Bondskanselier (Duitsland)
De bondskanselier (Duits: Bundeskanzler, vrouwelijke vorm: Bundeskanzlerin) is in de Bondsrepubliek Duitsland het hoofd van de federale regering. Boven de regering is er ook een bondspresident.
Inhoud |
Grondwettelijke positie [bewerken]
Volgens art. 62 van de Duitse grondwet vormen de bondskanselier en de bondsministers samen de bondsregering. De bondskanselier is wel de enige die door het parlement wordt gekozen; de overige ministers worden door de bondspresident op voordracht van de bondskanselier benoemd. In de praktijk moet de bondskanselier rekening houden met de wensen van de coalitiepartners maar ook met de eigen partij.
In de regering, ook het Kabinett genoemd, geldt onder meer het principe van de Richtlinien. Volgens artikel 65 van de grondwet bepaalt de bondskanselier de richtlijnen van de politiek en is ervoor verantwoordelijk. Dat betekent dat bij onenigheid in het kabinet de bondskanselier het laatste woord heeft.
Het bestaan van de bondsregering hangt van de bondskanselier af. Treedt hij bijvoorbeeld terug dan zijn alle ministers ook niet meer in functie. Wel vraagt de bondspresident in een dergelijk geval de regeringsleden om tot het tot stand komen van een nieuwe regering als demissionair kabinet in functie te blijven.
Het ambt van bondskanselier komt in de protocollaire hiërarchie van het Duitse staatsbestel op de derde plaats, na dat van de bondspresident en de voorzitter van de Bondsdag, het Duitse parlement.
Verkiezing en afzetting [bewerken]
Na Bondsdagverkiezingen of na de dood of het terugtreden van een bondskanselier moet een nieuwe worden gekozen. Volgens artikel 63 van de grondwet stelt de bondspresident in zo'n geval een kandidaat voor. Verkrijgt die kandidaat een absolute meerderheid in de Bondsdag is hij gekozen en de bondspresident moet hem benoemen. Dit is tot nu toe de gebruikelijke uitslag geweest.
Wanneer die kandidaat geen absolute meerderheid heeft dan kan de Bondsdag zelf met een kandidaat komen. Een voorstel moet de steun van een kwart van de leden van de Bondsdag hebben.
Wordt binnen twee weken geen kandidaat met absolute meerderheid gekozen dan kan een kandidaat ook met relatieve meerderheid worden gekozen. De bondspresident kan dan beslissen of hij de gekozen kandidaat wil benoemen of dat hij de Bondsdag ontbindt. Heeft de kandidaat géén meerderheid verkregen dan móet de bondspresident de Bondsdag ontbinden.
De afzetting van een bondskanselier is maar op één manier mogelijk: de Bondsdag moet met absolute meerderheid een nieuwe bondskanselier kiezen. Dit is een constructieve motie van wantrouwen (konstruktives Misstrauensvotum) en is tot nu toe alleen in 1982 voorgekomen.
Organisatie [bewerken]
De bondskanselier wordt gesteund door het Bundeskanzleramt in Berlijn.
Lijst van bondskanseliers [bewerken]
De eerste bondskanselier trad aan in 1949.

| Bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nr. | Naam | Foto | Begin ambtsperiode | Einde ambtsperiode1 | Partij | |
| 8 | Angela Merkel | 22 november 2005 | CDU | |||
| 7 | Gerhard Schröder | 27 oktober 1998 | 22 november 2005 | SPD | ||
| 6 | Helmut Kohl | 1 oktober 1982 | 27 oktober 1998 | CDU | ||
| 5 | Helmut Schmidt | 16 mei 1974 | 1 oktober 1982 | SPD | ||
| 4 | Willy Brandt | 21 oktober 1969 | 7 mei 19742 | SPD | ||
| 3 | Kurt Georg Kiesinger | 1 december 1966 | 21 oktober 1969 | CDU | ||
| 2 | Ludwig Erhard | 16 oktober 1963 | 1 december 1966 | CDU | ||
| 1 | Konrad Adenauer | 15 september 1949 | 16 oktober 1963 | CDU | ||
| 1 | In de ambtsperiode is die tijd meegerekend dat de persoon het ambt van kanselier waargenomen heeft. Volgens artikel 69 van de Grondwet eindigt het ambt van de kanselier met de samenkomst van een nieuwe Bondsdag. Van dat ogenblik af, en tot de verkiezing van een nieuwe kanselier, moet de scheidende kanselier op verzoek van de bondspresident de functie verder waarnemen. | |||||
| 2 | Gezien Willy Brandt de bondspresident (Gustav Heinemann) gevraagd had hem niet te verzoeken de functie verder waar te nemen, werd de toenmalige vicekanselier, Walter Scheel, met het waarnemen van de functie belast. | |||||