Boete

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Boete is in het algemeen het inlossen van een bepaalde schuld die ontstaan is door een verkeerde handeling. Die verkeerde handeling heeft een andere partij benadeeld. Degene die de verkeerde handeling verrichtte moet boete "doen", een bepaalde handeling verrichten om de verkeerde handeling te compenseren, met het oog op de benadeelde andere partij. Van oudsher bestond ook de mogelijkheid bloedwraak af te kopen met een zoengeld. Boete is een vorm van vergelding. De persoon die boete doet, wordt boeteling of penitent genoemd.

België[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Burgerlijke geldboete voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nederland[bewerken]

Strafrecht[bewerken]

Het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een van de mogelijke hoofdstraffen een geldboete is, dit is een verplichting tot betaling van een vastgesteld bedrag. In het Nederlandse strafrecht worden de geldboetes die ten hoogste door de rechter kunnen worden opgelegd, vastgesteld volgens de categorie die voor een strafbaar feit is bepaald. Ieder strafbaar feit wordt door de wet aan een van deze zes categorieën verbonden. Rekening houdend met deze maximale bedragen zal de rechter uiteindelijk de feitelijke hoogte van de boete bepalen. Zo wordt diefstal, indien geen gevangenisstraf wordt opgelegd, bestraft met een geldboete van de vierde categorie, wat betekent dat de rechter maximaal een boete van 20.250 euro of 14.000 dollar kan opleggen (bij een zeer omvangrijke diefstal dus relatief weinig). De bedragen zijn te vinden in art. 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en art. 27 lid 4 Wetboek van Strafrecht BES.[1]

Categorie Maximale hoogte van boete
Wetboek van Strafrecht
Maximale hoogte van boete
Wetboek van Strafrecht BES
Eerste €405 $280
Tweede €4.050 $2.800
Derde €8.100 $5.600
Vierde €20.250 $14.000
Vijfde €81.000 $56.000
Zesde €810.000 $560.000

De bedragen in beide kolommen zijn 1, 10, 20, 50, 200 en 2000 maal het eerste bedrag in de betreffende kolom.

Mulderfeit en strafbeschikking[bewerken]

De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, Wet Mulder) regelt de bestuurlijke boetes tot € 390 voor verkeersovertredingen. Ze worden opgelegd door het OM, de politie of een boa. Een overtreding die hieronder valt heet een Mulderfeit.

De Wet OM-afdoening en het Besluit OM-afdoening regelen de strafbeschikking.

Bij elkaar worden dit de feitgecodeerde zaken genoemd. De feitcode bestaat uit een of twee hoofdletters en drie cijfers, en soms een of twee kleine letters. Het tarief hangt af van het feit en van de categorie (bijvoorbeeld het soort weggebruiker). De feiten met codes en tarieven zijn onder meer gepuliceerd in de Tekstenbundel[2] en het Feitenboekje[3].[4] De tarieven zijn geen maxima maar de vaste bedragen. Voor een overtreder van 12 tot 16 jaar worden de tarieven gehalveerd. Verder is er nog de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.[5]

Er wordt € 7 aan administratiekosten in rekening gebracht.[6][7][8] De boetes worden geïncasseerd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Het kan gaan om de volgende feiten (met de aanduidingen m/p/* die worden gehanteerd in de Tekstenbundel en het Feitenboekje):

  • m: Mulderfeit (boete van maximaal € 390)
  • p: politiestrafbeschikkingsfeit (boete van maximaal € 350 voor een misdrijf[9], of boete voor een overtreding; de strafbeschikking wordt uitgevaardigd door politie of boa); wordt overeenkomstig het Besluit OM-afdoening afgehandeld.
  • *: OM-feit (de strafbeschikking wordt uitgevaardigd door het OM). Voor deze feiten kan door de politie geen sanctie worden opgelegd. Indien de Tekstenbundel een tarief vermeldt dan wordt via het CJIB een strafbeschikking of een transactievoorstel verzonden namens het OM. De Tekstenbundel vermeldt geen tarief als de overtreding aan de hand van het proces-verbaal individueel moet worden beoordeeld, of de tarieven zijn vastgesteld in een andere richtlijn.

De Tekstenbundel en het Feitenboekje zijn landelijk, maar bevatten ook feiten die slechts strafbaar zijn op basis van plaatselijke verordeningen. Ze zijn gebaseerd op de model-APV en uiteraard alleen van toepassing in de betreffende gemeenten.

Er zijn per jaar ongeveer 750.000 bonnen bij staandehoudingen (720.000 politie; 30.000 boa's) en 800.000 bonnen bij parkeerovertredingen (180.000 politie; 620.000 boa's).[10]

Combibon[bewerken]

Combibon

De Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie geeft in de bijlage[11] een model van een combibon: een formulier dat onder meer kan worden gebruikt voor de volgende afdoeningsmodaliteiten/sanctiemodaliteiten (met code):

  • S: aankondiging van strafbeschikking - de strafbeschikking wordt door het CJIB toegezonden; de redenen dat niet gelijk een strafbeschikking wordt uitgereikt is dat zo nog fouten verbeterd kunnen worden, en in bepaalde gevallen dat de verbalisant zelf niet bevoegd is om een strafbeschikking uit te vaardigen.
  • K: kennisgeving van bekeuring - het OM zal een beslissing nemen, dit kan zijn een OM‐strafbeschikking, een transactievoorstel, een dagvaarding of een seponering.
  • A: aankondiging van beschikking - betreft een Mulderfeit; de beschikking wordt door het CJIB toegezonden
  • B: beschikking - betreft een Mulderfeit

Het ingevulde formulier bevat de code als boven, de feitcode en een verkort proces-verbaal ("mini-proces-verbaal"). Een exemplaar blijft achter in het bonnenboekje van de verbalisant (‘het witje’), een doorslag (‘het geeltje’) wordt overhandigd of achtergelaten op het voertuig. Bij een staandehouding wordt met de betrokkene gesproken. Na het geven van de cautie kan de betrokkene een verklaring afleggen die uitsluitend op het witje erbij wordt geschreven.

Zwaardere feiten kunnen niet worden afgedaan met een combibon. Hiervoor moet een volledig proces-verbaal worden opgemaakt.

Voor een op het voertuig achtergelaten aanslagbiljet zie onder.

De gemiddelde aanlevertijd bij het CJIB van een combibon is 16 dagen.

Verbaliseren zonder combibon[bewerken]

Een rijdend voertuig kan gefotografeerd worden bij bijvoorbeeld te hard rijden of door rood rijden. De overtredingen worden volledig geautomatiseerd op kenteken geconstateerd, zoals bijvoorbeeld door middel van flitspalen en trajectcontroles.

Aanhangig is de Wet tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, het Wetboek van Strafvordering en de Gemeentewet in verband met de digitalisering van de handhaving van veelvoorkomende overtredingen (Wet digitale handhaving veelvoorkomende overtredingen), volgens welke de verbalisant geen bon meer hoeft achter te laten. Dit maakt het mogelijk dat de verbalisant ter plaatse de gegevens invoert in een PDA, en dat deze geen printer hoeft te hebben. Voor de bewijsvoering maakt de verbalisant, voor zover mogelijk, foto’s van een geconstateerde parkeerovertreding. Dit betreft bijvoorbeeld het fotograferen van de plek waar de auto staat (bijvoorbeeld op een invalidenparkeerplaats) of van het dashboard waarop het parkeerbewijs ontbreekt, dan wel van het parkeerbewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de betaalde parkeertijd is overschreden. Dit kan met dezelfde PDA. De eventuele verklaring van de betrokkene wordt ook ingevoerd in de PDA. Het direct uitreiken van een papieren aankondiging blijft ook bij staandehoudingen achterwege. Hoewel sommige boa's wel een printer hebben wordt dit voor politie onpraktisch geacht omdat die naast een portofoon ook al een pistool, een wapenstok en handboeien aan de koppel heeft.

De gemiddelde aanlevertijd bij het CJIB wordt naar verwachting bij digitale handhaving circa 7 dagen. Het duurt dus meer dan 7 dagen voordat de parkeerder op de hoogte gesteld wordt van de verbalisering. Hij doet er dus goed aan bewijzen van betaling zoals parkeerkaarten altijd enkele weken te bewaren. Dan nog blijft het lastiger om ander ontlastend bewijsmateriaal te vergaren en getuigen a decharge te zoeken, bijvoorbeeld betreffende een door struiken of een geparkeerde verhuiswagen niet goed zichtbaar verkeersbord. Ook als de geverbaliseerde wel aanwezig is en dus direct op de hoogte is van het verbaliseren vervalt wel het gemak de gegevens direct op papier mee te krijgen, zodat de burger het rustig na kan lezen en voor uitleg en advies kan laten zien aan iemand die er meer verstand van heeft. De regering stelt dat het wetsvoorstel past in het huidige tijdperk dat wordt gekenmerkt door automatisering en digitalisering, maar in plaats van versnelling van de communicatie (e-mail is bijvoorbeeld sneller dan gewone post) of even snel (directe elektronische verzending in plaats van achterlating of overhandiging van een papieren bon) is er hier dus een sterke vertraging: van direct, of direct bij terugkomst bij de auto, naar meer dan 7 dagen.

Gemeente[bewerken]

Bij constatering dat de gemeentelijke parkeerbelasting niet is betaald of dat de tijd waarvoor die is betaald is verstreken wordt een naheffing opgelegd. Deze wordt berekend over een parkeerduur van een uur, tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan. Naast de normale parkeerbelasting betaalt men dan een bedrag aan kosten van maximaal € 56[12]. Materieel komt dit neer op een boete. In deze gevallen is de overtreding geen Mulderfeit. Het desbetreffende aanslagbiljet wordt ofwel conform de regels van de Invorderingswet 1990 toegezonden of uitgereikt aan de belastingschuldige, ofwel aangebracht op of aan het voertuig.[13][14]

Als een gemeente-boa (ook aangeduid als gemeentelijk opsporingsambtenaar, goa) een parkeerovertreding als Mulderfeit beboet (omdat de gemeente geen parkeerbelasting toepast, of in het geval van een parkeerovertreding waarvoor de parkeerbelasting niet van toepassing is) krijgt de gemeente hiervoor tijdelijk een vergoeding van het Rijk (PV-vergoeding) van € 25.[15]

De Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte heeft de artikelen 154b tot en met 154n toegevoegd aan de Gemeentewet, met twee nieuwe handhavingsinstrumenten voor gemeenten met betrekking tot bepaalde vormen van overlast, beide opgelegd door een gemeente-boa: de bestuurlijke strafbeschikking overlast (BSo) en de bestuurlijke boete overlast (BBo). Gemeenten moeten kiezen, het kan niet allebei. De BSo is in de meeste gemeenten ingevoerd.[16] Geen enkele gemeente heeft gekozen voor de BBo; voorlopig wordt deze mogelijkheid echter nog niet afgeschaft.[17]

Bij de BSo gaat de incasso via CJIB. De gemeente krijgt tijdelijk een PV-vergoeding van € 40 per strafbeschikking voor overlastfeiten uit het APV.[15] Als de bestrafte verzet instelt wordt de zaak overgedragen aan de CVOM. De CVOM gaat in die gevallen in beginsel tot oproeping op een zitting over. Dat wil zeggen dat de CVOM de zaak voor de rechter brengt, zodat deze het verzet inhoudelijk kan toetsen en uitspraak kan doen. Er is in beginsel geen ruimte voor de CVOM om zaken op beleidsmatige gronden te seponeren door middel van intrekking van de BSo. De CVOM zal uitsluitend seponeren om juridisch-technische redenen.

Het bedrag van een BBo is voor natuurlijke personen niet meer dan €390 en voor rechtspersonen niet meer dan € 2250. Een boa legt niet op straat de bestuurlijke boete op, maar beperkt zich tot het uitschrijven van een aankondiging dat een bestuurlijke boete zal worden opgelegd. Bij een BBo geldt de Algemene wet bestuursrecht (Awb); in deze wet staan ook enkele bepalingen speciaal voor een bestuurlijke boete (in het algemeen). De Gemeentewet bepaalt dat Hoofdstuk 8 Awb (Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter) op een BBo niet van toepassing is. Tegen een BBo kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank. Het beroep wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. De procedure is hetzelfde als bij een Mulderfeit, alleen heeft nu niet het OM maar de gemeente de rol van het bestuur dat de beschikking heeft uitgevaardigd. Het OM speelt dus bij de BBo geen rol. De BBo is voor de gemeente bewerkelijker dan de BSo doordat deze de incasso zelf moet doen en door de bezwaarprocedure en de rol in de beroepsprocedure. Daar staat tegenover dat de opbrengst toevalt aan de gemeente. Strafrechtelijke handhaving blijft mogelijk, opdat de politie een rol kan behouden bij escalatie of in geval van heterdaad. Als de gemeente kiest voor de bestuurlijke boete draagt de gemeente echter de volledige verantwoordelijkheid voor het handhavingsbeleid.

De regering overweegt de overtredingen die met een BSo kunnen worden bestraft uit te breiden met o.a. fietsen in voetgangersgebied, ook om onbegrip bij het publiek te voorkomen.

Voor een deel van de overtredingen in het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet, die betrekking heeft op overtredingen door horeca-ondernemers van de Drank- en Horecawet, kan de gemeente een bestuurlijke boete opleggen (de overige worden door het Rijk beboet).

Overige bestuurlijke boetes[bewerken]

Ook het Rijk kan bestuurlijke boetes opleggen.

Verworpen[bewerken]

Het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een bestuurlijke boete voor overtreding van een aantal voorschriften betreffende het laten stilstaan en parkeren van voertuigen, en voor andere lichte verkeersovertredingen (Wet bestuurlijke boete fout parkeren en andere lichte verkeersovertredingen) is in 2007 door de Eerste Kamer verworpen.

Toekomst[bewerken]

Er zijn soms plannen om de boetestelsels te integreren. De Nationale ombudsman onderzoekt de transparantie van het geheel van boetestelsels.[18]

Suriname[bewerken]

In Suriname worden de geldboeten in de meeste wetten, zoals in het Wetboek van Strafrecht en de Politiestrafwet, nog uitgedrukt in gulden. Deze bedragen moeten aangepast worden met toepassing van de Algemene Geldboetewet (wet van 14 mei 2002, houdende wijziging van de hoogte der geldboete, zoals vastgesteld in thans van kracht zijnde wettelijke regelingen). De aangepaste bedragen in gulden moeten gedeeld worden door 1.000 om ze in SRD (Surinaamse Dollar) om te zetten (artikelen 2 en 4, lid 1, van de Wet van 31 oktober 2003, houdende de vernoeming en herleiding van bedragen, rechten en verplichtingen in de gulden tot hun nominaal gelijke waarde in de dollar of ‘Wet Vernoeming en Herleiding van Guldensbedragen tot Dollarbedragen’ ).

De geldboete is nooit lager dan 5.000 gulden (5 SRD). Aldus bepaalt artikel 3 van de Algemene Geldboetewet.

Er zijn volgens artikel 5 van de Algemene Geldboetewet zeven geldboetecategorieën, die – uitgaande van de verschillende bestaande strafmaxima in het Wetboek van Strafrecht en aanverwante wetten alsmede in andere wettelijke regelingen, waarin een geldboete als straf is opgenomen – als volgt kunnen worden vastgesteld:

1°. De eerste categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van ten hoogste Sf. 300,- (Driehonderd Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 350.000,- (Driehonderd en Vijftigduizend Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 350 SRD;

2°. De tweede categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van ten hoogste Sf. 1.000,- (Eenduizend Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 500.000,- (Vijfhonderdduizend Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 500 SRD;

3°. De derde categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van ten hoogste Sf. 2.500,- (Tweeduizend Vijfhonderd Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 1.000.000,- (Eenmiljoen Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 1.000 SRD;

4°. De vierde categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van ten hoogste Sf. 5.000,- (Vijfduizend Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 5.000.000,- (Vijfmiljoen Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 5.000 SRD;

5°. De vijfde categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van ten hoogste Sf. 10.000,- (Tienduizend Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 10.000.000,- (Tienmiljoen Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 10.000 SRD;

6°. De zesde categorie bedraagt voor alle strafbare feiten waarop een geldboete van meer dan Sf. 10.000,- (Tienduizend Gulden) is gesteld: ten hoogste Sf. 1.000.000.000,- (Eenmiljard Gulden); de geldboete van deze categorie bedraagt dus ten hoogste 1.000.000 SRD;

7°. De zevende categorie bedraagt voor alle drugsgerelateerde feiten en economische delicten ten hoogste Sf. 5.000.000.000,- (Vijfmiljard Gulden), of ten hoogste 5.000.000 SRD, tenzij het bedrag dat bij het plegen van één der bedoelde strafbare feiten daarmede gemoeid is hoger dan Sf. 3.000.000.000,- (Driemiljard gulden); in zulk een geval zal het maximum der geldboete telkens ten hoogste het drievoudige bedragen van het bedrag dat met die overtreding of dat misdrijf gemoeid is.

Privaatrecht[bewerken]

Ook het privaatrecht kent boetes: partijen kunnen een boetebeding in hun overeenkomsten opnemen. In Nederland bepaalt artikel 91 Boek 6 BW dat als boetebeding wordt aangemerkt ieder beding waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan.

Met een boetebeding is bij tekortschieteen de boete verschuldigd zonder dat schade en de grootte daarvan wordt aangetoond. Een privaatrechtelijke boete is in Nederland, ook als het meer een aansporing is dan een vergoeding van daadwerkelijke schade, geen straf waarop het "ne bis in idem" beginsel van toepassing is: iemand kan voor hetzelfde ook al strafrechtelijk vervolgd zijn of nog worden.

Een boetebeding wordt bijvoorbeeld toegepast bij een geheimhoudingsbeding en een concurrentiebeding.

In de Verenigde Staten kunnen schadevergoedingen zo hoog oplopen, omdat deze vergeldend en dus als straf bedoeld zijn. Het zijn in feite boetes onder de noemer schadevergoeding. Men spreekt dan ook wel van punitive damage.

Kerkelijk 'boete doen' (penitentie)[bewerken]

In de Westerse Kerk heeft men het Romeinse juridische denken overgenomen, dat tot op heden het juridisch systeem bepaalt: het denken in twee partijen, die met elkaar in evenwicht moeten zijn. Doet de ene partij de andere partij schade, dan is het evenwicht weg. Compensatie van de schade moet de balans weer herstellen. De kerk begon God te zien als de ene partij, en de mens als de andere partij. Als de mens een van de voorschriften overtrad waarvan men dacht dat ze van God afkomstig waren, berokkende die mens God schade. Die schade moest aan God gecompenseerd worden.

In de vroege kerk was de overtreding tegen God een overtreding tegen de christelijke gemeenschap. Iemand kon wegens de overtreding dan ook uit de gemeenschap gezet worden. Door bepaalde handelingen te verrichten (het boetekleed aantrekken, vasten, bidden) kon de uitgestotene boete doen om na een periode weer toegelaten te worden in de gemeenschap.

In de Middeleeuwen ontwikkelde zich onder invloed van de Ierse missionarissen het biechtsysteem. De gelovige vertelde, zonder dat de gemeenschap daarvan op de hoogte werd gebracht, zijn overtredingen tegen God, zijn zonden aan een priester. Deze priester gaf, namens God, vervolgens aan waaruit de boetedoening moest bestaan, om vergeving te krijgen. Die boetedoening kon bijvoorbeeld het zeggen van een aantal gebeden zijn.

Naast het biechtsysteem ontwikkelde zich ook het financiële boetesysteem; door een schenking aan de kerk, het vermeende instituut van God op aarde, kon men vergeving krijgen voor de overtredingen die men tegen God had begaan. Dit financiële boetesysteem ontaardde: men betaalde een bepaald bedrag vooruit, om zich daarna aan allerlei overtredingen te buiten te gaan. De kerk maakte soms ook misbruik van het boetesysteem: door de angst voor het vagevuur bij mensen aan te wakkeren en ze tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden om door financiële bijdragen vergeving te kopen en de tijd in het vagevuur te verminderen, haalde Rome enorme sommen geld binnen. Dit laatste gebruik heeft zijn meest bekende voorbeeld in de aflaathandel.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Wetten.overheid.nl art. 23 lid 4 Sr
    Wetten.overheid.nl art. 27 lid 4 Sr BES
  2. http://www.om.nl/onderwerpen/feiten_en_tarieven/virtuele_map/tekstenbundel - overzicht van de betekenis van de feitcodes, en de bijbehorende boetes; hierin wordt de informatie gecombineerd uit de bijlagen van de Wahv en het Besluit OM-afdoening
  3. http://www.om.nl/publish/pages/103126/feitenboekje_2013.pdf - De teksten van de feiten zijn niet letterlijk de officiële. Wel wordt soms een toelichting toegevoegd.
  4. De "boetebase" van het OM[1] geeft onvolledige omschrijvingen, zoals "Als bestuurder of passagier geen goedpassende helm dragen" met weglating van "die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk".
  5. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2013-11376.html
  6. http://www.cjib.nl/Actueel/nieuwsberichten_2012/verhoging-adminsitratiekosten-per-1-oktober-2012.aspx
  7. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/07/27/antwoorden-kamervragen-over-administratiekosten-bij-verkeersboetes.html
  8. Met de Wet van 12 juni 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met de strafbaarstelling van het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme, uitbreiding van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep als bijkomende straf en enkele andere wijzigingen is ingevoerd dat ook administratiekosten verschuldigd zijn. Het onderdeel dat ziet op de grondslag om administratiekosten in rekening te kunnen brengen bij de inning van transactievoorstellen zal niet in werking treden. De reden hiervoor is dat de transactie binnen afzienbare termijn als sanctiemodaliteit vrijwel geheel zal zijn vervangen door de strafbeschikking.[2]
  9. Volgens art. 257b Sv. Bij feit N 150 dd staat echter dat het een politiestrafbeschikkingsfeit is met een boete van € 2000.
  10. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33697-3.html
  11. Waarvan de nieuwste versie in pdf-vorm is gepubliceerd in de bijlage van [3]
  12. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-14948.html
  13. Zie bijvoorbeeld [4].
  14. Voor een voorbeeld van een ter plaatse uitgeprint aanslagbiljet zie de afbeelding in [5]. Uit de toelichting blijkt dat dezelfde printer ook gebruikt wordt voor Mulderfeiten.
  15. a b [6][7]
  16. Zie bijvoorbeeld [8].
  17. http://www.vng.nl/files/vng/vng/Documenten/actueel/beleidsvelden/recht/2012/20120817_Bestuurlijke_strafbeschikking_en_bestuurlijke_%20boete.pdf
  18. http://www.nationaleombudsman-nieuws.nl/nieuws/2013/ombudsman-onderzoekt-transparantie-van