Bonaventura Vulcanius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bonaventura Vulcanius of De Smet (Brugge, 30 juni 1538Leiden, 9 oktober 1614) was een Zuid-Nederlands humanist en hoogleraar Grieks in Leiden in de jaren 1581-1610.

Portret van Bonaventura Vulcanius, 1609,Bijzondere Collecties Universiteit Leiden

Levensloop[bewerken]

Bonaventura Vulcanius was de zoon van Petrus Vulcanius of Pieter De Smet (1503-1571) en Adrianette Tuwaert. Zijn vader was een kennis van Erasmus en toen Bonaventura werd geboren, was hij ambtenaar in dienst van de stad Brugge.

Bonaventura studeerde aan de Latijnse school in Diest onder Johannes Van der Meulen (Molanus). Hij vervolgde in de Latijnse school van de Bruggeling Johannes Otho in Gent en studeerde in de jaren 1555-1557 medicijnen en rechten in Leuven, waar hij een andere Bruggeling als leraar aantrof, A. Sylvius (Van den Bussche).

Daarna was hij korte tijd secretaris van een andere vriend van zijn vader, Georgius Cassander in Keulen, van wie hij meteen lessen in filosofie kreeg. In 1559 werd Bonaventura door de bemiddeling van zijn vader opgenomen onder de medewerkers van de hertog van Medina Celi, Luis de la Cerda, onderkoning van Napels. Hij bleef er echter niet lang en nadat hij in contact was gekomen met de historiograaf Paccius, werd hij door hem binnengeloodst als bibliothecaris bij de Spaanse humanist en bisschop van Burgos, Francesco de Mendoza y Bobadilla, om vervolgens van 1566 tot 1570 bij diens broer Fernando de Mendoza, de aartsdiaken van Toledo werkzaam te zijn. Tijdens dit verblijf in Spanje vertaalde Bonaventura Griekse kerkvaders in het Latijn. In 1571 keerde hij terug naar huis na het bericht dat zijn vader op sterven lag.

In de onrustige Nederlanden vond hij geen passende betrekking en daarom ging hij in 1573 weer naar Keulen, waar hij huisleraar werd. Een jaar later werd hem daar het hoogleraarschap Grieks aangeboden, maar wegens een vechtpartij om een meisje, waarbij Vulcanius flinke meppen uitdeelde, moest hij de stad verlaten. Na enige tijd in Genève en Bazel te hebben doorgebracht ging hij in 1577 naar Antwerpen en werd secretaris van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, burgemeester van Antwerpen, en tevens rector van de Latijnse school aldaar.

In februari 1578 aanvaardde hij tijdens een bezoek aan Leiden een benoeming als hoogleraar Grieks. Om onduidelijke redenen kwam hij pas drie jaar later daadwerkelijk naar Leiden, waar hij in september 1581 ook meteen secretaris van de senaat werd. Hij zette zich toen met hart en ziel in voor de universiteit, waar hij onder andere Daniël Heinsius en Hugo de Groot tot zijn leerlingen mocht rekenen. In 1610 werd hij door blindheid gedwongen ontslag te nemen. Hij overleed drie jaar later en werd op 13 oktober 1614 begraven in de Pieterskerk te Leiden. Het was wegens Vulcanius’ godsdienstige onverschilligheid – hij werd door sommigen zelfs een atheïst genoemd – moeilijk een lijkredenaar te vinden, maar uiteindelijk liet Petrus Cunaeus zich door de senaat van de universiteit overhalen die taak op zich te nemen.

Werk[bewerken]

Vulcanius bezorgde een aantal belangrijke edities van Latijnse en Griekse auteurs. Hierbij had hij een voorkeur voor het ontsluiten van nog onbekende teksten en de publicatie van tekstversies uit nog onbekende handschriften, die hij vaak van uitstekende vertalingen in het Latijn voorzag. Tijdens zijn verblijf in Spanje hield hij zich onder andere bezig met Cyrillus van Alexandrië, van wie hij twee geschriften uitgaf (Keulen 1573). Tijdens zijn verblijf in Genève bezorgde hij een editie van Arrianus (Genève 1575) en tijdens zijn verblijf in Bazel van Isidorus van Sevilla (Bazel 1577). Uit zijn jaren in Leiden stammen onder andere edities van Callimachus, Moschus en Bion (Leiden 1584), van het werk De thematibus, een krijgskundig geschrift van de tiende-eeuwse Byzantijnse keizer Constantijn VII (Leiden 1588), van Agathias (Leiden 1594) en van Apuleius (Leiden 1594).

Hij was ook de eerste uitgever van een drietal tractaten van Cornelius Aurelius, die hij in 1586 bij Plantijn in Antwerpen én in Leiden uitgaf onder de titel Batavia.

Een origineel werk van Vulcanius is De literis et lingua Getarum sive Gothorum (Over de literatuur en de taal van de Geten of Gothen, Leiden 1597), dat hij schreef als een aanvulling op zijn uitgave van de 6de-eeuwse Getica van Jordanes (Leiden 1597). Veel ander origineel werk is in handschrift bewaard gebleven. Dat geldt onder andere voor zijn Latijnse poëzie, waarvan hij weliswaar aan het eind van zijn leven een bundeling had gemaakt om uitgegeven te worden, maar die nooit als zodanig is verschenen. Bijna al zijn poëzie was gelegenheidspoëzie, die wel regelmatig in het werk van anderen werd gepubliceerd.

Literatuur[bewerken]

  • Bibliotheca Bon. Vulcanii sive, catalogus plurimorum ... librorum ... et manuscriptorum: it variae tabulae geographicae ... et variae effigies virorum insignium aere incisae: quarum auctio habebitur Lugd. Bat. in bibliopolio Lud. Elzeviri: Ad diem XV Nov. 1610. - Lugduni-Batavorum, 1610. -
  • Bibliotheca Bon. Vulcanii sive, catalogus plurimorum ... librorum ... et manuscriptorum: it variae tabulae geographicae ... et variae effigies virorum insignium aere incisae: quarum auctio habebitur Lugd. Bat. in bibliopolio Lud. Elzeviri: Ad diem XV Nov. 1610. - Lugduni-Batavorum, 1610.
  • A.J. VAN DER AA, Vulcanius in: Biographisch Woordenboek der Nederlanden, Vol. XIX, Haarlem, 1876, col 485-488
  • Petrus CUNAEUS, Oratio in obitum Bonaventura Vulcanii, Epistolae, Leiden, 1725.
  • J. ROULEZ, Bonaventure De Smet, in: Biographie nationale de Belgique, T. V, Brussel, 1876, col 753-759
  • P. C. MOLHUYSEN, Brieven van Bon. Vulcanius en Henr. Smetius, in: Oud-Holland. 1908, afl. 1.
  • H. DE VRIES DE HEEKELINGEN, Correspondance de Bonaventura Vulcanius pendant son séjour à Cologne, Genève et Bâle (1573-1577): précédée de quelques lettres écrites avant cette époque, Den Haag, Nijhoff, 1923.
  • D. J. H. TER HORST, Vulcanius, in: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek Vol. X, Leiden, 1937, col. 1279-1281
  • J. N. BAKHUIZEN VAN DEN BRINK, Bonaventura Vulcanius en Leiden in: Varia Historica, 1954, blz. 151-164.
  • P.A.M. GEURTS en J.A. VAN DORSTEN, Drie redevoeringen van Bonaventura Vulcanius over de stichting van de Leidse universiteit, in: Bijdragen en mededelingen van het Historisch Genootschap, Wolters, 1965.
  • Alfons DEWITTE, Bonaventura Vulcanius en Philips Marnix van Sint-Aldegonde, 1577-1606, in: Album Albert Schouteet, Brugge, 1973, blz. 57-74.
  • R. BREUGELMANS, Three panegyrics by Bonaventura Vulcanius, in: Lias: sources and documents relating to the early modern history of ideas, 1975, blz. 265-273.
  • Alfons DEWITTE, 'De Smet', in: Nationaal Biografisch Woordenboek Vol. 7, Brussel, 1977, col. 894-899
  • Alfons DEWITTE, Bonaventura Vulcanius Brugensis (1538-1614). A bibliographic description of the editions 1575-1612, in: Lias, sources and documents relating to the early modern history of ideas, 1981, blz. 189-201.
  • Alfons DEWITTE, Vulcanius Brugensis. Hoogleraarambt, correspondenten, edita, in: Sacris erudiri, jaarboek voor godsdienstwetenschappen, Brugge, 1983, blz. 311-362.
  • Alfons DEWITTE, Abraham Ortelius en Bonaventura Vulcanius (1574-1598), in: Liber amicorum Leon Voet, 1985, blz. 417-427.
  • Aloïs GERLO, The unpublished correspondence between Marnix of Saint Aldegonde and Bonaventura Vulcanius, in: Correspondance d'Érasme, 1985, blz. 193-203.
  • Aloïs GERLO, The unpublished correspondence between Marnix of Saint Aldegonde and Bonaventura Vulcanius, in: Hommages à Jozef Veremans, ed. Freddy Decreus et Carl Deroux, 1986, blz. 137-150.
  • Alfons DEWITTE, De tolerantiegedachte bij Bonaventura Vulcanius, in: Bijdragen tot de geschiedenis, 1987, blz. 79-85.
  • Alfons DEWITTE, Bonaventura Vulcanius en de Officina Plantiniana (1573-1600), in: Ex officina Plantiniana: studia in memoriam Christophori Plantini (ca. 1520-1589), 1989, blz. 591-597.
  • Alfons DEWITTE, Handschriften uit het bezit van Bonaventura Vulcanius (1538-1614), in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 2000, blz. 241-248.
  • W. BERGSMA, Een geleerde en zijn tuin: over de vriendschap tussen Lubbertus en Vulcanius, in: De zeventiende eeuw: cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief, Tijdschrift van de Werkgroep Zeventiende Eeuw, 2004, afl. 1, pag. 96-121.
  • Kees MEERHOFF, Entre Lipse et Scaliger: Bonaventure Vulcanius (1538-1614) et la première réception des 'Essais' de Montaigne, in: Montaigne and the Low Countries (1580-1700), 2007, blz. 79-118.

Externe link[bewerken]

Bronnen en/of noten