Boomgrens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boomgrens boven St. Moritz, Zwitserland, begin mei 2009

De boomgrens is de grens van een habitat waar bomen voorkomen. Voorbij de boomgrens laten de omstandigheden geen bomen meer toe.

De bekendste boomlijn is die waar de temperatuur de onderscheidende factor is. Dit type boomgrens komt voor aan de beide polen en in gebergten. In de Alpen ligt de boomgrens ongeveer tussen de 1800 en 2200 meter, terwijl er in het uiterste noorden van Scandinavië zelfs tot aan zeeniveau geen bomen kunnen groeien. Deze grens wordt de noordelijke boomgrens genoemd. In het algemeen is er een verband tussen de breedtegraad en de hoogte van de boomgrens, hoe noordelijker de locatie des te lager ligt de boomgrens. Dit verband kan doorbroken worden door klimaateigenschappen, zoals de invloed van de warme golfstroom op de temperatuur in West-Europa. Ook droogte levert een boomgrens op, in woestijnen kunnen de omstandigheden bomen onmogelijk maken.

Naast temperatuur en droogte, kunnen andere factoren een rol van betekenis spelen. Bij veel wind of wanneer te veel zout in de bodem voorkomt, kan er sprake zijn van een boomgrens.