Bondsdag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bondsdag
Bundestag (Duits)
Wetgevend orgaan van Vlag van Duitsland Duitsland
Logo
Logo
Algemene informatie
Aantal leden 631
Voorzitter Norbert Lammert (CDU)
Ontmoetingsplaats Rijksdaggebouw, Berlijn
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Politiek in Duitsland
Wapen van Duitsland

Staatshoofden
Bondskanseliers
Ministers van Binnenlandse Zaken
Ministers van Buitenlandse Zaken
Ministers van Financiën
Ministers van Koloniën
Ministers van Marine
Bondsdag
Bondsregering

Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Duitsland
Een blik in de Plenarsaal van de Bondsdag

De Bondsdag (Duits: Bundestag) is het parlement van de Bondsrepubliek Duitsland. Hij wordt in principe om de vier jaar gekozen. Zijn taak is naast de federale wetgeving de controle van de regering en het kiezen van een Bondskanselier (regeringsleider).

De Bondsdag bestaat uit minimaal 598 afgevaardigden, waarvan er 299 direct in kiesdistricten gekozen worden. Als gevolg van het kiessysteem kunnen er meer afgevaardigden zijn dan het wettelijk minimum. Wél gaat het, ondanks de kiesdistricten, om een systeem van evenredige vertegenwoordiging, zij het ook met een kiesdrempel van vijf procent.

In de Duitse natiestaat vanaf 1867 heette het parlement Rijksdag en had in de verschillende periodes van de Duitse geschiedenis ook verschillende betekenis. De Bondsdag werd voor het eerst in augustus 1949 gekozen, enkele maanden na de oprichting van de Bondsrepubliek. Sinds 1990 is de Bondsdag het parlement van gehéél Duitsland en werd duidelijk uitgebreid. In Bonn had de Bondsdag een eigen gebouw als deel van het Bundeshaus, in 1999 verhuisde hij naar Berlijn en is sindsdien gehuisvest in het (gerenoveerde) Rijksdaggebouw.

Behalve de Bondsdag bestaat er nog de Bondsraad die een rol bij een deel van de federale wetgeving speelt. In de Bondsraad zijn de deelstaatregeringen vertegenwoordigd.

Bevoegdheden en plichten[bewerken]

Wetgeving[bewerken]

De Bondsdag mag wetsvoorstellen inbrengen, zoals ook de Bondsregering en de Bondsraad. Een wetsvoorstel heeft de steun van ten minste vijf procent van de leden nodig. Volgens een bepaalde procedure wordt er overlegd totdat over het wetsvoorstel kan worden gestemd. In principe is een eenvoudige meerderheid voldoende, behalve bij wijzigingen van de Grondwet die door een twee derde meerderheid gesteund moeten worden (in Bondsdag én Bondsraad).

Sommige wetten hebben invloed op de deelstaten of horen volgens de Grondwet tot de zustimmungsbedürftige Gesetze. Deze wetten moeten ook door de Bondsraad worden gesteund (door een absolute meerderheid). Verder kan de Bondsraad met twee derde meerderheid zijn veto tegen een federale wet uitspreken. Conflicten tussen Bondsdag en Bondsraad, waar verschillende politieke meerderheden kunnen heersen, worden vaak in de Vermittlungsausschuss (bemiddelingscommissie) opgelost.

Naast het ratificeren van verdragen met het buitenland is het budgetrecht een bijzondere taak van de Bondsdag. Traditioneel is er ieder jaar een federaal wet over de Bundeshaushalt.[1]

Kiesfuncties[bewerken]

De Bondsdag kiest de Bondskanselier (regeringsleider), namelijk na verkiezingen of nadat het ambt vacant is geworden. De Bondspresident komt naar voren met een kandidaat die de grootste kans op een meerderheid maakt. Krijgt die kandidaat een absolute meerderheid van de Bondsdagleden is de kandidaat gekozen tot Bondskanselier. Anders zou nog de Bondsdag de kans hebben om eigen kandidaten op te stellen.[2]

Het is mogelijk dat de Bondsdag een nieuwe Bondskanselier inzet. In een konstruktives Misstrauensvotum (constructieve motie van wantrouwen) kan een absolute meerderheid van de Bondsdag iemand anders tot Bondskanselier kiezen.

De Bondskanselier stelt zijn regering zelf samen. De Bondsdag heeft dus geen directe invloed op de samenstelling van de regering.

De helft van de leden van het constitutioneel gerechtshof, Bundesverfassungsgericht, wordt door de Bondsdag gekozen. Daarvoor bestaat een kiescommissie, waarin een kandidaat de steun van acht van de twaalf leden moet verkrijgen. In de kiescommissies voor de overige opperste rechters is de Bondsdag voor de helft vertegenwoordigd.

De Bondsvergadering kiest de Bondspresident; zij bestaat uit alle leden van de Bondsdag samen met een even groot aantal van mensen die door de deelstaatparlementen zijn gekozen.

Controle van de bondsregering[bewerken]

Leden van de Bondsregering hebben spreekrecht in de Bondsdag, maar het parlement heeft ook het recht om de aanwezigheid van regeringsleden te eisen (Zitierungsrecht). Bondsdagleden kunnen met verschillende parlementaire instrumenten antwoorden van de regering of een debat eisen:

  • Kleine Anfrage: schriftelijke vragen van ten minste vijf procent van de leden van de Bondsdag; de antwoorden worden vaak niet gepubliceerd
  • Große Anfrage: de antwoorden kunnen tot een discussie in de Bondsdag leiden
  • Fragestunde: tijdens zo een agendapunt kunnen enkele leden van de Bondsdag vragen aan de regering stellen
  • Aktuelle Stunden: sinds 1980 bestaan deze korte debatten met korte bijdragen
  • Regierungsbefragungen: vragen uit de Bondsdag aan leden van de regering vaak na vergaderingen van het kabinet[3]

Een Untersuchungsausschuss (enquêtecommissie) onderzoekt een bepaald onderwerp, meestal (vermeende) misstanden in het handelen van de regering. Er zijn nog bijzondere commissies voor de controle van de geheime diensten; verder mogen de Duitse strijdkrachten buiten het NAVO-gebied alleen met de toestemming van het parlement worden ingezet.

De Wehrbeauftragter des Bundestages is de ombudsman voor de leden van de Duitse strijdkrachten. Hij praat met soldaten buiten de gewone hiërarchie om of hun grondrechten worden gerespecteerd. De Bondsdag kiest de Wehrbeauftragter voor vijf jaar.

Als de Bondsdag de Verteidigungsfall (staat van oorlog) heeft uitgeroepen, en kan de Bondsdag niet vergaderen, worden zijn functies van de Gemeinsamer Ausschuss overgenomen. Dit is een soort parlementaire commissie die dan de rechten van Bondsdag en Bondsraad uitoefent.

Aanklacht van de Bondspresident[bewerken]

Mocht de Bondspresident opzettelijk de Grondwet of een federale wet hebben geschonden kan de Bondsdag hem voor het constitutioneel gerechtshof aanklagen. Daarvoor is een twee derde meerderheid vereist.

Vertrauensfrage[bewerken]

Een bijzonder parlementair instrument (art. 68 Grondwet) is de vraag om het vertrouwen van de Bondsdag, de Vertrauensfrage. De Bondskanselier kan de Bondsdag erom vragen en zal als antwoord van de meerderheid een ja krijgen of niet. Spreekt de Bondsdag haar of hem niet het vertrouwen uit dan mag de Bondskanselier de Bondspresident vragen om de Bondsdag te ontbinden. De Bondspresident beslist dan nog zelf of hij dat werkelijk wil doen, maar tot nu toe deed hij het wel (1972, 1982, 2005). Dit is de enige manier om het parlement te ontbinden, afgezien van de mogelijkheid dat de Bondskanselier terugtreed en geen kandidaat een meerderheid verkrijgt.

Een andere mogelijke uitkomst van een 'mislukte' Vertrauensfrage is de Gesetzgebungsnotstand, een situatie dat geen wetten op normale manier kunnen tot stand komen. De Bondskanselier vraagt de Bondspresident én de Bondsraad om het vaststellen van die noodstand. Binnen zes maanden kan de Bondsregering dan, met toestemming van de Bondsraad, zelf over wetten beslissen. De Grondwet mag echter niet gewijzigd worden. Tot nu toe werd de Gesetzgebungsnotstand nooit uitgeroepen.

Organisatie[bewerken]

Leden[bewerken]

Een lid van de Bondsdag (Bundestagsabgeordneter) heeft een vrij mandaat, dat wil zeggen dat hij niet aan opdrachten is gebonden (art. 38 Grondwet). In de praktijk echter hebben de partijen en fracties een grote invloed op 'hun' afgevaardigden. Een lid houdt zijn mandaat wél ook als hij niet meer deel van een fractie uitmaakt of naar een andere fractie overgaat.

De Bondspresident, rechters aan het constitutioneel gerechtshof, de Wehrbeauftragter, sommige andere commissarissen, leden van het Europees Parlement en leden van sommige deelstaatparlementen (afhankelijk van de deelstaatwetten) mogen geen lid van de Bondsdag zijn. Leden van de bondsregering mogen wel lid zijn en zijn dat vaak ook.

Bondsdagleden krijgen een Abgeordnetenentschädigung waarvan ze leven en een bepaald maximaal bedrag om employees te kunnen betalen. Een lid van de Bondsdag mag niet worden strafrechtelijk vervolgd (behalve wanneer de Bondsdag anders oordeelt), ook niet voor uitspraken die hij binnen de Bondsdag doet.

Fracties[bewerken]

De leden van de Bondsdag zijn normaliter in groepen georganiseerd, de Fraktionen (fracties)). Een fractie moet ten minste vijf procent van de leden van de Bondsdag groot zijn, en de fractieleden moeten leden van dezelfde partij zijn; of ze horen tot partijen die niet van elkaar in de enkele deelstaten concurrenten om kiezers zijn.

Een kleinere groep van leden, maar ten minste drie, kan de status van een Gruppe aanvragen. Een Gruppe heeft duidelijk minder rechten dan een Fraktion. Enkele leden buiten een Gruppe of een Fraktion worden fraktionslos genoemd. De allermeeste leden van de Bondsdag horen wel bij een fractie. De status van fractie heeft voordelen bij het spreekrecht, bij het lidmaatschap in parlementaire commissies en bij de financiële ondersteuning.

Een bijzonderheid is de gezamenlijke fractie van CDU en CSU. Deze twee partijen, samen Unionsparteien geheten, zijn geen concurrentie bij verkiezingen van elkaar omdat de CSU alleen in Beieren optreedt en de CDU alleen in de andere deelstaten. Met weinige uitzonderingen is de CDU/CSU-fractie steeds de grootste in de Bondsdag geweest.

Presidium en voorzitter[bewerken]

Norbert Lammert (CDU), Bondsdagpresident sinds 2005

De voorzitter van de Bondsdag (de Bundestagspräsident) en zijn plaatsvervangers vormen samen het presidium van de Bondsdag. Elke fractie heeft recht op een plaatsvervanger. De voorzitter wordt door de leden van de Bondsdag gekozen; het is de gewoonte dat de voorzitter uit de grootste fractie komt.

De voorzitter vertegenwoordigd het parlement en is baas van de politie van de Bondsdag. Hij treft de belangrijkste personeelsbeslissingen.

Naast het presidium is er de Ältestenrat (raad van ouderlingen) die over de agenda van de Bondsdag gaat. Zijn leden zijn niet letterlijk de oudste maar wel ervaren parlementsleden.

Van-tot Naam Partij
2005-heden Norbert Lammert CDU
1998-2005 Wolfgang Thierse SPD
1988-1998 Rita Süssmuth CDU/CSU
1984-1988 Philipp Jenninger CDU/CSU
1983-1984 Rainer Barzel CDU/CSU
1979-1983 Richard Stücklen CDU/CSU
1976-1979 Karl Carstens CDU/CSU
1972-1976 Annemarie Renger SPD
1969-1972 Kai-Uwe von Hassel CDU/CSU
1954-1969 Eugen Gerstenmaier CDU/CSU
1950-1954 Hermann Ehlers CDU/CSU
1949-1950 Erich Köhler CDU/CSU

Gebouwen[bewerken]

De Rijksdag had verschillende adressen in Berlijn tot hij in 1894 een eigen nieuw gebouw kreeg, het Rijksdaggebouw. Naar zijn architect, Paul Wallot, wordt het ook Wallotbau genoemd. Dit gebouw brandde op 27 februari 1933 af. In het nationaalsocialistisch tijdperk kwam de machteloze Rijksdag in het operagebouw van Kroll bijeen, de Krolloper.

Na de Tweede Wereldoorlog vond de opening van de Parlementaire Raad in het ''Museum Alexander König te Bonn plaats, de zittingen waren echter in de Pedagogische Academie.

Bundeshaus[bewerken]

Bonn, 1961: Bundeshaus

De langste tijd vergaderde de Bondsdag in het Bundeshaus, van 1949 tot en met 1999. Dit was de omgebouwde en vergrote Pedagogische Academie. In het Bundeshaus was ook de Bondsraad gehuisvest. In 1988-1990 en 1992/1993 werd het Bundeshaus verbouwd, daarom kwam de Bondsdag bijeen in een voormalig gemaal (Wasserwerk).

In 1965 1969 werd een nieuw hooggebouw opgericht dat de bijnaam Langer Eugen kreeg (naar Bondsdagpresident Eugen Gerstenmaier). Hier hadden vele afgevaardigden hun kantoor.

Rijksdaggebouw[bewerken]

Hoewel Berlijn sinds 1990/1991 weer de Duitse hoofdstad is zetelden de federale staatsorganen nog steeds in Bonn. In 1999 was de verbouwing van het oude Rijksdaggebouw klaar en de Bondsdag kwam nu in Berlijn bijeen. Naast het Rijksdaggebouw met de Plenaarsaal staan twee nieuwe gebouwen van het parlement, voor de kantoren van de afgevaardigden: het Paul-Löbe-Haus en het Marie-Elisabeth-Lüders-Haus, genoemd naar twee afgevaardigden uit het tijdperk van de Weimarrepubliek. Samen met het nieuwe gebouw van de Bondskanselier, het Bundeskanzleramt van 2001 vormen deze gebouwen het ensemble Band des Bundes.

Verkiezingen[bewerken]

Overzicht[bewerken]

Verkiezings-
periode
Datum
verkiezingen
Constituerende
zitting
Bondsdagspresident
1e Bondsdag 14 augustus 1949 Erich Köhler
Hermann Ehlers
2e Bondsdag 6 september 1953 Hermann Ehlers
3e Bondsdag 15 september 1957 Eugen Gerstenmaier
4e Bondsdag 17 september 1961 Eugen Gerstenmaier
5e Bondsdag 19 september 1965 Eugen Gerstenmaier
6e Bondsdag 28 september 1969 Kai-Uwe von Hassel
7e Bondsdag 19 november 1972 Annemarie Renger
8e Bondsdag 3 oktober 1976 Karl Carstens
Richard Stücklen
9e Bondsdag 5 oktober 1980 Richard Stücklen
10e Bondsdag 6 maart 1983 Rainer Barzel
11e Bondsdag 25 januari 1987 Philipp Jenninger
Rita Süssmuth
12e Bondsdag 2 december 1990 Rita Süssmuth
13e Bondsdag 16 oktober 1994 Rita Süssmuth
14e Bondsdag 27 september 1998 Wolfgang Thierse
15e Bondsdag 22 september 2002 Wolfgang Thierse
16e Bondsdag 18 september 2005 18 oktober 2005 Norbert Lammert
17e Bondsdag 27 september 2009 Norbert Lammert
18e Bondsdag 22 september 2013 Norbert Lammert

Verkiezingsresultaten 2013[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Duitse Bondsdagverkiezingen 2013
Zetelverdeling in de
18e Duitse Bondsdag
naar fracties
    
De 631 zetels zijn verdeeld onder:

██ Die Linke: 64

██ SPD: 193

██ Bündnis 90/Die Grünen: 63

██ Union: 311

Partij  % 2013 Verschil
tov 2009
Zetels Direct-
mandaten
Opmerkingen
SPD 25,7 +2,7 193 58
CDU 34,1 +6,9 255 191
CSU 7,4 +0,9 56 45
FDP 4,8 -9,8 - -
Die Linke 8,6 -3,3 64 4
Bündnis 90/Die Grünen 8,4 -2,3 63 1
Overige 11,0 +5,0 - -
Totaal 100,0 631 299


Noot
  1. Heinrich Oberreuter: Bundestag. In: Uwe Andersen, Wichard Woyke: Handwörterbuch des politischen Systems der Bundesrepublik Deutschland. 2e druk. Bundeszentrale für politische Bildung, Bonn 1995, p. 88-101, hier p. 95/96.
  2. Heinrich Oberreuter: Bundestag. In: Uwe Andersen, Wichard Woyke: Handwörterbuch des politischen Systems der Bundesrepublik Deutschland. 2e druk. Bundeszentrale für politische Bildung, Bonn 1995, p. 88-101, hier p. 92/93.
  3. Heinrich Oberreuter: Bundestag. In: Uwe Andersen, Wichard Woyke: Handwörterbuch des politischen Systems der Bundesrepublik Deutschland. 2e druk. Bundeszentrale für politische Bildung, Bonn 1995, p. 88-101, hier p. 93/94.