 1962 werd één zetel behaald, in de provincie Gelderland. De partij profileerde zich voornamelijk door protest tegen de voor boeren verplichte heffingen van het Landbouwschap.

Vlak voor de verkiezingen van 1963 steeg de populariteit van Koekoek, en zijn partij behaalde plotseling 3 zetels. De belangrijkste aanleiding hiervoor was de zogenoemde Boerenopstand in het Drentse Hollandscheveld, waar de politie met geweld enkele boerderijen ontruimde van boeren die heffingen van het Landbouwschap niet hadden betaald. Koekoek, aanwezig bij het incident en zelf afkomstig uit Hollandscheveld, verwierf in de pers een reputatie als verdediger van kleine ondernemers.

Spectaculair succes in 1966[bewerken]

Het electoraat van de Boerenpartij bestond aanvankelijk voornamelijk uit boeren. Sinds het midden van de jaren zestig bleek de partij echter ook aantrekkingskracht uit te oefenen op middenstanders en kleine zelfstandigen die zich wilden verzetten tegen overheidsbemoeienis. De Boerenpartij werd in de loop van haar bestaan steeds meer een algemene protestpartij, waartoe ook vele stadsbewoners zich aangetrokken voelden om hun ongenoegens over maatschappelijke veranderingen en de kloof tussen de gevestigde politieke partijen en de kiezer te uiten, ongeveer ook zoals later het geval zou zijn met de Lijst Pim Fortuyn.

Als gevolg hiervan behaalde de partij bij de Provinciale Statenverkiezingen van maart 1966 een onverwacht spectaculair succes: 44 zetels, en een percentage van 6,73, ten opzichte van 1963 een winst van 4,6%. In Tweede Kamerzetels uitgedrukt zou dit 10 zetels betekend hebben, dus een winst van 7 zetels ten opzichte van 1963.[1] Deze enorme winst ging voornamelijk ten koste van de toenmalige regeringspartijen PvdA en KVP. Bij de gemeenteraadsverkiezingen twee maanden later drong de Boerenpartij ook door tot de gemeenteraden van een aantal grote steden, zoals Amsterdam (48.134 stemmen; 9,4 procent; 4 zetels), Rotterdam (29.380 stemmen; 7,2 procent, 3 zetels), Den Haag (36.739 stemmen; 6,9 procent, 5 zetels) en Utrecht (14.017 stemmen; 9,3 procent, 4 zetels). Dankzij het succes bij de Statenverkiezingen kreeg de BP ook drie zetels in de Eerste Kamer.

Gecompromitteerd door leden met oorlogsverleden[bewerken]

Ironisch genoeg werd dit grote succes spoedig de oorzaak van de neergang van de partij. Het bleek namelijk snel dat zich onder de vele nieuwgekozen provinciale en gemeentelijke vertegenwoordigers veel mensen bevonden met een besmet oorlogsverleden. Het imago van de partij als een rechtse of zelfs extreemrechtse partij bleek aantrekkingskracht uit te oefenen op allerlei personen met een (NSB- of SS)-oorlogsverleden, waaronder Eerste Kamerlid Hendrik Adams en Evert Jan Roskam.

De partij raakte hierdoor ernstig gecompromitteerd. Er volgde een golf van negatieve publiciteit, talloze interne conflicten en een scheuring. Binnen de partij vormde zich de Noodraad, die aanvankelijk probeerde intern de orde te herstellen, maar zich bij het falen van deze poging afscheidde en met een eigen lijst meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1967. De Boerenpartij behaalde in 1967 slechts 7 zetels, altijd nog een winst van 4, maar met 4,77% een aanzienlijk slechter resultaat dan het jaar tevoren. De Noodraad kwam met 0,66% juist wat stemmen te kort voor een Kamerzetel.[2]

Viermans oppositie van de Boerenpartij die voor afsplitsing zorgde met een motie van wantrouwen tegen partijleider Koekoek.
Hendrik Koekoek tijdens de verkiezingscampagne van 1972

Door interne conflicten viel ook de Tweede Kamerfractie van de Boerenpartij uiteen, zo scheidden in 1968 vier fractieleden zich af onder aanvoering van Evert Jan Harmsen; de Groep Harmsen. Later zou ook Nico Verlaan zich afsplitsen, waardoor de Boerenpartij kort vóór de verkiezingen van 1971 nog slechts twee van de zeven zetels over had. De populariteit van voorman Koekoek daalde en in 1971 behaalde zijn partij nog slechts één zetel. De Groep Harmsen, die deelnam als Binding Rechts, behaalde geen zetel.

Doorstart[bewerken]

Het leek gedaan met de Boerenpartij, maar bij de vervroegde verkiezingen van 1972 behaalde de partij weer drie zetels. Naast Koekoek kwamen toen ook de erudiete zakenman Victor Honig van den Bossche en Jan de Koning in de kamerbankjes. De Koning viel vooral op door zijn verzet tegen de invoering van de zomertijd; hij beweerde dat de zon zich toch niets van de klok aantrok.

In 1974 nam Koekoek samen met Vader Abraham de carnavalssingle "Den Uyl is in den olie" op. De plaat bereikte de eerste plaats in de Top 40. Koekoek werd zodoende de eerste (en tot dusver enige) Nederlandse politicus die bovenaan de hitparade stond.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 haalde de Boerenpartij nog maar één zetel. Kort daarna kwam Koekoek negatief in het nieuws omdat hij werd verdacht van en veroordeeld wegens het verwaarlozen van dieren (pony's) die bij hem in de wei in Bennekom liepen. Ook deed zich in november 1977 (opnieuw) een scheuring voor in de Boerenpartij, die onder meer leidde tot het vertrek van het enige Eerste Kamerlid van de Boerenpartij, B.W. Maris.

Teloorgang[bewerken]

Bij de verkiezingen in 1981 deed de partij mee onder een nieuwe naam: Rechtse Volkspartij (RVP). Hiermee werd geen enkele zetel gehaald. Na 1982, toen Koekoek ook zijn (enige) raadszetel in de gemeenteraad van Ede verloor, raakte de partij in de vergetelheid.

In de gemeente Heerde bestond tot 2010 een lokale fractie van de Boerenpartij. Deze fractie stond van 1970 tot 2006 onder leiding van Hendrik Jan van Duren. Na zijn vertrek uit de lokale politiek en zijn overlijden in 2008, besloot de partij in 2009 om de naam te wijzigen in Gemeentebelang Boerenpartij Heerde.[3]

In 1993 werd in Hollandscheveld de Solidariteit Boerenpartij (SBP) opgericht. Voorman was Paul Koekoek, neef van Hendrik Koekoek. De partij had veel van het oorspronkelijke gedachtegoed van de Boerenpartij, maar was mede geïnspireerd door de Poolse beweging Solidarność. De SBP deed mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 onder het verkiezingsprogramma "Het moet anders, zo kan het niet langer" en kreeg 9088 stemmen (0,1% van het totaal), wat geen zetel opleverde.

Verkiezingsresultaten[bewerken]

Tweede Kamerverkiezingen:

  • 1959: 39.423 stemmen (0,66 procent), geen zetel.
  • 1963: 133.231 stemmen (2,13 procent), 3 zetels.
  • 1967: 327.953 stemmen (4,77 procent), 7 zetels.
  • 1971: 69.656 stemmen (1,10 procent), 1 zetel.
  • 1972: 143.239 stemmen (1,94 procent), 3 zetels.
  • 1977: 69.914 stemmen (0,84 procent), 1 zetel.
  • 1981: 17.371 stemmen (0,20 procent), geen zetel.
  • 1982: 21.987 stemmen (0,27 procent), geen zetel.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties