Bolesław van Bytom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bolesław van Bytom (1330 - 4 oktober 1355) was een hertog van Silezië-Koźle en Bytom. Hij was de tweede zoon van hertog Wladislaus van Bytom, maar de oudste zoon van diens tweede echtgenote Ludgarda, dochter van Hendrik II de Leeuw, vorst van Mecklenburg en heer van Stargard.

Na de dood van zijn oudere halfbroer Casimir in 1347, volgde Bolesław hem op als hertog van Koźle. Na de dood van zijn vader in 1352, werd hij hertog van Bytom. In 1354 begeleidde hij koning Karel van Bohemen op diens reis naar de kroning als keizer. Bolesław stierf onverwacht tussen 4 oktober en 15 december 1355 in onduidelijke osmtandigheden.

In 1347 was hij gehuwd met Margaretha van Sternberg (- na 5 juni 1365), de dochter van de rijke Moravische magnaat Jaroslav ze Šternberka (van Sternberg). Zij kreeg een bruidsschat van 60 Praagse groschen. Zij hadden drie dochters:

  1. Elisabeth ( 1347/50 - 1374), in 1360 gehuwd met hertog Przemysław I Noszak van Teschen.
  2. Euphemia ( 1350/52 - 26 augustus 1411), in 1364 gehuwd met hertog Wenceslaus van Falkenburg en in 1369 met hertog Bolko III van Ziębice.
  3. Bolka (1351/55 - rond 15 oktober 1428), in 1360 gehuwd met Čeněk z Vartemberka (van Wartenberg). Als weduwe werd zij non en abdis van Trzebnica in 1405.

Met hem stierf de mannelijk lijn van de tak Bytom-Koźle uit. Overeenkomstig zijn wilsbeschikking, liet Bolesław Bytom na aan zijn echtgenote het "prawa wdowia" (weduwrecht). Spoedig na zijn dood ontstond echter een conflict tussen zijn verwanten over de nalatenschap. Volgens een verdrag tussen hertog Władysław en het koninkrijk Bohemen, konden vrouwen de gebieden erven, bij gebreke van een mannelijke erfgenaam. De hertogen Koenraad I van Oels (echtgenoot van Bolesławs oudste halfzuster Euphemia) en Casimir I van Cieszyn (wettelijk voogd van Bolesławs dochters) maakten aanspraak op de volledige erfenis van Bolesław. Het conflict werd pas in 1357 bijgelegd. Koźle (dat al sinds 1355 in handen was van Koenraad I) bleef bij de hertogen van Oleśnica, die ook de helft van Bytom verwierf en de hertog van Teschen kreeg de andere halft van Bytom en Gliwice, Toszek en Pyskowice.