Bombardement op Rotterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bombardement op Rotterdam
Onderdeel van de Duitse inval in Nederland
Mensen verzamelen zich op het Land van Hoboken
Mensen verzamelen zich op het Land van Hoboken
Datum 14 mei 1940
Locatie Rotterdam, Nederland
Resultaat capitulatie van Nederland
Strijdende partijen
Flag of the Netherlands.svg Nederland Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Nazi-Duitsland
Commandanten
(geen) Hermann Göring
Troepensterkte
Luftflotte 2
Verliezen
884 slachtoffers geen

Op 14 mei 1940 rond 13.30 uur voerden de Duitsers in het kader van de Duitse aanval op Nederland in 1940 een bombardement op Rotterdam uit. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om[1] en ongeveer 80.000 werden dakloos.

Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940.

Situatie in Rotterdam[bewerken]

Al op 10 mei, de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, landden er Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid. Al bij deze actie werden bommen op de stad geworpen. [2] en werd het Noordereiland bezet. De in Rotterdam gelegerde mariniers hielden echter stand bij de Maasbruggen, waardoor de Duitsers er niet in slaagden de stad geheel in handen te krijgen.[3]

Torpedobootjager Hr. Ms. Van Galen (1929) kreeg opdracht op te stomen naar Rotterdam. Fokker G.I toestellen stegen op vanaf Vliegveld Waalhaven en schoten diverse Duitse vliegtuigen neer. Voor de Duitsers bleek de oorlog in Nederland onverwacht traag te verlopen.

Generaal Rudolf Schmidt, bevelhebber van het 39e legerkorps, had al eerder van zijn superieur, generaal Georg von Küchler, opdracht gekregen het verzet in Rotterdam met alle middelen te breken. Het is aannemelijk dat Hitler, die zich op maandag 13 mei bezorgd toonde over het gebrek aan voortgang in Nederland, opdracht gaf het Nederlandse verzet harder en sneller aan te pakken.

Kampfgeschwader 54 werd uit het Belgische front teruggetrokken om in Nederland te worden ingezet. Dit betrof een eenheid zware bommenwerpers, naast de voor een tactische doorbraak noodzakelijke Stuka's. Hitlers doel was dan ook, zoals dr. Loe de Jong in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog betoogt, niet een doorbraak over de Willemsbrug, maar de capitulatie van Nederland. Wanneer Nederland niet capituleerde, zouden ook Utrecht, Den Haag, Amsterdam, Haarlem en andere grote steden gebombardeerd worden. Tegen het volkenrechtelijk verweer dat Rotterdam een verdedigde stad was, kan dus ingebracht worden dat het bombardement onderdeel van een breder plan was.[4]

Ultimatum[bewerken]

Op 14 mei 1940 tussen 9 en 10 uur stuurde generaal Schmidt een ultimatum naar kolonel Scharroo, de Nederlandse commandant van Rotterdam, en aan burgemeester Oud. Kolonel Scharroo ontving de drie Duitse militairen, die onder een witte vlag het ultimatum bezorgden, zonder Ouds aanwezigheid. Wel liet hij hem de brief lezen. De brief was ondertekend met de commandant van de Duitse troepen, zonder handtekening of rang.

Scharroo vond dit te vaag ('een vodje papier') om Rotterdam over te geven. Het ultimatum werd om 10.30 uur door Scharroo ontvangen en stelde dat twee uur na ontvangst, maatregelen tot vernietiging van Rotterdam getroffen zouden worden. Scharroo belde de Nederlandse opperbevelhebber generaal Winkelman op en zei dat hij niet van zins was op dit vod te capituleren, maar erkende dat de bevoegdheid bij Winkelman lag. Militair gezien zag hij geen noodzaak tot capitulatie, er was pantserafweergeschut op weg naar de Willemsbrug, de vernietiging van de spoorbrug werd voorbereid, en Rotterdam-Noord was vrij van Duitse troepen.

Burgemeester Oud had moeite om met generaal Winkelman verbonden te worden, en gaf te kennen dat het landsbelang voor het belang van de stad Rotterdam ging, maar als de Nederlandse verdediging toch hopeloos was, dat dan Rotterdam gespaard diende te worden.

Winkelman besloot tijd te winnen door Scharroos argument tot het zijne te maken. Hij liet Scharroo om een nieuw en nu netter geformuleerd ultimatum vragen. Dit verzoek kwam om 11.45 uur. Om 12.10 uur vertrok een van Scharroos stafofficieren met dit verzoek. Het ultimatum zou ondertekend moeten zijn en naam en rang van de Duitse officier moeten vermelden.

Een kwartier voor het verstrijken van het ultimatum werd dit aan Oberstleutnant Von Choltitz overhandigd. Omdat de stad niet in een half uur geëvacueerd kon worden, ook omdat er nauwelijks vluchtmogelijkheden waren, besloot burgemeester Oud de stad niet te laten ontruimen. Als iedereen open op straat opeengeklemd zou zitten, zou het aantal slachtoffers slechts toenemen.

Generaal Schmidt hoorde het rapport van zijn parlementair aan, en gaf bevel het geplande artilleriebombardement van 13.00 uur uit te stellen. Tevens liet hij Kampfgeschwader 54 opdracht geven het bombardement uit te stellen wegens overgaveonderhandelingen. Dit eskader steeg juist op van drie Duitse vliegvelden. De vluchtcommandanten was meegedeeld dat wanneer het bombardement geen doorgang zou vinden, vanaf het Noordereiland rode lichtkogels afgevuurd zouden worden.[5]

Aanval[bewerken]

Luchtopname van brandend Rotterdam
Station Blaak en de Laurenskerk
Rotterdam na het bombardement (en puinruiming) met de ruïne van de Laurenskerk.

Schmidt ontving door onbekende oorzaak echter geen bericht dat de Duitse vliegtuigen toch waren opgestegen en nam geen maatregelen om rode lichtkogels te laten afvuren. Hij liet een nieuw ultimatum opstellen, en ondertekende ditmaal wel met naam, rang en handtekening. Vóór 16.20 uur wilde hij Scharroos overgave ontvangen. Het was op dat moment 13.20 uur.

Reeds binnen enkele minuten verschenen Duitse Heinkel He 111-bommenwerpers. In paniek, uit angst voor "friendly fire", liet Schmidt witte rollen katoen uit een warenhuis uitrollen en volgens voorschrift rode lichtkogels afvuren om de positie van de Duitse grondtroepen in de stad aan te geven. Een vanuit het zuiden naderend eskader zag de rode lichtkogels, die afgevuurd werden van het Noordereiland recht voor zich, en zwenkte af. Vliegtuigen van dat eskader wierpen hun bommenlast af op gebieden die zich onder de vliegroute terug naar de vertrekbases bevonden, een gebruikelijke proceduren om ontploffingsrisico's bij de landing te vermijden. Het eskader boog af in westelijke richting, vloog over IJsselmonde vervolgens naar het zuidoosten en kwam ter hoogte van Oud-Beijerland het luchtruim boven Hoeksche Waard binnen. Daar kwamen geloosde bommen terecht bij het Spui achter huizen aan de Oostdijk die daarbij lichte schade opliepen. De Heinkels vlogen door in de richting van de Moerdijkbruggen en losten ook bommen boven Strijen en Strijensas. Bij deze letterlijke toevalstreffers vielen acht doden en een aantal gewonden.

De 54 vanuit het oosten naderende Heinkels hielden koers volgens plan en wierpen hun bommen af boven Rotterdam omdat ze geen rode lichtkogels waarnamen boven het door hen te bombarderen gebied. Rotterdam was op dat moment vrijwel verstoken van luchtverdediging. Wel klonk het luchtalarm minuten achtereen. De bevolking zocht een schuilplaats in gebouwen en kelders. In het jaar dat Rotterdam zijn 600-jarig bestaan zou vieren, werd de historische binnenstad op 14 mei 1940 door 97.000 kilo Duitse brisantbommen verwoest. De Duitse bommen vielen in een brede strook in het centrum en ten noorden ervan, van Kralingen tot station Hofplein. Wat in eeuwen was opgebouwd werd in zeer korte tijd volledig vernietigd. Het bombardement duurde nauwelijks een kwartier. Na afloop waren elektriciteit, gas, telefoon en water uitgevallen. Ook het gemeenteziekenhuis aan de Coolsingel werd getroffen en brandde uit. De brandweer kon de zich snel uitbreidende branden niet bedwingen.

Na dit bombardement wist kapitein Bakker, die Schmidts tweede ultimatum bij zich droeg, door het centrum van Rotterdam bij kolonel Scharroos hoofdkwartier aan de Statenweg in Blijdorp te komen. Verbinding met generaal Winkelman in Den Haag bleek niet meer mogelijk. In overleg met burgemeester Oud, overste Wilson, en de aanwezige kapiteins, besloot Scharroo tot capitulatie van Rotterdam. Overste Wilson vertrok per auto naar Den Haag om goedkeuring van generaal Winkelman hierop te vragen.

Het bombardement had de Nederlandse verdedigingsposities bij de Willemsbrug niet geraakt, en was daarvoor ook niet bedoeld geweest. Scharroo meldde zich een half uur voor afloop van het tweede ultimatum bij de Duitse linies, om 15.50 uur. Hij had om 15.00 uur de Nederlandse troepen opdracht gegeven niet meer te vuren. Bij Schmidt aangekomen ondertekende hij met 'angenommen'.

Mogelijk met de hachelijke positie van generaal Von Sponeck in gedachten, gaf de Duitse veldmaarschalk Albert Kesselring opdracht tot een tweede bombardement tussen 19 en 20 uur. Hij gaf ook Schmidt opdracht tot doorbraak naar Von Sponeck. Drie groepen bommenwerpers zouden de stad bombarderen tenzij hij bericht kreeg dat de doorbraak een feit was. Zodra Schmidt om 17.15 uur dit bericht ontving, zond hij een ongecodeerd bericht dat het noorden van de stad in zijn handen was - hoewel dit strikt genomen nog niet het geval was. Hij vertrouwde op Scharroos handtekening.

Om 16.15 uur begonnen eenheden van generaal Kurt Students Fliegerdivision de Maas over te steken. In het begin van de avond werden details besproken in Scharroos hoofdkwartier met burgemeester Oud en generaal Kurt Student. Toen er buiten schoten klonken, stak Student zijn hoofd uit het raam om aan dat nutteloze geschiet een eind te maken. Hij werd getroffen door een kogel, en Duitse soldaten begonnen Nederlandse burgers tegen de muur te plaatsen voor een massa-executie. Von Choltitz verhinderde deze massamoord en liet de burgers naar een kerk brengen. Student werd naar het Bergwegziekenhuis gebracht en daar geopereerd. De volgende dag bleken er alleen Duitse kogels in de muur van de kamer te zitten.

Gevolgen[bewerken]

Herdenking van de brandgrens in 2007

De bommenregen, die vroeg in de middag viel, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de branden die ontstonden, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 650-900 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de volgende dag de Duitsers dreigden op dezelfde manier ook Utrecht plat te gooien, was dit reden genoeg voor de capitulatie, op 15 mei 1940 getekend door Generaal Winkelman e.a. te Rijsoord (gemeente Ridderkerk).

In Rotterdam was vrijwel het gehele centrum veranderd in een smeulende puinhoop. Aan de Coolsingel bleef een aantal belangrijke gebouwen gespaard: het Stadhuis, het postkantoor, Het Schielandshuis, het beursgebouw (het huidige Beurs World Trade Center Rotterdam), Hotel Atlanta en het Erasmushuis. Ook het politiebureau aan het Haagseveer overleefde het bombardement. Tegelijk met de bezetting begon ook het puinruimen. De wateren Blaak en de Schie werden gedempt met een deel van het puin. (De rest van het puin werd verwerkt in de dijk van de destijds in aanleg zijnde Noordoostpolder. De naam Rotterdamse Hoek herinnert hieraan.) [6] Reeds in 1940 werden er plannen gemaakt voor de wederopbouw.

De oude Willemsbrug was ook vernield. Het was in deze tijd, behalve de Hefbrug (De Hef) voor treinverkeer, die niet verwoest was, de enige brug over de Maas en deze moest dus snel worden hersteld.

Het bombardement van 14 mei was niet het laatste bombardement op de stad Rotterdam. Gedurende de Tweede Wereldoorlog onderging de stad honderden luchtaanvallen.[7] Het zwaarste bombardement ná 14 mei 1940 was het bombardement op Rotterdam-West van 31 maart 1943, waarbij 400 mensen om het leven kwamen en 16.500 mensen dakloos raakten.

Tot aan het einde van de 20e eeuw zouden de sporen van het bombardement op de binnenstad zichtbaar blijven. Door het bombardement heeft Rotterdam een heel ander stadsgezicht dan andere Nederlandse steden: het centrum bestaat voor een groot deel uit hoogbouw terwijl een oud historisch centrum ontbreekt. Zo ontbreekt ook nog steeds een namenregister van de mensen die bij het bombardement zijn omgekomen. Vanaf 14 mei 2010 (70 jaar na het bombardement) is de gehele brandgrens permanent gemarkeerd met lampen in de grond in de vorm van rode vlammetjes.[8]

Het beeld De verwoeste stad van Zadkine herinnert aan deze dramatische gebeurtenis.

Onschadelijk gemaakte bommen uit WOII in Rotterdam[bewerken]

Er zouden nog 36 bommen in Rotterdamse bodem zitten. De laatste jaren zijn er diverse onschadelijk gemaakt. De bekendste zijn de Bellebom op 27 maart 1988 en de Proveniersbom op 12 oktober 2008.

Literatuur[bewerken]

  • Aad Wagenaar, Rotterdam mei '40
  • E.H. Brongers, luitenant-kolonel b.d., "Het bombardement van Rotterdam - mei 1940", in: Mars et Historia, Nederlandse Vereniging voor Militaire Historie, no. 2 (april 2006).
  • Ds. N. Buffinga, Een koopmanstad in vuur
  • Klaus A. Maier, Horst Rohde, Bern Stegemann en Hans Umbreit: "Die Errichtung der Hegemonie auf dem europäischen Kontinent", in: Das deutsche Reich und der Zweite Weltkrieg, Bd. 2, Stuttgart 1979, p. 340.
  • Koos Postema, Het bombardement, Erven Thomas Rap, Baarn, 1980, ISBN 90 6005 186 6.
  • Wim Hornman, De helden van Rotterdam
  • Loek Elfferich, Rotterdam werd verraden, Uniepers, Abcoude, 1990, ISBN 90 6825 072 8.
  • Manuel Kneepkens, In het rijk van de demonen, Het Bombardement van Rotterdam en de Normen, uitg. Ad Donker, Rotterdam, 1993, ISBN 90 6100 385 7.
  • Frits Baarda, Uit het hart, Rotterdammers over het bombardement, Focus/SDU Uitgeverij, Amsterdam/Den Haag, 1990, ISBN 90 72216 13 X.
  • Wim de Boek, Onder de trap, veertien herinneringen aan Het Bombardement op Rotterdam, ISBN 90 810690 1 2 (10), ISBN 978-90-810690-1-4 (13).
  • Bert Honselaar, De zwarte duivels van Rotterdam. Uitgevers Wyt-Rotterdam 1948

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Duitse en geallieerde bombardementen op Nederland. NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies Geraadpleegd op 22 juli 2014
  2. Vgl. Jaap Velt, De eerste bommen op Rotterdam
  3. Deze episode is beschreven in het boek De helden van Rotterdam door Wim Hornman.
  4. Deze opvatting wordt onderschreven door het Duitse Militärgeschichtliches Forschungsamt. In 'Das Deutsche Reich und der Zweite Weltkrieg; Band II, blz. 340, staat te lezen: “... Toen sterke tegenstand in Rotterdam de snelle bezetting van Nederland in gevaar bracht, beval Göring op de 14e mei een geconcentreerde luchtaanval op deze stad, om een snellere capitulatie te bewerkstelligen. Volgens de aantekeningen van het hoofd van de afdeling operaties van de luchtmachtstaf, generaal Von Waldau, bleef slechts deze radicale oplossing over.” (Vertaling uit het Duits: E.H. Brongers)
  5. De onderzoeksjournalist Loek Elfferich betoogt in zijn boek Rotterdam werd verraden dat de lichtkogels alleen dienden om de positie van de Duitse troepen aan te duiden, zodat deze niet door de bommen zouden worden getroffen.
  6. "Rotterdamse Hoek"
  7. Selectie van bominslagen te Rotterdam 1940 - 1945, Gemeentearchief Rotterdam
  8. RTV Rijnmond 14 mei 2007