Boom van de kennis van goed en kwaad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lucas Cranach: Adam und Eva im Garten Eden (detail)
Hans Holbein: Adam und Eva

De boom van de kennis van goed en kwaad is een boom die samen met de levensboom voorkomt in het bijbelboek Genesis. De boom staat in het midden van de Hof van Eden, waar Adam en Eva gedurende hun eerste periode op Aarde verblijven.

God vertelde hen:

‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’

— NBV, Gen. 2:16-17

Zij leefden gelukkig tot een slang (volgens de Christelijke interpretatie de vermomde Satan) Eva verleidde om van de verboden vrucht (vaak afgebeeld als een appel) die aan de boom groeide, te eten. Zij at ervan en gaf de vrucht ook aan Adam, die er ook van at. Zij werden zich op dat moment onmiddellijk bewust van hun naaktheid en gingen zich ervoor schamen. Met vijgenbladeren bedekten zij vervolgens hun lichaam.

Was de verboden vrucht een appel?[bewerken]

De verboden vrucht waar Eva van at, wordt vaak gepresenteerd als een appel. In de Bijbel is echter geen sprake van een appel, maar van een vrucht. Bovendien groeiden in de Bijbelse streken hoogstwaarschijnlijk geen appelbomen.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het was geen appel. Omroepbrabant.nl