Bolesław I van Silezië-Breslau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bołeslaw I
1127 -1201
Bolesław I Wysoki.PNG
Hertog van Silezië(-Breslau)
Periode 1163-1201
Voorganger Wladislaus de Balling
Opvolger Hendrik I met de Baard
Vader Wladislaus de Balling
Moeder Agnes van Babenberg
Dynastie Piasten

Bołeslaw I van Silezië, bijg . de Lange, (1127-1201) was een zoon van Wladislaus de Balling en Agnes van Babenberg.

In 1142 huwelijkt zijn vader hem uit aan Wenceslawa, de dochter van grootvorst Vsevolod II van Kiev en wordt de vader van Jaroslav. Wanneer zijn vader in 1146 uit Polen wordt verdreven, volgt Bolesław hem in ballingschap naar Saksen aan het hof van Koenraad III. Het jaar daarop vergezelt hij zijn vader op kruistocht naar het Heilige Land en in 1158 vergezelt hij Frederik Barbarossa op de veldtochten naar Italië.

Rond 1160 huwt hij met Adelheid, dochter van paltsgraaf Berengarius van Sulzbach. Bij haar wordt hij de vader van Hendrik en van Adelheid, die huwt met markgraaf Diepold III van Meranië.

Onder druk van een aanval door het Heilige Roomse Rijk staat Bolesław IV Krulhaar Silezië af aan Bolesław I de Lange en Mieszko IV, de zonen van Wladislaus de Balling. Deze verdrijven de troepen van Bolesław IV in 1163.

Mieszko IV verdrijft op zijn beurt in 1172 zijn broer Bolesław I de Lange uit Silezië. Met behulp van de Duitse keizer slaagt Bolesław er echter in om Silezië te heroveren, maar wordt wel verplicht de streek rond Racibórz af te staan aan Mieszko IV en de streek van Opole aan zijn oudste zoon Jaroslav. Bolesław geeft in 1175 de Duitse cisterciënzers toestemming om de streek van Lubiąż op de Oder te koloniseren en stelt hen vrij van belastingen en lasten.

In 1177 moet Mieszko III de Oude uit Krakau vluchten na een opstand, gesteund door Bolesław I de Lange die zo hoopte Mieszko op te volgen. Hij slaagt er echter niet in om de troon van Krakau te bestijgen. Mieszko III werpt de regering van Bolesław I de Lange omver en Casimir II de Rechtvaardige moet tussenbeide komen. Om de conflicten stop te zetten, verdeelt Casimir II het gebied. Hijzelf behoudt Krakau, Odo krijgt Poznań, Leszek van Mazovië krijgt Koejavië, Bolesław I de Lange krijgt Silezië en Mieszko IV krijgt Bytom, Racibórz, Oświęcim, Siewierz en Chrzanów terwijl de jongste broer, Koenraad Głogów krijgt.

In 1181 verenigen Bolesław de Lange, Mieszko III en het Duitse hof zich tegen Casimir II. Om zijn hertogdom te verdedigen tegen de andere Piasten, verzoekt Bołeslaw paus Innocentius III in 1198 om bescherming. Hij verzoent zich met zijn zoon Jaroslav van Opole, die hij tot bisschop van Wrocław laat aanstellen.